Posted on

Kerstcadeau: kort verhaal ‘Voor eeuwig’

Met mijn hart in mijn keel bestijg ik de trap. Moeizaam sjouw ik het immense schildersdoek en mijn ezel naar boven. Ze pasten niet in de lift, waardoor ik tot klimmen werd veroordeeld.

Tegen de tijd dat ik de laatste treden achter me laat, loop ik te hijgen als een krakkemikkige stoomboot. Natuurlijk woont ze op de bovenste – en duurste – etage van het appartementencomplex. Ik zet mijn spullen neer en haal mijn zakdoek tevoorschijn. De transpiratie uit mijn nek vegend, doe ik mijn best om op adem te komen. Ze houdt niet van wachten, dat vertelde ze me alsof ze wist dat ik er een handje van heb om de tijd uit het oog te verliezen. Zeer zeker niet uit arrogantie. Nee, de tijd beweegt zich altijd sneller voort dan ik vermoed. Ik kan er niets aan doen. Mijn innerlijke horloge is slecht afgesteld.

Op de overloop tref ik maar één deur aan. Hij staat op een kier.

Ze verwacht me.

‘Madame?’ vraag ik op zachte toon, de deur verder openduwend. Geen respons. Ik kan hier als aangeschoten wild blijven staan of op mijn schreden terugkeren, maar ze stelde me een vraag die ik niet kan negeren. Het was méér dan een vraag: in een oogwenk las ze het grootste verlangen van mijn gezicht. Kennelijk ben ik zó voorspelbaar.

Mijn entree is minder indrukwekkend dan ik zou wensen. Ik sta te klungelen om het schildersdoek naar binnen te laveren. Ik zet de ezel neer en plaats het doek erop. Mijn klamme handen aan mijn broek droogvegend kijk ik rond. Haar hele leven staat uitgestald. Een bijzonder leven, dat is direct duidelijk. Rijker dan ik mijn eigen leven ooit kan voorstellen. Antieke memento’s uit alle hoeken en gaten van de wereld vullen het vertrek. Ingelijste foto’s van haar met invloedrijke mensen. Kunstenaars, schrijvers, oliebaronnen, politici. Gezichten die ik veelal niet ken, maar die ik wel zou moeten kennen wil ik hogerop komen. De lijsten die de foto’s omkaderen zijn elk een klein fortuin waard, zeker voor een man zoals ik die van schilderklus naar schilderklus leeft.

Ik zit hier goed. Zij verkoopt geen praatjes. Ze kan haar belofte gestand doen, maar dan zal ik haar eerst moeten bekoren met mijn schilderkunsten. Ik slik de brok uit mijn keel, de gedachte dat ik niet voldoende ben op afstand houdend.

Ik dwaal door het vertrek. Overweldigd door de pracht en praal die me omringt. Manshoge vazen van het dunste porselein flankeren de gietijzeren schouw waarop mollige putti ronddartelen. Maar ook minder voor de hand liggende rariteiten komen voorbij, zoals de met bladgoud overdekte sarcofaag die ergens in de schaduwen staat. Is ze al zó oud? flitst het door mijn hoofd. Een dommere gedachte volgt de eerste op: Zou ze daarin slapen?

Ik weer de banaliteiten even snel als ze ontwaken. Ik wil haar niet teleurstellen, laat staan haar beledigen. De praatjes die over haar soort de ronde doen zijn natuurlijk grotendeels roddels. Toch lijkt geen daarvan me te gek nu ik me in haar vertrekken bevindt. Een uitnodiging die ik niet mócht weigeren. De kans waar ik al zo lang op wachtte …

Van het ene op het andere moment is ze er. Precies zoals gisterenavond, toen ze me langs de kade van de Seine aansprak, waar ik goedkope portretten vervaardig om een paar centimes bij elkaar te schrapen. Ik merk haar pas op wanneer haar gestalte achter me langs glijdt. Een vleug parfum meandert voorbij. Het is een donkere geur die me nóg meer beloftes doet. Het duizelt me.

In stilte laat ze haar zijden peignoir van haar schouders glijden. Ze neemt plaats op de met rood fluweel beklede chaise longue, slechts gekleed in een waterval van goudblonde lokken.

Het komt me als een cliché voor om haar als bloedmooi te beschrijven, maar een beter woord bestaat niet. Ze is van het eeuwige bloed en bloedmooi. Een visioen van perfectie.

We spreken geen woord.

Ik schilder.

Tegen de morgenstond heeft ze er genoeg van. Ze komt overeind, keert me de rug toe en wacht. Ik snel op haar af en help haar in haar peignoir. Ze vraagt het me opnieuw: ‘Wil je eeuwig voortleven?’

Mijn keel is te droog om te kunnen antwoorden. Ik knik.

‘Morgen,’ belooft ze. Haar stem is honing en ik ben de door rook verblinde bij. Ze schrijdt langs me heen, blijft een tel staan om de eerste resultaten te bekijken. Een volmaakte wenkbrauw trekt zich op, terwijl ze het doek in zich opneemt. Is het misprijzen, walging of teleurstelling? Het is het allemaal, vrees ik. ‘Of overmorgen …’ voegt ze er hoofdschuddend aan toe.

Twee weken bezoek ik haar iedere nacht. Zij poseert en ik schilder. Sigarettenrook kringelt in het schaarse licht van de gaslampen omhoog. Alleen mijn ademhaling verstoort de stilte. Ik ben het trouwe huisdier dat iedere nacht naar haar aandacht hunkert, bereid om slaag te krijgen wanneer ik onder de maat presteer. Meestal is dat het geval. Haar oordeel over mijn inspanningen bestaat uit niet meer dan een enkel hoofdschudden of een teleurgestelde zucht.

Ik graaf in mezelf. Ze wil iets van me hebben wat ik niet bezit. Met elke penseelstreek wordt het duidelijker: ik ben geen kunstenaar. Ik schilder wat ik ken. Ik kopieer de gave van anderen. Het zal me nooit lukken om haar essentie te vangen, want ik schilder wat ik zie, niet wat zij ís.

Opnieuw schraap ik de dikke laag olieverf van het doek. Dit is het laatste grote canvas dat ik bezit. Ook mijn voorraad pigmenten wordt schaars, maar hoe kan ik haar om financiële steun vragen wanneer de afkeuring van haar gezicht druipt? Ik schiet in alle opzichten tekort.

Wanneer ze me bij het ochtendgloren na een nacht onafgebroken schilderen zegt dat ik niet terug hoef te komen, sla ik door. Ze neemt niet eens de moeite om naar mijn werk te kijken! Ik til het doek van de ezel en gooi het op de grond. Vloekend smijt ik met de kleuren, met de leugens die me zijn bijgebracht, die lijkende lijnen; de angst voor alles wat dieper reikt dan mijn geest kan bevroeden. Zwoegend zit ik op handen en knieën. Ik laat mezelf gaan, kerf met mijn paletmes in de verf, gebruik mijn nagels, mijn vingers en zelfs mijn tong. Ik heb het doek lief, zoals ik haar zou willen liefhebben, rauw en onbesuisd.

Als bevroren kijkt ze toe. Dan komt ze op me af. Haar blote voeten schrijden door de kleurenchaos. Ze knielt voor me neer en drukt haar lippen op de mijne. Ze kust me, diep en hongerig, likt de verf uit mijn snor. Nooit eerder was ik dichterbij een ander. Ik strek me uit wanneer haar liefkozingen naar mijn hals afzakken en geef me zonder nadenken aan haar over. Met een zucht neem ik haar eeuwige kus in ontvangst. Ze drinkt me helemaal op, tot er niets resteert behalve een hoopje spieren en botten dat eens een man was. Een paar bloedrode druppels vormen de kroon op mijn werk.

Het doek maakt deel uit van haar collectie. Het hangt aan de muur tussen alle andere schatten die zij gedurende haar lange leven vergaarde. Ze houdt woord: wanneer een enkeling vraagt wie de schepper is van dat ratjetoe aan gekleurde vegen, waarin ergens op de achtergrond een vrouwelijke figuur valt te ontwaren, dan vertelt ze ze mijn naam.

Ik leef voort. Voor eeuwig. Net zoals zij.

Posted on

‘Fragmenten’ wint Edge.Zero

Gisteren (15 december 2018) werd de uitslag van Edge. Zero bekendgemaakt. Ik zat mijn adem al de hele dag gruwelijk in te houden, want inmiddels was bekend dat mijn inzending in ieder geval de top drie had gehaald. Tot mijn verrassing bleef het daar niet bij. ‘Fragmenten’ sleepte de eerste prijs in de wacht!

Een resultaat waar ik erg blij mee ben, want Edge.Zero zoekt jaarlijks de beste genreverhalen bij elkaar en dit jaar leverde dat een erg sterke bundel op, waarin veel zeer gewaardeerde collega’s zijn opgenomen.

Wat is Edge. Zero?

Edge.Zero beleefde dit jaar zijn derde editie. Het is de liefdesbaby van Mike Jansen en Peter Kaptein, die hun krachten bundelden om genreverhalen geschreven door oorspronkelijk Nederlandstalige auteurs meer bekendheid te geven. Hiervoor bedachten zij een format: verhalen die hebben meegedongen aan genrewedstrijden of in een genretijdschrift zijn gepubliceerd kunnen meedingen. Deze inzendingen worden door een jury onder de loep  genomen. Dit proces resulteert in een long- en vervolgens een shortlist. De verhalen die de shortlist halen, worden in een bundel opgenomen die digitaal via diverse kanalen te krijgen is en als paperback op Amazon kan worden aangeschaft. Daarnaast worden alle schrijvers die in de bundel worden opgenomen per woord betaald.

Edge.Zero begint een begrip te worden in het genre, met dit jaar al meer dan 150 inzendingen. Een mix van door de wol geverfde auteurs en nieuw bloed geeft een goed beeld van wat er in Nederland en Vlaanderen binnen het genre speelt.

Meer over het project kan je lezen in het interview dat de heren onlangs gaven voor Leesclub De Perfecte Buren. Het interview lees je HIER.

‘Fragmenten’

Eerder schreef ik al een BLOG over ‘Fragmenten’ en hoe bovenstaande foto mij ertoe inspireerde om dit verhaal te schrijven. Soms komt een idee ‘aanwaaien’ en weet ik al schrijvende dat ik iets in handen heb. ‘Fragmenten’ is zo’n verhaal, een mij bijzonder dierbare vertelling over de kwetsbaarheid van liefde. Daarom heb ik het verhaal gekoesterd en gewacht op de juiste momenten om het in de wereld te zetten. Het werd geschreven voor de ‘Tijd & Ruimte’ wedstrijd van Luitingh-Sijthoff en Elfia. Daar behaalde het de tweede plaats. Vervolgens heb ik er een paar jaar overheen laten gaan. Jurysamenstelling dwarsboomde deelname aan een grote wedstrijd tot twee keer toe, omdat de schrijver anoniem moet blijven.

Hoewel ik (vrij onbescheiden) het gevoel had dat ik een winnaar in handen had, nam ik het besluit om mijn pijlen niet langer op deze wedstrijd te richten en stuurde het verhaal op naar Fantastels. Daar behaalde het eerder dit jaar de vierde plaats. Ik maakte het rondje af door ‘Fragmenten’ in te sturen naar Edge.Zero. Toen het daar de shortlist haalde en in de bundel werd opgenomen, kon het eindelijk door iedereen gelezen worden. Dat was een bijzonder moment, na zoveel jaar wachten.

Je kan ‘Fragmenten’ nog steeds helemaal kosteloos lezen op de website van Edge.Zero. Daar zijn alle verhalen die dit jaar meedongen gratis beschikbaar. Ga er lekker voor zitten en lees de beste genreverhalen van 2017, want er zitten heuse pareltjes tussen.

Posted on

De zwerftocht van een verhaal

Deze antieke foto van een moeder met haar overleden kind inspireerde mij in 2015 tot het schrijven van een verhaal. De afwezige blik in haar ogen, het ongeloof over het overlijden van haar kind, hoe ze zich ergens geen houding kan geven – haar rechterhand geforceerd tegen haar gezicht gedrukt alsof ze haar eigen kind liever niet meer aanraakt – dit alles bij elkaar veroorzaakte een kettingreactie in mijn gedachten. Het gevoel dat overheerste was dat deze vrouw zo verschrikkelijk hard ergens anders wilde zijn. Overal is beter dan poseren voor een fotograaf met haar dode kind op schoot.

Zo werd het verhaal geboren over de liefde tussen een gewone man en een tijdzwemster. Doordat zij steeds door de tijd valt, bestaat hun liefdesleven uit fragmenten. Dat werd ook de titel van het verhaal: Fragmenten.

Ik zond het in naar de door LS en Elfia uitgeschreven wedstrijd met het thema Tijd en Ruimte. Het behaalde de tweede plaats. Het verhaal was me zo dierbaar dat ik er nog meer mee wilde. Helaas kon ik het niet inzenden naar een andere wedstrijd vanwege de jurysamenstelling (de meeste wedstrijden eisen dat een verhaal anoniem gejureerd kan worden) en ook het daarop volgende jaar dwarsboomde hetzelfde jurylid bij diezelfde wedstrijd dat ik het verhaal kon inzenden. Uiteindelijk koos ik ervoor om het verhaal mee te laten dingen als veteraan bij Fantastels. Dat bood de mogelijkheid om een verhaal – mits anoniem – in te dienen dat reeds aan een andere wedstrijd had deelgenomen. Gisteren werd bekend dat het verhaal daar de vierde plaats had behaald (onder de titel ‘Ontmoetingen’, vanwege die anonimiteit). Lang niet slecht met 93 deelnemende verhalen.

De jury was verdeeld, zoals meestal het geval is. Een paar fragmenten uit het commentaar:

‘Wat een verzengende liefde en wat een hartverscheurend verdriet. Het verhaal is zo goed als gereed voor publicatie en zou niet misstaan in een serie als Splinters van Quasis.’ (Alle verhalen werden anoniem gejureerd en dit jurylid wist niet dat er al een Splinter van mijn hand is verschenen, dus dit was een grappig detail.)

‘Een heerlijk verhaal vol weemoed, met veel gevoel voor sfeer geschreven en zeer goed opgebouwd.’

Maar er klonken ook kritische noten:

Een jurylid vond dat hij niet voldoende met de hoofdpersonen kon meeleven. Bovendien vond hij het onwaarschijnlijk dat een tijdreiziger in armoede leeft, want een tijdreiziger heeft voorkennis. (Hoe langer ik hierover nadenk, hoe beter ik door deze redenatie heen kan prikken, maar dat maakt zo’n juryrapport juist interessant.)

Weer een ander jurylid vond dat ik griezelig dichtbij ‘The timetraveler’s wife’ kwam met mijn vertelling. Die opmerking heb ik ook gehoord van proeflezers, dus het zal wel kloppen. Zelf kan ik beamen noch ontkennen, want ik heb het boek niet gelezen en de film niet gezien.

Zo gaat dat soms: een idee komt aanwaaien zonder dat je weet dat een andere schrijver al eens een soortgelijk iets heeft gebruikt. Ik laat het verhaal in zo’n geval gewoon worden wat het in mijn ogen moet zijn, want feitelijk bestaan er geen originele ideeën meer. Waarvan de een vindt dat het verhaal schatplichtig is aan het een of ander, daarvan vindt een ander juist dat het origineel is (zo ook in de jury van Fantastels, want een ander jurylid vond het juist ‘buitengewoon origineel bedacht’).

Ik moet eens kijken wat ik met het jurycommentaar ga doen en óf ik het verhaal ga aanpassen (verhaallijn, plot). Ik heb het onlangs  nog eens gelezen en wat ik zelf het liefst (gedeeltelijk) zou veranderen is het taalgebruik. Ik begin namelijk het al te barokke proza achter me te laten en begin steeds meer to the point te schrijven en heb het gevoel dat vooral de dialogen natuurlijker zouden kunnen.

Hoe dan ook: het verhaal is nu na drie jaar rondzwerven in anonimiteit eindelijk vrij van ‘wedstrijdplichten’ en ik kan niet wachten om het jullie te laten lezen.

 

Posted on

Dutch Comic Con – Panel ‘Schrijvers 2.0’

Komend weekend 31 maart en 1 april is het weer zover: tijd voor Dutch Comic Con in de Jaarbeurs!

Niet alleen kan je dit weekend terecht voor al je geeky stuff, acteurs en actrices vanuit de verte of van heel dichtbij bewonderen, ook zijn er tal van activiteiten te beleven, waaronder het panel ‘Schrijvers 2.0’ in de cozy corner.

Tijdens dit informatieve panel en aansluitend een Q&A kunnen jullie meekijken in de schrijfkeuken van Jasper Polane (Lege steden), Sophia Drenth (Bloedwetten) en Roderick Leeuwenhart (Pindakaas en Sushi)  en hen het hemd van het lijf vragen.

Zij besteden tijdens het panel aandacht o.a. aan de volgende onderwerpen: Hoe schrijf je een natuurlijke dialoog? Wat zijn de mogelijkheden om je werk uit te geven anno 2018? En waar haal je als schrijver ideeën vandaan?

Het panel vindt zowel op zaterdag als zondag plaats tussen 11:45 en 12:30 in de cozy corner.

Wij hopen jullie daar te zien! 🙂

Het volledige programma van de Dutch Comic Con vind je HIER.

Posted on

Blogtour ‘Kleine moordenaar’

In dit bericht worden de links naar alle bijdragen aan de blogtour geplaatst

15 maart: De aftrap – Sophia Drenth, artikel over Kleine moordenaar

17 maart: Connies Boekkies – recensie door Conny Schelvis-Mens

19 maart: Boekenvirus – recensie door An.

21 maart: De Perfecte Buren – recensie doorJeanine Feunekes-Both.

23 maart: Thrillers and more – recensie van Daniëlle Henssen

25 maart: Johan Klein Haneveld – recensie

27 maart: Een bijdrage van Jasper Polane

29 maart: Totem – recensie van Tom Kruijsen

31 maart: Samen lezen is leuker – recensie van Karin Meinen-Benjamins + winactie

 

 

Posted on

Blogtour Kleine moordenaar – de aftrap

 

Rafaël zit naast me op de bank, zijn muts tot over zijn oren naar beneden getrokken en zijn knieën raken zowat zijn kin. Hij doet niet onder voor een coole gast op de middelbare school die met zijn broek half van zijn kont gezakt door troosteloze gangen slentert.

Ware het niet dat Raf is geboren in Hofstede voordat de Ontkroning plaatsvond, ergens rond de jaren twintig van de negentiende eeuw in onze eigen jaartelling. Een plek waar armoede en waterpest welig tieren. Onderdrukt door een vader met losse handen heeft hij weinig vooruitzicht op een lang of gelukkig leven.

Hoewel ik net een (veel te dik uitgevallen) novelle over hem  heb volgeschreven, moet ik nog steeds aan deze kwetsbare jongen wennen. Ik heb hem immers leren kennen als gemaakte, een lispelende verschijning met rijen vlijmscherpe tanden en pikzwarte ogen zonder een greintje oogwit, die er niet vies van is om te pakken wat hem toekomt (bij voorkeur het bloed van zijn vijanden). Ravàn is een opgewonden standje, iemand die liever tegen de stroom inzwemt in plaats van mensen naar de mond te spreken, een rebel in hart en nieren.

Hij werd geboren als bijrol in Bloedwetten: Vonnis, eiste in Bloedwetten: Verlossing een belangrijke rol op in het plot (wie had gedacht dat uitgerekend hij als enige zou doorhebben hoe alles in elkaar steekt?) en ik ben ervan overtuigd dat hem een grootse toekomst wacht. Wellicht grootser dan hij zelf voor mogelijk houdt.

Kleine jongens worden groot.

Het is nog steeds een shock dat ik hem als mensenkind heb leren kennen. Hij heeft zich de afgelopen maanden volledig blootgegeven. Zijn kwetsbaarheid was ontroerend en zal voor sommige mensen pijnlijk herkenbaar zijn. Ik heb lang getwijfeld hoever ik in detail moest treden. Na een tijdje om de hete brij heen te hebben gedraaid, besloot ik dat ik Rafs verhaal onrecht zou aandoen door een blad voor de mond te nemen. Zoveel slachtoffers van misbruik worden monddood gemaakt. Ik moest Raf een stem geven, ook al is hij ‘maar’ een fictief personage. Fictie is een medicijn, het kan ons helen wanneer de realiteit te gruwelijk is om onder ogen te komen.

Censuur is tijdens het schrijven niet op zijn plaats. Het mag best ongemakkelijk worden en tegen de grenzen van het toelaatbare aan schurken. Wegkijken zou het verhaal onrecht hebben aangedaan.

Ik hoop dat jullie mijn kleine moordenaartje net zoals ik zullen omarmen en dat zijn verhaal een vorm van troost zal geven, al hoop ik vurig dat niemand hetzelfde pad zal moeten bewandelen als hij. Uiteindelijk kent ook zijn leven als mens in zekere zin een happy end. Het praat zijn daden niet goed, ook al waren ze zijn enige uitweg. Als hij een andere leermeester tegen het lijf was gelopen had hij wellicht andere keuzes gemaakt.

Een lezer vroeg me laatst waarom ik ervoor had gekozen om in Gedichten van licht en schaduw een moordenaar te verheerlijken. Voor mij is het geen kwestie van verheerlijking wanneer ik mij in het doen en laten van bijvoorbeeld een moordenaar verdiep. Het is enkel een manier om aan te tonen dat er vele tinten grijs tussen wit en zwart zijn; meer schakeringen dan we kunnen bevroeden, want elke booswicht is de held van zijn eigen verhaal en elke held is een tiran in de ogen van degene in wiens ellende hij zich niet kan inleven.

Raf pulkt stilletjes de vlokjes bloedpulver van zijn muffin en peuzelt ze op. Ik heb ze gebakken om te vieren dat het vandaag zover is: zijn bronvertelling ziet officieel het levenslicht. De afgelopen tijd heb ik hem al een paar keer de wijde wereld in gestuurd. Eerst naar zijn peettantes van redactie en persklaarmaken. Daarna naar een paar proeflezers die hem maar vreemd bekeken. Eentje werd zelfs een beetje depri van hem. Nou vraag ik je!

Maar vandaag is het anders. Vandaag trekt jonge Raf  de wijde wereld in, waar iedereen hem kan be- en veroordelen. ‘Niets om bang voor te zijn,’ zeg ik met de nodige bravoure. ‘Je hebt erger te verduren gehad. Ook al beoordelen onbekenden jou en slaan ze je met één ster om je oren, ook al begrijpt niemand wat de (integere) bedoeling van het verhaal is: jij weet waar je vandaan komt en jij weet waar je voor staat. Je hoeft niet vrienden met iedereen te worden om van waarde te zijn. Vandaag begint jouw grote avontuur, kleintje. Je zou ernaar uit moeten kijken.’

‘Maar zo direct is het voorbij,’ sputtert hij.

‘Je denkt toch niet serieus dat het voorbij is? Dat wij elkaar nooit meer gaan zien? Kleine moordenaar is geschreven. Je verhaal is verteld. Dát deel van jouw verhaal, tenminste… maar daar blijft het niet bij. Weet je nog wat je me laatst toevertrouwde? Over jouw terugkeer naar Hofstede, vlak nadat je van het bloed bent geworden?’

Hij knikt.

‘En Bloedwetten: Voortbestaan (werktitel), je denkt toch niet dat daarin geen rol voor jou is weggelegd?’

Nu begint hij te stralen.

‘Nou dan, stop die laatste muffins bij je en wegwezen. Ik zie je snel weer.’

Voor ik kan zeggen dat hij een jas en een sjaal moet meenemen – want het mag dan wel bijna lente zijn, het is nog fris buiten – is hij verdwenen.

Hoewel hij vroeg of laat bij me terugkeert, ga ik mijn kleine moordenaar missen. Zijn onschuld krijgt hij nooit meer terug, die verloor hij op de daken van zijn geliefde geboortestad op die ene nacht toen hij getuige was van een moord.

Het ga je goed, kleintje. De wereld ligt aan je voeten.

Bestel Kleine moordenaar hier.

Posted on

Inspiratieblog ‘Gedichten van licht en schaduw’

Speciaal voor Halloween duik ik wat dieper in de achtergrond van ‘Gedichten van licht in schaduw’ en wat mij ertoe inspireerde om het verhaal te schrijven.

Vlak nadat ik door Martijn Lindeboom was gevraagd om een verhaal te schrijven voor een horrorbundel die in het najaar van 2016 bij Luitingh-Sijthoff zou verschijnen, stuitte ik op Pinterest (waar ik veel inspiratie vandaan haal) op een foto gemaakt door de pionier van de Parijse misdaadfotografie, Alphonse Bertillon.

Ik had Martijn om een paar dagen bedenktijd gevraagd, want ik zat midden in het schrijven van Bloedwetten: Verlossing en wist niet of ik me daar op korte termijn uit kon losrukken. Bovendien schrijf ik met een slakkengang en komen ideeën mij (doorgaans) niet aanwaaien.

Dankzij die ene foto (achter af gezien weet ik niet eens meer welke) begonnen de radertjes te ratelen. Hoe gruwelijk die afbeeldingen ook zijn, ze bezitten ook een bijna kunstzinnige schoonheid. Zo werd het idee geboren van een seriemoordenaar die samen met een fotograaf kunst maakt. De aparte manier van fotograferen heeft meteen de eerste scène van het verhaal geïnspireerd (zie foto-collage boven). Let ook op de poot van het statief dat op een paar afbeeldingen hier onder zichtbaar is.

Qua inspiratie bevond ik me meteen de Belle Epoque van Parijs en wat past daar nou beter bij dan een flink glas vol absint? Veel kunst in die tijd is geschapen onder invloed van de groene fee, zo zouden de cirkels in ‘De sterrennacht’ van Van Gogh een directe gevolg van absintgebruik zijn.

Ik zette mijn zoektocht op Pinterest voort en vond de ene na de andere afbeelding die mijn gedachten op hol liet slaan. De vervallen straatjes van Montmartre, de bouw van de Eiffeltoren, de dames met hun ingesnoerde tailles. Ach, wat een romantiek.

De opkomst van de fotografie is op zichzelf al een mooi onderwerp om je in te verdiepen. Zo ontdekte ik het bestaan van een fototoestel dat op een zakhorloge leek. Tja, dat moest natuurlijk een rol krijgen in het verhaal.

Als ik al die afbeeldingen zo bekijk, raak ik ervan doordrongen dat ik met liefde nogmaals naar de Belle Epoque zou terugkeren. Wat mij betreft is het niet uitgesloten dat het bij één bezoek blijft.

Speciaal voor Halloween en dit blog, heb ik een filmpje opgenomen waarin ik uit ‘Gedichten van licht en schaduw voorlees.

Alle afbeeldingen komen uit mijn inspiratiemap op Pinterest. Je kan die hier bekijken. Ook leuk als je me daar volgt. Dan kan je o.a. zien wat mij zoal visueel inspireert bij het schrijven van mijn verhalen.

 

Posted on

Boekpresentatie Bloedwetten: Verlossing, een terugblik

Na langer dan anderehalf jaar bijna dag in dag uit met Bloedwetten: Verlossing bezig te zijn geweest, was het op 29 april jongstleden zover en mocht ik het boek op Elfia Haarzuilens in de prachtige kapel van het landgoed presenteren. De opkomst was boven verwachting. Met de hulp van diverse vrienden heb ik er een geweldig feestje van gemaakt.

Nadat Jasper Polane mij had geïntroduceerd en ik alle aanwezigen had verwelkomd, verzorgde Gewendolyn Snowdon een muzikaal intermezzo.

De première van de boektrailer viel helaas grotendeels in het water door overbelichting. Zelfs ik kon daar hartelijk om lachen, want dergelijke ups en downs typeren het hele proces van zelf je boeken uitgeven. De speciaal door Lon Snow gecomponeerde muziek klonk in ieder geval prachtig dankzij de akoestiek van de kapel. Je kan de boektrailer HIER in zijn geheel bekijken.

Natuurlijk had ik iets bijzonders voor alle aanwezigen in petto. Niet het doorsnee ‘schrijver leest voor, publiek dommelt weg’-momentje, maar een Bloedwetten pastiche, waarin diverse vrienden die in het publiek zaten een rol speelden. Johan Klein Haneveld liet zijn machtige stem over alle aanwezigen schallen toen hij in de rol van Kushir voor zijn rekening nam. Hij verraste zelfs mij door de tekst daadwerkelijk te zingen! Linda van Oostendorp vertolkte een niet zo lieftallige Maïa van Minnewold en Roderick Leeuwenhart zette zijn tanden in de rol van Victoire Rousseaux d’Hubertin., inclusief dode poedel als bontmanteltje (het meest dandy-eske kledingstuk dat hij in de kast van zijn vriendin had kunnen vinden).

Tot besluit was er een boekverloting en was het dringen geblazen om een boek mét handtekening te bemachtigen. Volgens Linda ben ik de langzaamste boeksigneerder ever. Een titel die ik met trots draag, omdat ik in elk boek iets anders probeer te schrijven.

Het signeren ging door tot in het voorportaal van de kapel, zodat de volgende presentatie kon beginnen.

Moe maar voldaan keerden de heldinnen terug naar hun kraam, want er wachtte nog een heel Elfia op hen, vol schitterend uitgedoste bezoekers waarvan er diverse een exemplaar van Bloedwetten: Verlossing kwamen halen. En uiteindelijk is het schrijversleven altijd weer met je beide beentjes op de grond staan en gewoon je eigen prakkie koken.

Bedankt aan iedereen die erbij was en die heeft meegeholpen om het zo’n fijne en gedenkwaardige dag te maken!

Bloedwetten aanschaffen? Dat kan HIER.

Foto’s: Hans Glaudemans

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Posted on

Recensenten gezocht!

Wil jij Bloedwetten: Verlossing lezen voordat het boek officieel uitkomt? Geef je dan nu op als recensent! Uit de inzendingen worden 12 gelukkigen gekozen. Zij zullen het boek uiterlijk 15 april als ePub ontvangen. Dat is ruim twee weken voor de officiële boekpresentatie op Elfia Haarzuilens.

Wat moet je hiervoor doen? Geef je op via het contactformulier op www.bloedwetten.com of schrijf een mailtje naar: bloedwetten@gmail.com. Opgeven met een pb via de Facebookpagina van Bloedwetten is ook mogelijk.

Voorwaarden:

  • Word jij uitgeloot? Dan zeg je toe in ruil voor het e-book een (eerlijke) recensie te schrijven en deze op boekensites zoals Hebban, Goodreads en Bol.com te plaatsen. Deze recensie moet binnen een maand na ontvangst van de ePub op deze kanalen geplaatst zijn. De recensies zullen ook door mij gedeeld worden op de Bloedwettenwebsite en via social media.
  • Moet je een volleerd recensent zijn met een gouden pen om mee te kunnen doen? Helemaal niet. Schrijf gewoon eerlijk je mening (meestal geldt een minimum van 100 woorden voor een recensie). Juist als lezer is jouw oordeel over het boek enorm belangrijk.
  • Bloedwetten: Vonnis (het eerste boek) nog niet gelezen? Geen probleem. Als je wordt uitgeloot en je hebt het eerste boek nog niet gelezen, dan stuur ik je ook dat toe als ePub. Alleen zeg je dan wel toe om twee recensies te schrijven. Hiervoor krijg je dan twee maanden de tijd ipv een maand.
  • Opgeven kan t/m 7 april, middernacht.

Ik zie naar jullie reacties uit en ben heel erg benieuwd wat jullie van het boek vinden.

Bewaren

Bewaren

Posted on

In gesprek met Jean Darvas Collignon

Zwart hart - www.bloedwetten.com

Ter ere van het verschijnen van de eerste Bloedwetten bronvertelling ‘Zwart hart’ in de reeks Splinters van Uitgeverij Quasis, had protagonist Jean Darvas Collignon mij toegezegd dat hij beschikbaar was voor een interview. Dit gesprek vond onlangs bij mij thuis plaats, onder Collignons eigen voorwaarden wel te verstaan.

‘Ze staan werkelijk te dringen met hun vragen, niet?’ merkt hij op terwijl hij aan zijn sigaartje lurkt.

Zoals van Jean Darvas Collignon verwacht mag worden, is hij er opeens. Hij staat middenin mijn werkkamer, gekleed in een lichtgrijs, op maat gemaakt kostuum. Zijn hoge hoed is van dezelfde kleur. Op het puntje van zijn neus prijkt een bril met ronde glazen van blauw glas. Zoals altijd is hij om door een ringetje te halen. Geen wonder dat hij te laat is.

‘Ik had je gevraagd om niet te roken,’ zeg ik lichtelijk geïrriteerd.

‘Weet ik.’

‘Waarom doe je het dan toch?’

Hij haalt zijn schouders op. ‘Zo ben ik nu eenmaal. U heeft me zo gemaakt. Klagen heeft weinig zin. Tutoyeren evenmin.’

Ik rol met mijn ogen, heb nu al spijt van dit voorgenomen interview.

‘Opvallend dat iemand met beperkte longfunctie een van haar voornaamste personages kettingroker maakt,’ merkt hij op.

‘Daar had ik niets over te vertellen. Ik schrijf op wat ik doorkrijg.’

‘Ben ik  u ingeademd door een hogere macht? Meer dan een veredelde tikgeit bent u dus eigenlijk niet.’

Ik besluit van een theologische discussie af te zien. Hoewel onze mening over het goddelijke – of het gebrek daaraan – overeenkomt, zou hij het klaarspelen om toch te winnen én de discussie uren te laten voortduren. ‘Hoogst impertinent trouwens dat je jezelf tot een van mijn voornaamste personages betitelt,’ kaats ik terug.

‘Dat ben ik toch ook? Bloedwetten is niets zonder mij.’

Ik moet om de pretlichtjes in zijn ogen lachen. Hij is een expert in mensen op de kast jagen. Ook al neem je je voor er niet in te trappen, toch krijgt hij je precies waar hij je hebben wil. ‘Misschien,’ geef ik halfhartig toe. ‘Zullen we maar eens beginnen?’ vraag ik hem, terwijl ik mijn blik over mijn aantekeningen laat dwalen.

‘Waren we dan niet al begonnen?’

Ik negeer de opmerking en stel mijn eerste vraag: ‘Tevreden over het omslag van Zwart hart?’

‘Mwoch, het ziet ernaar uit dat ik het ermee moet doen. Als ik in de spiegel kijk, zie ik natuurlijk een veel betere versie staan. Toen ik net van het bloed was, had ik wat meer vlees op mijn botten, dat is waar. Nooit ben ik een knekelfestijn geweest, zoals die Rode die uw hart stal.’

‘Ben je daar nog steeds jaloers over? Dat Storm in mijn dromen opdook en niet jij?’

‘Ach, wat heet jaloers. Dergelijke emoties heb ik reeds lang achter me gelaten.’

‘Maar toch begin je er steeds weer over.’

‘Ik weet dat u op een bepaalde manier ook op mij bent gesteld. Daar zal ik het mee moeten doen.’

‘Wat weinigen begrijpen is dat je als schrijver je personages bent. Ik droomde dat ik Storm was, hoe ik gemaakt werd en daaruit is Bloedwetten ontstaan. In zekere zin ben ik hem nog steeds.’

‘Is dat wel een gezonde relatie?’

Ik snuif. ‘Ja, ik vreesde al dat dit gesprek zo zou verlopen. Wie interviewt wie?’

‘Ik hoor niets dan tegenstrijdigheden in uw verhaal. Dan is het niet verwonderlijk dat ik vragen stel. Als schrijver bent u de personen waarover u schrijft, maar tegelijkertijd heeft u niets te zeggen over hun doen en laten.’

‘Dat klopt.’

Nu mompelt hij wat. Hij steekt een nieuw sigaartje aan met het kontje van de oude. Onder mijn dwingende blik opent hij het raam, schuift de hebbedingetjes en halfdode planten opzij die op de vensterbank staan en parkeert de ene helft van zijn achterwerk erop. Hij kijkt naar buiten, naar de mensen die door de drukke winkelstraat lopen, de voorbijsnellende fietsers en het gejaagde getingel van de tram die weer eens vast staat door een dubbel geparkeerde vrachtwagen. ‘Ik begrijp niet hoe u hier kunt creëren.’

‘Je moet het doen met wat je hebt.’

‘U verdient beter. Wanneer u over schrijven praat, zie ik – los van de tegenstrijdigheden – de passie in uw ogen. Dat is mooi. Met passie doorwrocht bloed smaakt beter.’

‘Nu zit je me te vleien.’

‘Klopt, bloed is bloed. Het smaakt allemaal hetzelfde.’ Hij neemt me in zich op. ‘Ik had gedacht dat u groter zou zijn.’

‘Die hoor ik wel vaker.’

‘Treurige aangelegenheid eigenlijk, dat schrijven, als ik het zo bekijk. Waarom steekt u er zoveel uren in, terwijl u er relatief zo weinig voor terugkrijgt? Ik bedoel, een boterham ermee beleggen gaat niet lukken. Nog even en u moet naar de bloedbank om bloed af te staan in de hoop dat u daarvoor een duit in ontvangst mag nemen.’

Zwart hart - Bloedwetten‘Noem het een roeping. Zullen we verder gaan met de vragen? Dit interview gaat immers om jou, niet om mij.’

Een afkeurend geluid verlaat zijn strot. ‘Vragen, alsof u er zo veel heeft binnengekregen. Ik zei toch dat het zinloos was om via die sociale media op te roepen om vragen te stellen? Men is te zeer van mij onder de indruk om vragen te durven stellen.’

‘Ik heb er wel degelijk een paar vragen binnengekregen van dappere zielen. John van Duin vroeg zich bijvoorbeeld af of je letterlijk een zwart hart hebt.’

‘Sommige dingen moet men letterlijk nemen, andere niet.’

‘Vanzelfsprekend kom je met een ontwijkend antwoord.  Een langer antwoord dan ik had verwacht, dat dan weer wel.’

‘Weet ik gelukkig toch te verbazen. Tegen mensen die naar de zwartheid van mijn hart gissen, zeg ik: lees Zwart hart. Het is natuurlijk één grote leugen, een fantabulatie van de hoogste orde, maar het voldoet.’

‘Dat zal ik dan maar als een compliment beschouwen.’

‘Vanzelfsprekend. Van niemand anders zou ik het pikken dat ze proberen om mijn verleden in woorden te vatten.’

‘Ik heb slechts opgeschreven wat jij mij doorgaf, dus als er iemand liegt, ben je het zelf.’

‘Precies zoals men van mij verwacht. Ik ben een open boek.’

‘Is dat jouw manier van om iemand geven, gedrag van hem of haar ‘pikken’?’

‘Wanneer het moet. Ik geef om personen die de moeite nemen om te luisteren. Mensen die hun kop boven het maaiveld van het alledaagse durven uitsteken. Bovendien ben ik benieuwd naar de bronvertelling van madame LaSoeur.’

‘Tot ik die heb opgeschreven ben ik wat jou betreft mijn leven zeker?’

‘Tot dan en lang daarna. De onwaarheden die de kleine moordenaar, Ravàn, u heeft ingefluisterd kunnen mij ongetwijfeld ook vermaken voor een uurtje of twee.  Want het klopt toch, hij heeft reeds met u gesproken?’

‘Yup, ik heb bijna zijn hele wording in mijn hoofd. Die van Kushir ook en madame LaSoeur heeft haar verhaal inderdaad ook grotendeels gedaan.’

‘Alleen nog opschrijven.’

‘Precies, alleen nog opschrijven. Maar aangezien ik de eerste versie van Zwart hart herfst 2014 opschreef, zou ik aanraden om niet je adem in te houden. Schrijven is voor mij een langdurig proces.’

‘Vreemde tijd was dat, toen we elkaar troffen om de eerste versie van Zwart hart uit te werken. Ik herinner het me nog goed.’

‘Inderdaad,’ beaam ik, door herinneringen in beslag genomen. Schrijven in mijn oude kamer in het ouderlijk huis. Het ouderlijk huis dat er nu niet meer is.

Hij wordt ook afgeleid. Niet door het verleden, maar door het heden. Zijn blik kleeft vast aan een dame die de straat oversteekt met haar hondje aan de lijn. Beiden trippelen met hun snoetjes hoog in de lucht vlak voor een fietser langs. Ik ben hem aan het kwijtraken. De bloedhonger trekt aan hem. ‘Ik heb nog een vraag voor je. Ik weet alleen niet zo goed hoe ik hem moet stellen.’

Hij kijkt de vrouw na tot ze om de hoek verdwijnt. Net wanneer ik denk dat hij me helemaal niet gehoord heeft, reageert hij: ‘Ik ken u niet als verlegen.’

‘Niet als ik schrijf, maar nu je tegenover me staat met die blinkende slagtanden is het een ander verhaal.’

Hij grijnst. Toont me zijn moordwapens in volle glorie. ‘Kom maar op met die vraag.’

‘Deze is van Jasper Polane: Zijn Gemaakten van nature slecht? Of worden ze dat na een tijdje vanzelf?’

Hij zwijgt lange tijd en tuurt naar zijn weerspiegeling in het vensterglas. Vervolgens lacht hij. ‘Er zitten altijd filosofen tussen, nietwaar? Van die komedianten die de leegte van hun woorden wegmoffelen achter zogenaamd intelligent geformuleerde vragen?’

Ik kijk hem aan. ‘Ga je antwoord geven of niet?’

‘Denkt u daadwerkelijk dat ik dit een moeilijke vraag vind om te beantwoorden? Dat ik schrik van een dergelijk statement? En denkt u niet dat ik voor erger ben uitgemaakt? Dat ik mezelf niet voor erger heb uitgemaakt en mezelf voor erger heb aangezien dan simpelweg “slecht”. Dat woord dekt de lading niet. Slecht. Dat is net zoiets als aardig. Zo’n halfslachtige karaktertrek waar je eigenlijk niet veel van hoeft te verwachten. Er schuilt geen kracht achter… Bovendien, wat is slecht? Wat voor mij goed is, is voor u slecht en vice versa. Natuur komt vanuit de persoon, niet vanuit het feit of iemand Ath’vacii is. Bovendien wordt wat goed of slecht is opgelegd door maatschappelijke en culturele normen. Maar met een mogelijke eeuwigheid aan je voeten en het ontbreken van angst om te sterven door ziekte of ongeluk, openbaren bepaalde verleidingen zich vroeg of laat. Grenzen vervagen. Maakt dat een Ath’vacii per definitie slecht? Geef en mens alle tijd van de wereld en hij verrot te zijner tijd vanzelf.’ Hij maakt zich van de vensterbank los. ‘Was dat het?’ vraagt hij, toch wat kortaf.

‘Ja, dat was het schokkende aantal vragen dat is binnen gekomen.’ Ik knipoog naar hem.

‘Maar zijn daarmee de vragen op?’

‘Wat mij betreft nog lang niet.’

Hij neemt zijn hoed af, neemt mijn hand in die van hem en buig zich er overheen. De kou van zijn vlees wasemt dwars door zijn witte handschoen . ‘U mag mij altijd vragen stellen. Misschien wordt de tweede bronvertelling die u exclusief aan mij zal wijden daarmee accurater dan Zwart hart.’

‘Wie zegt dat ik nog een verhaal exclusief aan jou wil wijden?’

‘Omdat er ook een stukje van mijn zwarte hart in u zit, zoals in iedereen. Hopelijk stelt dat antwoord mijnheer Polane tevreden.’ Hij zet zijn hoed weer op, kijkt nog even naar alle schilderijtjes en prenten die ik aan de muur heb hangen, een paar daarvan per toeval gevonden portretjes van hoe ik Maïa en Katine voor me zie. De steevaste rommel op mijn bureau kan hem niet bekoren. Zolang ik maar bij toetsenbord en muis kan vind ik het best. ‘Precies Roan,’ concludeert hij hoofdschuddend. Een zucht later is hij verdwenen.

Ik frons mijn wenkbrauwen. Hij is  dan wel weg, maar hij is nooit helemaal verdwenen, die duivelse Collignon met zijn zwarte hart. Heeft hij dan toch een beetje op me afgegeven?

***‘Zwart hart’ kan je via deze link (gesigneerd) kopen.***