Gepost op

De zwerftocht van een verhaal

Deze antieke foto van een moeder met haar overleden kind inspireerde mij in 2015 tot het schrijven van een verhaal. De afwezige blik in haar ogen, het ongeloof over het overlijden van haar kind, hoe ze zich ergens geen houding kan geven – haar rechterhand geforceerd tegen haar gezicht gedrukt alsof ze haar eigen kind liever niet meer aanraakt – dit alles bij elkaar veroorzaakte een kettingreactie in mijn gedachten. Het gevoel dat overheerste was dat deze vrouw zo verschrikkelijk hard ergens anders wilde zijn. Overal is beter dan poseren voor een fotograaf met haar dode kind op schoot.

Zo werd het verhaal geboren over de liefde tussen een gewone man en een tijdzwemster. Doordat zij steeds door de tijd valt, bestaat hun liefdesleven uit fragmenten. Dat werd ook de titel van het verhaal: Fragmenten.

Ik zond het in naar de door LS en Elfia uitgeschreven wedstrijd met het thema Tijd en Ruimte. Het behaalde de tweede plaats. Het verhaal was me zo dierbaar dat ik er nog meer mee wilde. Helaas kon ik het niet inzenden naar een andere wedstrijd vanwege de jurysamenstelling (de meeste wedstrijden eisen dat een verhaal anoniem gejureerd kan worden) en ook het daarop volgende jaar dwarsboomde hetzelfde jurylid bij diezelfde wedstrijd dat ik het verhaal kon inzenden. Uiteindelijk koos ik ervoor om het verhaal mee te laten dingen als veteraan bij Fantastels. Dat bood de mogelijkheid om een verhaal – mits anoniem – in te dienen dat reeds aan een andere wedstrijd had deelgenomen. Gisteren werd bekend dat het verhaal daar de vierde plaats had behaald (onder de titel ‘Ontmoetingen’, vanwege die anonimiteit). Lang niet slecht met 93 deelnemende verhalen.

De jury was verdeeld, zoals meestal het geval is. Een paar fragmenten uit het commentaar:

‘Wat een verzengende liefde en wat een hartverscheurend verdriet. Het verhaal is zo goed als gereed voor publicatie en zou niet misstaan in een serie als Splinters van Quasis.’ (Alle verhalen werden anoniem gejureerd en dit jurylid wist niet dat er al een Splinter van mijn hand is verschenen, dus dit was een grappig detail.)

‘Een heerlijk verhaal vol weemoed, met veel gevoel voor sfeer geschreven en zeer goed opgebouwd.’

Maar er klonken ook kritische noten:

Een jurylid vond dat hij niet voldoende met de hoofdpersonen kon meeleven. Bovendien vond hij het onwaarschijnlijk dat een tijdreiziger in armoede leeft, want een tijdreiziger heeft voorkennis. (Hoe langer ik hierover nadenk, hoe beter ik door deze redenatie heen kan prikken, maar dat maakt zo’n juryrapport juist interessant.)

Weer een ander jurylid vond dat ik griezelig dichtbij ‘The timetraveler’s wife’ kwam met mijn vertelling. Die opmerking heb ik ook gehoord van proeflezers, dus het zal wel kloppen. Zelf kan ik beamen noch ontkennen, want ik heb het boek niet gelezen en de film niet gelezen.

Zo gaat dat soms: een idee komt aanwaaien zonder dat je weet dat een andere schrijver al eens een soortgelijk iets heeft gebruikt. Ik laat het verhaal in zo’n geval gewoon worden wat het in mijn ogen moet zijn, want feitelijk bestaan er geen originele ideeën meer. Waarvan de een vindt dat het verhaal schatplichtig is aan het een of ander, daarvan vindt een ander juist dat het origineel is (zo ook in de jury van Fantastels, want een ander jurylid vond het juist ‘buitengewoon origineel bedacht’).

Ik moet eens kijken wat ik met het jurycommentaar ga doen en óf ik het verhaal ga aanpassen (verhaallijn, plot). Ik heb het onlangs  nog eens gelezen en wat ik zelf het liefst (gedeeltelijk) zou veranderen is het taalgebruik. Ik begin namelijk het al te barokke proza achter me te laten en begin steeds meer to the point te schrijven en heb het gevoel dat vooral de dialogen natuurlijker zouden kunnen.

Hoe dan ook: het verhaal is nu na drie jaar rondzwerven in anonimiteit eindelijk vrij van ‘wedstrijdplichten’ en ik kan niet wachten om het jullie te laten lezen.

 

Gepost op

Dutch Comic Con – Panel ‘Schrijvers 2.0’

Komend weekend 31 maart en 1 april is het weer zover: tijd voor Dutch Comic Con in de Jaarbeurs!

Niet alleen kan je dit weekend terecht voor al je geeky stuff, acteurs en actrices vanuit de verte of van heel dichtbij bewonderen, ook zijn er tal van activiteiten te beleven, waaronder het panel ‘Schrijvers 2.0’ in de cozy corner.

Tijdens dit informatieve panel en aansluitend een Q&A kunnen jullie meekijken in de schrijfkeuken van Jasper Polane (Lege steden), Sophia Drenth (Bloedwetten) en Roderick Leeuwenhart (Pindakaas en Sushi)  en hen het hemd van het lijf vragen.

Zij besteden tijdens het panel aandacht o.a. aan de volgende onderwerpen: Hoe schrijf je een natuurlijke dialoog? Wat zijn de mogelijkheden om je werk uit te geven anno 2018? En waar haal je als schrijver ideeën vandaan?

Het panel vindt zowel op zaterdag als zondag plaats tussen 11:45 en 12:30 in de cozy corner.

Wij hopen jullie daar te zien! 🙂

Het volledige programma van de Dutch Comic Con vind je HIER.

Gepost op

Blogtour ‘Kleine moordenaar’

In dit bericht worden de links naar alle bijdragen aan de blogtour geplaatst

15 maart: De aftrap – Sophia Drenth, artikel over Kleine moordenaar

17 maart: Connies Boekkies – recensie door Conny Schelvis-Mens

19 maart: Boekenvirus – recensie door An.

21 maart: De Perfecte Buren – recensie doorJeanine Feunekes-Both.

23 maart: Thrillers and more – recensie van Daniëlle Henssen

25 maart: Johan Klein Haneveld – recensie

27 maart: Een bijdrage van Jasper Polane

29 maart: Totem – recensie van Tom Kruijsen

31 maart: Samen lezen is leuker – recensie van Karin Meinen-Benjamins + winactie

 

 

Gepost op

Blogtour Kleine moordenaar – de aftrap

 

Rafaël zit naast me op de bank, zijn muts tot over zijn oren naar beneden getrokken en zijn knieën raken zowat zijn kin. Hij doet niet onder voor een coole gast op de middelbare school die met zijn broek half van zijn kont gezakt door troosteloze gangen slentert.

Ware het niet dat Raf is geboren in Hofstede voordat de Ontkroning plaatsvond, ergens rond de jaren twintig van de negentiende eeuw in onze eigen jaartelling. Een plek waar armoede en waterpest welig tieren. Onderdrukt door een vader met losse handen heeft hij weinig vooruitzicht op een lang of gelukkig leven.

Hoewel ik net een (veel te dik uitgevallen) novelle over hem  heb volgeschreven, moet ik nog steeds aan deze kwetsbare jongen wennen. Ik heb hem immers leren kennen als gemaakte, een lispelende verschijning met rijen vlijmscherpe tanden en pikzwarte ogen zonder een greintje oogwit, die er niet vies van is om te pakken wat hem toekomt (bij voorkeur het bloed van zijn vijanden). Ravàn is een opgewonden standje, iemand die liever tegen de stroom inzwemt in plaats van mensen naar de mond te spreken, een rebel in hart en nieren.

Hij werd geboren als bijrol in Bloedwetten: Vonnis, eiste in Bloedwetten: Verlossing een belangrijke rol op in het plot (wie had gedacht dat uitgerekend hij als enige zou doorhebben hoe alles in elkaar steekt?) en ik ben ervan overtuigd dat hem een grootse toekomst wacht. Wellicht grootser dan hij zelf voor mogelijk houdt.

Kleine jongens worden groot.

Het is nog steeds een shock dat ik hem als mensenkind heb leren kennen. Hij heeft zich de afgelopen maanden volledig blootgegeven. Zijn kwetsbaarheid was ontroerend en zal voor sommige mensen pijnlijk herkenbaar zijn. Ik heb lang getwijfeld hoever ik in detail moest treden. Na een tijdje om de hete brij heen te hebben gedraaid, besloot ik dat ik Rafs verhaal onrecht zou aandoen door een blad voor de mond te nemen. Zoveel slachtoffers van misbruik worden monddood gemaakt. Ik moest Raf een stem geven, ook al is hij ‘maar’ een fictief personage. Fictie is een medicijn, het kan ons helen wanneer de realiteit te gruwelijk is om onder ogen te komen.

Censuur is tijdens het schrijven niet op zijn plaats. Het mag best ongemakkelijk worden en tegen de grenzen van het toelaatbare aan schurken. Wegkijken zou het verhaal onrecht hebben aangedaan.

Ik hoop dat jullie mijn kleine moordenaartje net zoals ik zullen omarmen en dat zijn verhaal een vorm van troost zal geven, al hoop ik vurig dat niemand hetzelfde pad zal moeten bewandelen als hij. Uiteindelijk kent ook zijn leven als mens in zekere zin een happy end. Het praat zijn daden niet goed, ook al waren ze zijn enige uitweg. Als hij een andere leermeester tegen het lijf was gelopen had hij wellicht andere keuzes gemaakt.

Een lezer vroeg me laatst waarom ik ervoor had gekozen om in Gedichten van licht en schaduw een moordenaar te verheerlijken. Voor mij is het geen kwestie van verheerlijking wanneer ik mij in het doen en laten van bijvoorbeeld een moordenaar verdiep. Het is enkel een manier om aan te tonen dat er vele tinten grijs tussen wit en zwart zijn; meer schakeringen dan we kunnen bevroeden, want elke booswicht is de held van zijn eigen verhaal en elke held is een tiran in de ogen van degene in wiens ellende hij zich niet kan inleven.

Raf pulkt stilletjes de vlokjes bloedpulver van zijn muffin en peuzelt ze op. Ik heb ze gebakken om te vieren dat het vandaag zover is: zijn bronvertelling ziet officieel het levenslicht. De afgelopen tijd heb ik hem al een paar keer de wijde wereld in gestuurd. Eerst naar zijn peettantes van redactie en persklaarmaken. Daarna naar een paar proeflezers die hem maar vreemd bekeken. Eentje werd zelfs een beetje depri van hem. Nou vraag ik je!

Maar vandaag is het anders. Vandaag trekt jonge Raf  de wijde wereld in, waar iedereen hem kan be- en veroordelen. ‘Niets om bang voor te zijn,’ zeg ik met de nodige bravoure. ‘Je hebt erger te verduren gehad. Ook al beoordelen onbekenden jou en slaan ze je met één ster om je oren, ook al begrijpt niemand wat de (integere) bedoeling van het verhaal is: jij weet waar je vandaan komt en jij weet waar je voor staat. Je hoeft niet vrienden met iedereen te worden om van waarde te zijn. Vandaag begint jouw grote avontuur, kleintje. Je zou ernaar uit moeten kijken.’

‘Maar zo direct is het voorbij,’ sputtert hij.

‘Je denkt toch niet serieus dat het voorbij is? Dat wij elkaar nooit meer gaan zien? Kleine moordenaar is geschreven. Je verhaal is verteld. Dát deel van jouw verhaal, tenminste… maar daar blijft het niet bij. Weet je nog wat je me laatst toevertrouwde? Over jouw terugkeer naar Hofstede, vlak nadat je van het bloed bent geworden?’

Hij knikt.

‘En Bloedwetten: Voortbestaan (werktitel), je denkt toch niet dat daarin geen rol voor jou is weggelegd?’

Nu begint hij te stralen.

‘Nou dan, stop die laatste muffins bij je en wegwezen. Ik zie je snel weer.’

Voor ik kan zeggen dat hij een jas en een sjaal moet meenemen – want het mag dan wel bijna lente zijn, het is nog fris buiten – is hij verdwenen.

Hoewel hij vroeg of laat bij me terugkeert, ga ik mijn kleine moordenaar missen. Zijn onschuld krijgt hij nooit meer terug, die verloor hij op de daken van zijn geliefde geboortestad op die ene nacht toen hij getuige was van een moord.

Het ga je goed, kleintje. De wereld ligt aan je voeten.

Bestel Kleine moordenaar hier.

Gepost op

Inspiratieblog ‘Gedichten van licht en schaduw’

Speciaal voor Halloween duik ik wat dieper in de achtergrond van ‘Gedichten van licht in schaduw’ en wat mij ertoe inspireerde om het verhaal te schrijven.

Vlak nadat ik door Martijn Lindeboom was gevraagd om een verhaal te schrijven voor een horrorbundel die in het najaar van 2016 bij Luitingh-Sijthoff zou verschijnen, stuitte ik op Pinterest (waar ik veel inspiratie vandaan haal) op een foto gemaakt door de pionier van de Parijse misdaadfotografie, Alphonse Bertillon.

Ik had Martijn om een paar dagen bedenktijd gevraagd, want ik zat midden in het schrijven van Bloedwetten: Verlossing en wist niet of ik me daar op korte termijn uit kon losrukken. Bovendien schrijf ik met een slakkengang en komen ideeën mij (doorgaans) niet aanwaaien.

Dankzij die ene foto (achter af gezien weet ik niet eens meer welke) begonnen de radertjes te ratelen. Hoe gruwelijk die afbeeldingen ook zijn, ze bezitten ook een bijna kunstzinnige schoonheid. Zo werd het idee geboren van een seriemoordenaar die samen met een fotograaf kunst maakt. De aparte manier van fotograferen heeft meteen de eerste scène van het verhaal geïnspireerd (zie foto-collage boven). Let ook op de poot van het statief dat op een paar afbeeldingen hier onder zichtbaar is.

Qua inspiratie bevond ik me meteen de Belle Epoque van Parijs en wat past daar nou beter bij dan een flink glas vol absint? Veel kunst in die tijd is geschapen onder invloed van de groene fee, zo zouden de cirkels in ‘De sterrennacht’ van Van Gogh een directe gevolg van absintgebruik zijn.

Ik zette mijn zoektocht op Pinterest voort en vond de ene na de andere afbeelding die mijn gedachten op hol liet slaan. De vervallen straatjes van Montmartre, de bouw van de Eiffeltoren, de dames met hun ingesnoerde tailles. Ach, wat een romantiek.

De opkomst van de fotografie is op zichzelf al een mooi onderwerp om je in te verdiepen. Zo ontdekte ik het bestaan van een fototoestel dat op een zakhorloge leek. Tja, dat moest natuurlijk een rol krijgen in het verhaal.

Als ik al die afbeeldingen zo bekijk, raak ik ervan doordrongen dat ik met liefde nogmaals naar de Belle Epoque zou terugkeren. Wat mij betreft is het niet uitgesloten dat het bij één bezoek blijft.

Speciaal voor Halloween en dit blog, heb ik een filmpje opgenomen waarin ik uit ‘Gedichten van licht en schaduw voorlees.

Alle afbeeldingen komen uit mijn inspiratiemap op Pinterest. Je kan die hier bekijken. Ook leuk als je me daar volgt. Dan kan je o.a. zien wat mij zoal visueel inspireert bij het schrijven van mijn verhalen.

 

Gepost op

Boekpresentatie Bloedwetten: Verlossing, een terugblik

Na langer dan anderehalf jaar bijna dag in dag uit met Bloedwetten: Verlossing bezig te zijn geweest, was het op 29 april jongstleden zover en mocht ik het boek op Elfia Haarzuilens in de prachtige kapel van het landgoed presenteren. De opkomst was boven verwachting. Met de hulp van diverse vrienden heb ik er een geweldig feestje van gemaakt.

Nadat Jasper Polane mij had geïntroduceerd en ik alle aanwezigen had verwelkomd, verzorgde Gewendolyn Snowdon een muzikaal intermezzo.

De première van de boektrailer viel helaas grotendeels in het water door overbelichting. Zelfs ik kon daar hartelijk om lachen, want dergelijke ups en downs typeren het hele proces van zelf je boeken uitgeven. De speciaal door Lon Snow gecomponeerde muziek klonk in ieder geval prachtig dankzij de akoestiek van de kapel. Je kan de boektrailer HIER in zijn geheel bekijken.

Natuurlijk had ik iets bijzonders voor alle aanwezigen in petto. Niet het doorsnee ‘schrijver leest voor, publiek dommelt weg’-momentje, maar een Bloedwetten pastiche, waarin diverse vrienden die in het publiek zaten een rol speelden. Johan Klein Haneveld liet zijn machtige stem over alle aanwezigen schallen toen hij in de rol van Kushir voor zijn rekening nam. Hij verraste zelfs mij door de tekst daadwerkelijk te zingen! Linda van Oostendorp vertolkte een niet zo lieftallige Maïa van Minnewold en Roderick Leeuwenhart zette zijn tanden in de rol van Victoire Rousseaux d’Hubertin., inclusief dode poedel als bontmanteltje (het meest dandy-eske kledingstuk dat hij in de kast van zijn vriendin had kunnen vinden).

Tot besluit was er een boekverloting en was het dringen geblazen om een boek mét handtekening te bemachtigen. Volgens Linda ben ik de langzaamste boeksigneerder ever. Een titel die ik met trots draag, omdat ik in elk boek iets anders probeer te schrijven.

Het signeren ging door tot in het voorportaal van de kapel, zodat de volgende presentatie kon beginnen.

Moe maar voldaan keerden de heldinnen terug naar hun kraam, want er wachtte nog een heel Elfia op hen, vol schitterend uitgedoste bezoekers waarvan er diverse een exemplaar van Bloedwetten: Verlossing kwamen halen. En uiteindelijk is het schrijversleven altijd weer met je beide beentjes op de grond staan en gewoon je eigen prakkie koken.

Bedankt aan iedereen die erbij was en die heeft meegeholpen om het zo’n fijne en gedenkwaardige dag te maken!

Bloedwetten aanschaffen? Dat kan HIER.

Foto’s: Hans Glaudemans

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Gepost op

Recensenten gezocht!

Wil jij Bloedwetten: Verlossing lezen voordat het boek officieel uitkomt? Geef je dan nu op als recensent! Uit de inzendingen worden 12 gelukkigen gekozen. Zij zullen het boek uiterlijk 15 april als ePub ontvangen. Dat is ruim twee weken voor de officiële boekpresentatie op Elfia Haarzuilens.

Wat moet je hiervoor doen? Geef je op via het contactformulier op www.bloedwetten.com of schrijf een mailtje naar: bloedwetten@gmail.com. Opgeven met een pb via de Facebookpagina van Bloedwetten is ook mogelijk.

Voorwaarden:

  • Word jij uitgeloot? Dan zeg je toe in ruil voor het e-book een (eerlijke) recensie te schrijven en deze op boekensites zoals Hebban, Goodreads en Bol.com te plaatsen. Deze recensie moet binnen een maand na ontvangst van de ePub op deze kanalen geplaatst zijn. De recensies zullen ook door mij gedeeld worden op de Bloedwettenwebsite en via social media.
  • Moet je een volleerd recensent zijn met een gouden pen om mee te kunnen doen? Helemaal niet. Schrijf gewoon eerlijk je mening (meestal geldt een minimum van 100 woorden voor een recensie). Juist als lezer is jouw oordeel over het boek enorm belangrijk.
  • Bloedwetten: Vonnis (het eerste boek) nog niet gelezen? Geen probleem. Als je wordt uitgeloot en je hebt het eerste boek nog niet gelezen, dan stuur ik je ook dat toe als ePub. Alleen zeg je dan wel toe om twee recensies te schrijven. Hiervoor krijg je dan twee maanden de tijd ipv een maand.
  • Opgeven kan t/m 7 april, middernacht.

Ik zie naar jullie reacties uit en ben heel erg benieuwd wat jullie van het boek vinden.

Bewaren

Bewaren

Gepost op

In gesprek met Jean Darvas Collignon

Zwart hart - www.bloedwetten.com

Ter ere van het verschijnen van de eerste Bloedwetten bronvertelling ‘Zwart hart’ in de reeks Splinters van Uitgeverij Quasis, had protagonist Jean Darvas Collignon mij toegezegd dat hij beschikbaar was voor een interview. Dit gesprek vond onlangs bij mij thuis plaats, onder Collignons eigen voorwaarden wel te verstaan.

‘Ze staan werkelijk te dringen met hun vragen, niet?’ merkt hij op terwijl hij aan zijn sigaartje lurkt.

Zoals van Jean Darvas Collignon verwacht mag worden, is hij er opeens. Hij staat middenin mijn werkkamer, gekleed in een lichtgrijs, op maat gemaakt kostuum. Zijn hoge hoed is van dezelfde kleur. Op het puntje van zijn neus prijkt een bril met ronde glazen van blauw glas. Zoals altijd is hij om door een ringetje te halen. Geen wonder dat hij te laat is.

‘Ik had je gevraagd om niet te roken,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd.

‘Weet ik.’

‘Waarom doe je het dan toch?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo ben ik nu eenmaal. U heeft me zo gemaakt. Klagen heeft weinig zin. Tutoyeren evenmin.’

Ik rol met mijn ogen, heb nu al spijt van dit voorgenomen interview.

‘Opvallend dat iemand met beperkte longfunctie een van haar voornaamste personages kettingroker maakt,’ merkt hij op.

‘Daar had ik niets over te vertellen. Ik schrijf op wat ik doorkrijg.’

‘Ben ik  u ingeademd door een hogere macht? Meer dan een veredelde tikgeit bent u dus eigenlijk niet.’

Ik besluit van een theologische discussie af te zien. Hoewel onze mening over het goddelijke – of het gebrek daaraan – overeenkomt, zou hij het klaarspelen om toch te winnen én de discussie uren te laten voortduren. ‘Hoogst impertinent trouwens dat je jezelf tot een van mijn voornaamste personages betitelt,’ kaats ik terug.

‘Dat ben ik toch ook? Bloedwetten is niets zonder mij.’

Ik moet om de pretlichtjes in zijn ogen lachen. Hij is een expert in mensen op de kast jagen. Ook al neem je je voor er niet in te trappen, toch krijgt hij je precies waar hij je hebben wil. ‘Misschien,’ geef ik halfhartig toe. ‘Zullen we maar eens beginnen?’ vraag ik hem, terwijl ik mijn blik over mijn aantekeningen laat dwalen.

‘Waren we dan niet al begonnen?’

Ik negeer de opmerking en stel mijn eerste vraag: ‘Tevreden over het omslag van Zwart hart?’

‘Mwoch, het ziet ernaar uit dat ik het ermee moet doen. Als ik in de spiegel kijk, zie ik natuurlijk een veel betere versie staan. Toen ik net van het bloed was, had ik wat meer vlees op mijn botten, dat is waar. Nooit ben ik een knekelfestijn geweest, zoals die Rode die uw hart stal.’

‘Ben je daar nog steeds jaloers over? Dat Storm in mijn dromen opdook en niet jij?’

‘Ach, wat heet jaloers. Dergelijke emoties heb ik reeds lang achter me gelaten.’

‘Maar toch begin je er steeds weer over.’

‘Ik weet dat u op een bepaalde manier ook op mij bent gesteld. Daar zal ik het mee moeten doen.’

‘Wat weinigen begrijpen is dat je als schrijver je personages bent. Ik droomde dat ik Storm was, hoe ik gemaakt werd en daaruit is Bloedwetten ontstaan. In zekere zin ben ik hem nog steeds.’

‘Is dat wel een gezonde relatie?’

Ik snuif. ‘Ja, ik vreesde al dat dit gesprek zo zou verlopen. Wie interviewt wie?’

‘Ik hoor niets dan tegenstrijdigheden in uw verhaal. Dan is het niet verwonderlijk dat ik vragen stel. Als schrijver bent u de personen waarover u schrijft, maar tegelijkertijd heeft u niets te zeggen over hun doen en laten.’

‘Dat klopt.’

Nu mompelt hij wat. Hij steekt een nieuw sigaartje aan met het kontje van de oude. Onder mijn dwingende blik opent hij het raam, schuift de hebbedingetjes en halfdode planten opzij die op de vensterbank staan en parkeert de ene helft van zijn achterwerk erop. Hij kijkt naar buiten, naar de mensen die door de drukke winkelstraat lopen, de voorbijsnellende fietsers en het gejaagde getingel van de tram die weer eens vast staat door een dubbel geparkeerde vrachtwagen. ‘Ik begrijp niet hoe u hier kunt creëren.’

‘Je moet het doen met wat je hebt.’

‘U verdient beter. Wanneer u over schrijven praat, zie ik – los van de tegenstrijdigheden – de passie in uw ogen. Dat is mooi. Met passie doorwrocht bloed smaakt beter.’

‘Nu zit je me te vleien.’

‘Klopt, bloed is bloed. Het smaakt allemaal hetzelfde.’ Hij neemt me in zich op. ‘Ik had gedacht dat u groter zou zijn.’

‘Die hoor ik wel vaker.’

‘Treurige aangelegenheid eigenlijk, dat schrijven, als ik het zo bekijk. Waarom steekt u er zoveel uren in, terwijl u er relatief zo weinig voor terugkrijgt? Ik bedoel, een boterham ermee beleggen gaat niet lukken. Nog even en u moet naar de bloedbank om bloed af te staan in de hoop dat u daarvoor een duit in ontvangst mag nemen.’

Zwart hart - Bloedwetten‘Noem het een roeping. Zullen we verder gaan met de vragen? Dit interview gaat immers om jou, niet om mij.’

Een afkeurend geluid verlaat zijn strot. ‘Vragen, alsof u er zo veel heeft binnengekregen. Ik zei toch dat het zinloos was om via die sociale media op te roepen om vragen te stellen? Men is te zeer van mij onder de indruk om vragen te durven stellen.’

‘Ik heb er wel degelijk een paar vragen binnengekregen van dappere zielen. John van Duin vroeg zich bijvoorbeeld af of je letterlijk een zwart hart hebt.’

‘Sommige dingen moet men letterlijk nemen, andere niet.’

‘Vanzelfsprekend kom je met een ontwijkend antwoord.  Een langer antwoord dan ik had verwacht, dat dan weer wel.’

‘Weet ik gelukkig toch te verbazen. Tegen mensen die naar de zwartheid van mijn hart gissen, zeg ik: lees Zwart hart. Het is natuurlijk één grote leugen, een fantabulatie van de hoogste orde, maar het voldoet.’

‘Dat zal ik dan maar als een compliment beschouwen.’

‘Vanzelfsprekend. Van niemand anders zou ik het pikken dat ze proberen om mijn verleden in woorden te vatten.’

‘Ik heb slechts opgeschreven wat jij mij doorgaf, dus als er iemand liegt, ben je het zelf.’

‘Precies zoals men van mij verwacht. Ik ben een open boek.’

‘Is dat jouw manier van om iemand geven, gedrag van hem of haar ‘pikken’?’

‘Wanneer het moet. Ik geef om personen die de moeite nemen om te luisteren. Mensen die hun kop boven het maaiveld van het alledaagse durven uitsteken. Bovendien ben ik benieuwd naar de bronvertelling van madame LaSoeur.’

‘Tot ik die heb opgeschreven ben ik wat jou betreft mijn leven zeker?’

‘Tot dan en lang daarna. De onwaarheden die de kleine moordenaar, Ravàn, u heeft ingefluisterd kunnen mij ongetwijfeld ook vermaken voor een uurtje of twee.  Want het klopt toch, hij heeft reeds met u gesproken?’

‘Yup, ik heb bijna zijn hele wording in mijn hoofd. Die van Kushir ook en madame LaSoeur heeft haar verhaal inderdaad ook grotendeels gedaan.’

‘Alleen nog opschrijven.’

‘Precies, alleen nog opschrijven. Maar aangezien ik de eerste versie van Zwart hart herfst 2014 opschreef, zou ik aanraden om niet je adem in te houden. Schrijven is voor mij een langdurig proces.’

‘Vreemde tijd was dat, toen we elkaar troffen om de eerste versie van Zwart hart uit te werken. Ik herinner het me nog goed.’

‘Inderdaad,’ beaam ik, door herinneringen in beslag genomen. Schrijven in mijn oude kamer in het ouderlijk huis. Het ouderlijk huis dat er nu niet meer is.

Hij wordt ook afgeleid. Niet door het verleden, maar door het heden. Zijn blik kleeft vast aan een dame die de straat oversteekt met haar hondje aan de lijn. Beiden trippelen met hun snoetjes hoog in de lucht vlak voor een fietser langs. Ik ben hem aan het kwijtraken. De bloedhonger trekt aan hem. ‘Ik heb nog een vraag voor je. Ik weet alleen niet zo goed hoe ik hem moet stellen.’

Hij kijkt de vrouw na tot ze om de hoek verdwijnt. Net wanneer ik denk dat hij me helemaal niet gehoord heeft, reageert hij: ‘Ik ken u niet als verlegen.’

‘Niet als ik schrijf, maar nu je tegenover me staat met die blinkende slagtanden is het een ander verhaal.’

Hij grijnst. Toont me zijn moordwapens in volle glorie. ‘Kom maar op met die vraag.’

‘Deze is van Jasper Polane: Zijn Gemaakten van nature slecht? Of worden ze dat na een tijdje vanzelf?’

Hij zwijgt lange tijd en tuurt naar zijn weerspiegeling in het vensterglas. Vervolgens lacht hij. ‘Er zitten altijd filosofen tussen, nietwaar? Van die komedianten die de leegte van hun woorden wegmoffelen achter zogenaamd intelligent geformuleerde vragen?’

Ik kijk hem aan. ‘Ga je antwoord geven of niet?’

‘Denkt u daadwerkelijk dat ik dit een moeilijke vraag vind om te beantwoorden? Dat ik schrik van een dergelijk statement? En denkt u niet dat ik voor erger ben uitgemaakt? Dat ik mezelf niet voor erger heb uitgemaakt en mezelf voor erger heb aangezien dan simpelweg “slecht”. Dat woord dekt de lading niet. Slecht. Dat is net zoiets als aardig. Zo’n halfslachtige karaktertrek waar je eigenlijk niet veel van hoeft te verwachten. Er schuilt geen kracht achter… Bovendien, wat is slecht? Wat voor mij goed is, is voor u slecht en vice versa. Natuur komt vanuit de persoon, niet vanuit het feit of iemand Ath’vacii is. Bovendien wordt wat goed of slecht is opgelegd door maatschappelijke en culturele normen. Maar met een mogelijke eeuwigheid aan je voeten en het ontbreken van angst om te sterven door ziekte of ongeluk, openbaren bepaalde verleidingen zich vroeg of laat. Grenzen vervagen. Maakt dat een Ath’vacii per definitie slecht? Geef en mens alle tijd van de wereld en hij verrot te zijner tijd vanzelf.’ Hij maakt zich van de vensterbank los. ‘Was dat het?’ vraagt hij, toch wat kortaf.

‘Ja, dat was het schokkende aantal vragen dat is binnen gekomen.’ Ik knipoog naar hem.

‘Maar zijn daarmee de vragen op?’

‘Wat mij betreft nog lang niet.’

Hij neemt zijn hoed af, neemt mijn hand in die van hem en buig zich er overheen. De kou van zijn vlees wasemt dwars door zijn witte handschoen . ‘U mag mij altijd vragen stellen. Misschien wordt de tweede bronvertelling die u exclusief aan mij zal wijden daarmee accurater dan Zwart hart.’

‘Wie zegt dat ik nog een verhaal exclusief aan jou wil wijden?’

‘Omdat er ook een stukje van mijn zwarte hart in u zit, zoals in iedereen. Hopelijk stelt dat antwoord mijnheer Polane tevreden.’ Hij zet zijn hoed weer op, kijkt nog even naar alle schilderijtjes en prenten die ik aan de muur heb hangen, een paar daarvan per toeval gevonden portretjes van hoe ik Maïa en Katine voor me zie. De steevaste rommel op mijn bureau kan hem niet bekoren. Zolang ik maar bij toetsenbord en muis kan vind ik het best. ‘Precies Roan,’ concludeert hij hoofdschuddend. Een zucht later is hij verdwenen.

Ik frons mijn wenkbrauwen. Hij is  dan wel weg, maar hij is nooit helemaal verdwenen, die duivelse Collignon met zijn zwarte hart. Heeft hij dan toch een beetje op me afgegeven?

***‘Zwart hart’ kan je via deze link (gesigneerd) kopen.***

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Gepost op

Over vriendschap en uitgeven

www.bloedwetten.comToen Jasper mij vroeg of ik een blog wilde schrijven voor de blogtour ter ere van zijn nieuwste roman Wolvinnen van Otrostaadt,  zei ik zonder nadenken ‘ja!’. Daar ben ik namelijk goed in, zonder nadenken ‘ja!’-zeggen.  Vervolgens rees de vraag in welke vorm dit blog te gieten. Een interview? Ging al gebeuren. Elkaar interviewen dan? Ook al gedaan. Bovendien hadden we we ons dan verplicht gevoeld een antwoord te geven op de veel gestelde en o zo ongemakkelijk vraag of we een stel zijn. Zelfs het ludieke idee om Edison en Storm elkaar te laten interviewen kwam voorbij, maar uiteindelijk ketste dat ook af, omdat je als lezer daarvoor beide boekenreeksen moet kennen. Een ideetje dat we op de plank ‘wellicht voor in de toekomst’ leggen.

Nadat ik me vorige week naar Leiden had gerept om bij de boekpresentatie van Wolvinnen aanwezig te zijn, gezellig een nachtje in Huize Polane bleef logeren om de volgende dag een dagje markt mee te draaien, kwam ik op het idee waar ik het in dit blog over wil hebben. Want hoe is dat nou eigenlijk gekomen, die nauwe samenwerking tussen Quasis en Staaldruk/Bloedwetten?

Begin november 2014 had ik de first draft van Bloedwetten al een paar maanden af en ik was druk bezig met herzien. Het plan was om, indien geen van de uitgevers waar ik het manuscript naartoe had gestuurd met een contract zou zwaaien, ik het boek zelf zou uitgeven. Hoe precies, was nog de grote vraag. Op mijn tijdlijn op Facebook zag ik een interview met ene Jasper Polane voorbijkomen, een stuk dat afkomstig was van de site die inmiddels is uitgegroeid tot  ’s Neerlands grootste lezerscommunity, Hebban. Daarin vertelde Jasper enthousiast over zijn debuut Lege Steden (een boek waarvan de thematiek me meteen aansprak) en hoe hij de publicatie door middel van crowdfunding had gefinancierd. Tot op dat moment had ik nog nooit van crowdfunding gehoord, niet bewust in ieder geval. Het was zo’n moment waarop je een kwartje kon horen vallen. ‘Ga ik ook doen,’ dacht ik bij mezelf, ook al werd in het interview duidelijk dat het een pittige klus zou worden, maar ja, als ik me iets in mijn hoofd haal, hou me er dan maar eens van af.

Op de Midwinterfair in het Archeon, 2014 ontmoetten Jasper en ik elkaar voor het eerst. Lang hebben we toen niet kunnen praten, beiden aan het werk en Jasper op zondag geveld door een nare buikgriep. Kort daarna voerden we geheim beraad in de Bijenkorf te Amsterdam, waar ik Jasper het hemd van het lijf mocht vragen over de ins and outs van crowdfunding. Niet alleen was door dat interview op Hebban het idee ontstaan om publicatie van Bloedwetten op dezelfde manier aan te pakken, ook vertoonde ons werk enkele overeenkomsten. Inhoudelijk zouden de boeken zo naast elkaar kunnen staan in de boekhandel.

Ik sloeg aan het plannen en op de achtergrond heeft Jasper mij (samen met vele anderen) door de intensieve tijd rondom de crowdfunding geloodst. Onze vriendschap groeide en al gauw kwam het idee voor nauwere samenwerking ter sprake. De reden dat het er niet meteen van kwam, ligt geheel bij mij. Niet uit wantrouwen, maar juist uit een te groot gevoel van vertrouwen, want ergens geloof ik dat vriendschap en zaken gescheiden moeten blijven. En dus ging ik in zee met een uitgever die een week nadat ik had toegezegd uit elkaar klapte. Pas maanden later kreeg ik te horen hoe zaken ervoor stonden. Deze uitgever was een gevestigde naam binnen het genre en het leek een veilige keus. Een ervaring die mij vervolgens meer dan voldoende reden gaf om te twijfelen of ik er goed aan deed om met wie dan ook krachten te bundelen. Misschien was ik alleen beter af. Maar in je uppie met maar één boek op je naam is het praktisch onmogelijk om de kosten van een aansluiting bij het Centraal Boekhuis te dragen en bereik is voor een boek van levensbelang.

www.bloedwetten.comBegin 2016 bood Jasper aan om mijn uitgeverij Staaldruk als imprint bij Quasis onder te brengen, zodat het duidelijk mijn eigen hokje was waar ik kon doen en laten wat ik wilde, maar waar ik ook financieel volledig verantwoordelijk bleef. Toen wist ik dat ik geen reden meer had om te blijven twijfelen. We knutselden een contract in elkaar alsof we elkaars ergste vijanden waren, juist om ons ervan te vergewissen dat onze vriendschap overeind zou blijven. Daar moest op gedronken worden met Jip en Janneke bubbels!

Inmiddels verloopt de samenwerking soepel en voelt het alsof we elkaar al jaren kennen. We delen geregeld een kraam op evenementen, luchten ons hart als het tegenzit, smeden plannen voor de toekomst door de lat telkens net hoger te leggen dan waar we nu zijn, moedigen elkaar en remmen elkaar af wanneer nodig. Laatst hadden we nog de grap dat Jasper mij vaker ziet dan zijn vrouw, aan wie ik hier ook aandacht wil besteden: als ik het over Jasper heb, zeg ik automatisch ook Petra, want zij vormen als echtpaar de basis van Quasis. Niet alleen Jasper heeft me met open armen welkom geheten, maar ook Petra en daar ben ik reuze dankbaar voor.

www.bloedwetten.comEn dan die roman waar deze blogtour om te doen is, Wolvinnen van Otrostaadt, is die de moeite waard? Ik heb hem mogen proeflezen net zoals zijn voorganger Vorstin van de Kou en hoewel ik niet snel met sterren strooi (zeker niet omdat ik iemand toevallig ken) krijgt Wolvinnen van mij vier dik verdiende sterren. In de eerste twee delen van deze reeks, De Onzichtbare Maalstroom, miste ik iets. De rauwheid waar ik zelf zo verzot op ben, het net over de grens durven stappen. Het leek erop of Jasper er nog niet volledig voor ging, maar met Wolvinnen heeft hij zijn schroom laten varen en als schrijver een flinke stap voorwaarts gezet.

Dat is ook een voordeel van vrienden zijn, dat je zo’n proces van dichtbij mag meemaken en dat is mooi. Van een ander zien groeien, groei je zelf ook. Ik hoop dan ook dat we dat dichtgetimmerde contract nooit van stal hoeven halen, en dat we elkaar nog lang blijven steunen.

En als jullie me nu willen excuseren, dan ga ik die veren die ik net zo zorgvuldig in Jaspers achterwerk heb gestoken, er weer stuk voor stuk uit trekken. Ook dat is vriendschap.

 

Volg de hele blogtour hier

Lees recensies van Wolvinnen van Otrostaadt hier

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Gepost op

Bloedwetten wint Bastaard Fantasy Award

kees1
Foto: Kees Stravers

Afgelopen vrijdag (25 maart 2016) verzamelde zich een bont gezelschap in de Qbus te Leiden voor de prijsuitreiking van de Bastaard Fantasy Awards. De slimme heren van Bastaard hadden een aantrekkelijk programma samengesteld met optredens van o.a. Seed en Rapalje, waarmee de uitreiking werd omlijst.

Op ultrasjieke wijze had ik mij vanaf het huis van vrienden naar de Leidse binnenstad bewogen: de fiets van Jasper en Petra’s tienjarige zoon bleek een perfect fit. Tja, een schrijver 2.0 voert immers al haar eigen stunts uit, zo ook deze.

Het was een gezellig weerzien met oude vrienden en schrijfcollega’s, maar dan word je plotseling toch erg nerveus vlak voor bekendmaking van de categorie ‘beste boek’ en het ontrollen van de oorkonde met de uitslag. Je hoopt natuurlijk, maar probeert nergens op te rekenen en als je dan hoort dat jouw boek heeft gewonnen is dat gewoon onwerkelijk.

Bastaard Awards 017+
Met Jasper Polane

De klim het podium was op was ook onwerkelijk. Echt weer een Sophia-momentje. Tja, het zou best handig zijn geweest als ze me hadden verteld dat er back stage een trappetje was… Helaas bleek het geluid van de live stream te zijn uitgevallen. Ik kan jullie garanderen dat jullie wat betreft mijn speech niet veel hebben gemist, want ik had niets voorbereid. Ik zal hem hier nog even herhalen voor zover ik me kan herinneren, want ik was echt even sprakeloos: ‘Bedankt iedereen die heeft gestemd. Iedereen die heeft geholpen met het boek ook hartelijk bedankt. Dit is… ja… dit is echt heel tof. Dank jullie wel.’

Kijk, als je achter pc of laptop zit te kniezen, vloeien die woorden veel eleganter, maar het was tenminste recht uit het hart.

De fantasy scene is een mooi wereldje, vol liefde en enthousiasme, waarin mensen niet wegvluchten voor de realiteit, maar de wereld gewoon net iets mooier proberen te maken. Dit doen ze niet alleen door middel van uiterlijkheden zoals prachtige kostuums, maar ook door wie ze van binnen zijn. De gunfactor is groot, maar dat hij nog steeds zo groot is, had ik niet durven dromen. Tijdens mijn crowdfunding had ik er al van mogen proeven, toen vanuit allerlei hoeken en gaten mensen te hulp schoten, vaak mensen die mij niet eens kenden. Ik ben en blijf dankbaar, want op een gegeven moment denk je dat het wel klaar is met dat gunnen.

Bastaard Awards 013
Catfight met Kim en Rik

Wat mij het meest heeft ontroerd waren de welgemeende felicitaties van medegenomineerde schrijfcollega’s. Dat is een wel heel bijzondere gunfactor, want ik weet ook hoe het voelt om achter het net te vissen. Rik en Kim, jullie zijn kanjers!

Iets minder dan een jaar geleden begon ik kiezels in een vijver te gooien, kiezels die zeiden: help mij met het waarmaken van mijn droom, geef mijn boek een kans om het daglicht te zien. Inmiddels hobbel ik voort op de deining, kabbel ik langzaamaan richting grotere wateren, via een stroom naar een meertje en misschien ooit naar het open water van de zee.

Eén kiezeltje is al pardoes in een grotere plas terechtgekomen: onlangs haalde ik geheel onverwacht mijn eerste betaalde schrijfopdracht binnen. Hier mag ik op dit moment helaas verder niets over bekend maken, maar het wordt machtig mooi, dat weet ik zeker.

Als jullie me de komende tijd kwijt zijn, heb ik me verdiept in Bloedwetten II en geheime opdrachten. En ik glunder zo op zijn tijd ongetwijfeld ook nog na bij de herinnering aan een mooie avond. Stemmers bedankt!