Geplaatst op

Boekpresentatie 1000 nachten

Op 13 april presenteerde ik de nieuwste Bloedwetten-bronvertelling, 1000 nachten op Elfia.

Een kort verslag van dit boekenfeestje …

Het weer was bar en boos. Toen ik me op weg begaf naar Story Stage sneeuwde het zelfs en kwam ik in een grote uittocht terecht van bezoekers die het hazenpad kozen. Gelukkig waren er nog best veel mensen (meer dan ik had verwacht) die de kou trotseerden en bij de boekpresentatie op Story Stage aanwezig waren.

Mij had het heugelijke nieuws bereikt dat madame LaSoeur, het hoofdpersonage uit 1000 nachten, aanwezig was. Zo begon de zoektocht naar de échte madame tussen de stukjes voordracht door. De resultataten waren in sommige gevallen stuitend. Ongelooflijk wat men al niet doet voor een lousy fifteen seconds of fame! Het begon met een madame met een pruik! De volgende was niet eens een mens, maar een Nara weggelopen van de cover van het nieuwste boek van Garvin Pouw. De derde was zeer overtuigend. Ze danste verrukkelijk maar helaas … Het was bewijs uit 1000 nachten zelf die haar door de mand liet vallen, want madame kan niet dansen: In het noorden worden ze immers met vastgevroren heupen geboren. En de vierde madame … daar had ik geen woorden voor, al weet ik zeker dan madame zo’n outfit in haar kledingkast heeft hangen.

Tussen alle hilariteit door vermaakten mijn lieve vriendinnen Meidi en Annelies met muziek en dans. Wat ben ik trots om zulke getalenteerde mensen in mijn vriendenkring te hebben!

Meidi Goh speelde een nieuw nummer uit eigen repertoire, On the wings of a swallow.
Begeleid door Meidi danste Annelies de sterren van de hemel.
Helaas viel Annelies ook door de mand. Ook al niet de echte madame! Meidi is er perplex van.
Mag ik een daverend applaus voor deze twee kanjers? Vanwege een probleem met het afspelen van de muziek hebben zij ter plekke een improvisatie in elkaar gezet alsof het zo bedoeld was. #kanjers
Tot slot de boekverloting en signeren!

Met dank aan Walter Lawerman en Sylvia van Eijk voor de foto’s.

Iedereen bedankt voor het deelnemen aan dit gave feestje, met in het bijzonder mijn madammen: Karin, Leonie, Annelies en Dominic, Annelies voor het dansen, Meidi voor de muziek, Sylvia voor het assisteren en niet te vergeten de heren van het geluid.

En heb jij nu ook zo’n zin gekregen in het boek? Dan kan je dat hier bestellen. 🙂

Geplaatst op

Het laatste woord

Afsluiting blogtour 1000 nachten

Onrustig fladdert ze voorbij. Ik heb haar in al die manen nog nooit zo nerveus gezien, alsof ze een tiener is die voor het eerst op date gaat. Sergis is al bijna klaar met haar spullen inladen (wat een klus) en zij rent rond als een kip zonder kop, terwijl we de blogtour nog moeten afronden.

‘Ben je nou nog niet klaar?’ vraag ik, wanneer ze voor de zoveelste keer voorbij komt gestoven. Ik snap niet waar ze zich zo druk om maakt.

‘Ja, ja. Bijna. Ik moet er toch goed uitzien?’

Voor een afsluitend stukje voor de blogtour?

‘Ser!’ roept ze naar beneden, over het trapgat leunend. ‘Die rode koffer, is die al ingeladen?’ Er klinkt wat gemompel van beneden. Ik heb niet het gehoor van een Ath’vacii dus kan het niet verstaan. ‘Ik heb helemaal geen tien rode koffers! In welke? Hoe moet ik dat nou weten? Die jurk vind ik nooit op tijd terug.’ Verslagen sloft ze de woonkamer in.

‘Schat, jij ziet er zelfs goed uit in een vuilniszak als je pas wakker bent,’ ze ik, in een poging haar te troosten.

‘Dat spreekt voor zich, maar vuilniszakken zijn zó 2018.’ Ze ploft naast me op de bank. Plukt nog wat aan haar wenkbrauwen en zet haar wimpers nogmaals in de krul. ‘Hoe lang hebben we nog voordat ze komen?’

‘Voordat wie komen?’

‘De journalist én de fotograaf, natuurlijk.’

‘Uhm … ik denk dat je het verkeerd hebt begrepen.’

‘Hoezo,  gaat het interview niet door? Ze hebben toch niet afgebeld?’

‘Het interview gaat gewoon door. Alleen vrees ik …’

Ze kijkt me met grote ogen aan alsof ik op het punt sta om iets verschrikkelijks te verkondigen.

‘Je zal het met mij moeten doen. Ik neem het interview af en ik heb wat vragen van volgers op Facebook. Had je dat niet begrepen?’

Haar mond vormt een perfect cirkeltje: een zorgvuldig rood gestift cirkeltje dat menig man (en vrouw) tot waanzin drijft. ‘O,’ zegt ze, haar teleurstelling zo veel mogelijk verschuilend. Ze kijkt op haar horloge. ‘Snel dan maar. Ik heb nog meer te doen vandaag.’ Nuffig nestelt ze zich in de kussens op de bank, de plek waar ze het afgelopen jaar meer tijd doorbracht dan haar lief was. Als ik had geweten dat het zó lang zou duren om een boek te schrijven … Ze verzuchtte het meer dan eens en soms zuchtte ik met haar mee.

Madame kwam mijn leven binnen gezwierd met een shitload aan koffers in haar kielzog. Haar onstilbare honger naar Ben & Jerry’s heeft me de afgelopen maanden bijna tot wanhoop gedreven, maar toch ben ik enorm van haar gaan houden; meer dan ik op voorhand had gedacht.

Ik sta op en haal een beker ijs voor haar uit het vriesvak. Na een paar happen is ze haar woede binnen de kortste keren vergeten.

‘Je hebt me verrast,’ zeg ik.

‘Hoezo?’ vraagt ze.

‘Nou ja,  je weet wel …’

Ze stouwt een eetlepel ijs naar binnen en schudt daarna haar hoofd.

‘Er zit een beetje in je mondhoek,’ zeg ik. ‘Nee, je andere mondhoek.’ Hoeveel soortgelijke interacties we de afgelopen maanden hebben gehad, weet ik niet. Ik ben op een gegeven moment opgehouden met tellen. Het afgelopen jaar heb ik ook geleerd dat recht voor zijn raap het best werkt bij haar, dus vooruit met de geit: ‘Ik had verwacht dat je een domme snol zou zijn, maar niets is minder waar.’

Ik geef toe dat ik overmoedig ben geworden, maar haar reactie valt me mee. Ze barst in schaterlachen uit. ‘Ik geen snol? Valt dat je tegen?’

‘Het is me meegevallen, maar ik vrees wel dat mensen een andere indruk van je hebben gekregen door de kant van jezelf die je op social media hebt laten zien. De vrouw die naast me op de bank zit, lijkt in veel opzichten een andere vrouw dan die jij mij beschreef in 1000 nachten.’

‘Tijd verandert een mens. Geliefden verliezen, achterblijven, overblijven. Resteren.’

Ik word een beetje verdrietig van haar woorden. ‘Zie jij je leven zo? Als een restant?’

Ze haalt haar schouders op. ‘Ik heb alles gevoeld wat er te voelen valt, alles ervaren wat het bestaan te bieden heeft. De hoogte- en de dieptepunten. Waarom denk je dat ik me suf vreet aan ijs en me suf laat naaien. Alles om iets te voelen.’

Nu is het aan mij om een verbijsterd ‘o’ ten gehore te brengen.

‘Je hoeft geen medelijden met me te hebben, hoor. Ik geniet van het leven. Dat is het me verschuldigd en ik neem wat me toekomt. Maakt me dat een snol?’ Ze haalt haar schouders op. ‘Misschien. Om eerlijk te zijn zal het me worst wezen wat mensen van mij denken. In al die jaren is er weinig veranderd. Mensen oordelen snel, doorgronden alles behalve hun eigen kortzichtigheid. Een slimme vrouw is in de ogen van velen een gevaar. De Marylins, de Jeannes, de Mata Hari’s … Goed aan ons eind komen doen we niet. Ik doe me niet dommer voor dan ik ben, maar ik zwijg op de juiste momenten en ik laat me wel eens gaan. Gewoon omdat het kan. Niets erger dan een benepen leven leven. Hoef je niet zo beteuterd te kijken, o wijze interviewster. Stel me liever nog een vraag. Laatste kans die je voorlopig krijgt.’

‘Nu ja, de vraag die hier voor me ligt durf ik na deze woorden van jou nauwelijks te stellen. Evi Verhasselt wil graag weten waar je heen gaat, zo direct met Sergis? En wat verwacht je nog van de toekomst?’

‘Ik ga waar mijn jurken mij heen voeren. Hahaha. Parijs, Milaan, New York … of misschien toch Dubai? Lang geleden dat ik een sjeik gelukkig heb gemaakt.’ Ze knipoogt naar me. ‘En mijn verwachtingen voor de toekomst? Ach, we zien wel wat die brengt. Ik heb geen haast om hem te ontdekken.’

‘Ik heb hier ook nog een een vraag voor je van Stefan Tetelepta, feelgoodschrijver.’

‘Feelgood.’ Ze trekt haar neus op.

‘Doe maar niet of je daar vies van bent. Ik heb die boekjes heus wel zien liggen in die ene rode koffer van je. Sergis sjouwde zich er zonet een breuk mee.’

‘Ach ja, de liefde. Alles voor liefde. Wat had hij te vragen?’

‘Stefan wil weten waarom je mij hebt uitgekozen om jouw verhaal op te tekenen? En hoe vaak je het niet eens bent met hoe ik dingen beschrijf en of je dan ingrijpt?’

‘Dat is niet één vraag, dat zijn er drie.’

‘Heel fijn, je kan tellen. Alweer een mysterie omtrent de grote madame LaSoeur opgelost. Bravo.’

‘Zien jullie wat een kreng die Drenth is? Daarom heb ik haar uitgekozen. Zo’n grote mond, dat mag ik wel.’ Ze kijkt me bestuderend aan. ‘Een grote mond en een klein hartje in een ietepietepeuterig lichaampje.’

‘Ja, zo kan ‘ie wel weer.’

Ze legt haar hagelwitte tanden bloot in een bijna demonische lach. ‘Drenth doet wel zo koppig, maar ze benadert elk onderwerp met respect. Of moet ik zeggen: vooral de delicate onderwerpen, die benadert zij met respect. Je levensverhaal aan haar vertellen is alsof je tegen een zus praat en dan heb ik het niet over de feeksen van Rah, mijn zogenaamde zussen van het bloed. Haar fijnzinnige woordkeuze maakt dat ik haar zelden heb hoeven corrigeren. Muggenzifter eerste klas. Zo ken ik er maar weinig. Een uitstervend ras in deze wereld waar alles steeds sneller moet en het kwalitatief steeds minder wordt. Ze zou veel meer boeken kunnen produceren, maar ze kiest voor kwaliteit. Ook al heeft haar redactrice allang haar goedkeuring gegeven, tóch blijft ze slijpen wanneer ze ziet dat het nóg beter kan. Dat maakt haar verschrikkelijk irritant om mee samen te wonen. Blij dat ik eindelijk mijn jurken kan pakken.’

Ik mompel verongelijkt, blij dat ik haar kan afleiden met nog een vraag: ‘Susanna de Lange wil weten wanneer ik het vervolg mag gaan schrijven.’

We kijken elkaar aan en zuchten tegelijkertijd. ‘Ik vind je een schat, eerlijk waar,’ zegt ze, ‘maar als ik nog langer met jou zit opgescheept word ik gillend gek.’

‘Ik deel dat sentiment volledig,’ zeg ik. ‘Volgende vraag dan maar?’

‘Misschien krijgt Susanna zodirect toch antwoord op haar vraag …’

‘Wat bedoel je daarmee?

‘O, niets.’ Ze bekijkt zichzelf in haar het spiegeltje van haar poederdoos. ‘Komt er echt geen fotograaf?’

Ik schud mijn hoofd.

Ze pruilt. Vervolgens pakt ze haar telefoon en maakt ze een reeks selfies. Volgens mij heeft zij het woord duckface in het leven geroepen.

Ik schraap mijn keel: ‘Volgende vraag dan maar? Joyce Analbers vroeg zich het volgende af: Wat had je gedaan als je misvormd uit de transitie was gekomen? Je bent namelijk nogal ijdel. Dat laatste over ijdel zijn zegt Joyce, hè? Niet ik,’ haast ik me eraan toe te voegen.

‘Want jij spreekt enkel lovend over mij.’ Ze poedert het puntje van haar neus.

‘Het is eigenlijk een vraag …’ zeg ik.

‘Waar ik geen antwoord op mag geven,’ vult ze aan.

‘Mag, kan, zal …’

‘Spoiler alert!’ roept ze, haar handen in zogenaamde paniek opheffend, terwijl ze een gekke bek trekt. ‘Tja, da’s nou jammer. Over die zogenaamde ijdelheid van mij wil ik wel wat kwijt. Ja, ik hou van mijn uiterlijk en ik verzorg mezelf goed. Dat ben ik hem verschuldigd. Mijn lichaam is het grootste geschenk dat ik heb gekregen. Mijn ijdelheid is een teken van liefde.’ Ze bestudeert haar handen, verlegen als een schoolmeisje. ‘Was dat alles? Geen vragen meer? Geen drommen nieuwsgierigen die over elkaar heen buitelen om een glimp van mij op te vangen?’

‘Nou ja, eigenlijk wilde ik deze afsluiting van de blogtour vooral doen om jou het laatste woord te geven, dus ik heb niet zoveel vragen voorbereid en jouw volgers op social media zijn kennelijk te veel onder de indruk om jou lastig te durven vallen.’

‘Mij het laatste woord geven? Slimme meid.’

‘Dat durf ik te betwijfelen.’

‘Wat ik zeg: slimme meid. Ik zal je de afsluiting geven waarnaar je verlangt, maar je zal er niet noodzakelijkerwijs blij mee zijn. Een bekentenis is op zijn plaats.’

De paniek slaat me om het hart. ‘Bekentenis? Hoezo?’

‘Je weet toch wel dat ik tegen je heb gelogen?’ zegt ze. Ze bijt op haar onderlip en kijkt onschuldig tussen haar wimpers door. We hadden laatst écht niet naar 50 shades moeten kijken. ‘Nou ja, liegen is misschien een te groot woord. Ik heb niet álles verteld. Ik ben veel verder gegaan om te beschermen wat mij lief was dan ik je heb toevertrouwd. Ik wilde niet dat het zo’n verhaal zou worden. Dat begrijp je toch wel?’

‘Ja,’ verzucht ik. ‘Dat begrijp ik.’

Ze leunt naar me toe. ‘Om het goed te maken heb ik een cadeau voor je.’

Visioenen van jurken met roesjes en hooggehakte schoenen waarin ik nog geen normale stap kan zetten doemen voor me op. Het klamme zweet breekt me uit. ‘Alsjeblieft niet …’ sputter ik. ‘Ik heb alles wat ik nodig heb. Ik hoef niets … Écht niet.’

‘O ja, dit heb je wel degelijk nodig. Wanneer de tijd rijp is.’ Ze drukt me een sleutel in handen, het soort sleutel dat op een hutkoffer past. ‘Mijn laatste woord. Je mag ze pas lezen wanneer je Bloedwetten 3 af hebt, want dat stel je nu al veel te lang uit. Beloofd?’

Ik knik fronsend, ook al weet ik niet precies wat ik beloof.

‘Doe je de groeten aan Storm van me? Wat denk je, zal hij net zo’n aangename huisgast zijn als ik?’

Ik stel me Storm voor, lezend in de schaduw van de boekenkast, tevreden met een kop thee en een snuif bloedpulver. Ik glimlach. ‘Lang niet zo spraakzaam, vermoed ik.’

‘Tut, tut, en dat voor een raadsheer,’ lispelt ze. ‘Ik heb nog wat te goed van hem. Herinner hem daaraan.’ Ze knipoogt. ‘Ik zie je snel.’ Met het ruisen van zijden rokken verdwijnt ze de trap af, haar koffers achterna.

Ik blijf even perplex zitten, nadat de deur achter haar is dichtgeslagen. Dan neem ik de wenteltrap naar boven. De kamer waar zij haar jurken en schoenen had opgeslagen is verlaten op een hutkoffer na. Lege kasten, het kledingrek staat er vermoeid bij, op het punt van instorten. Een paar klerenhangers liggen achteloos op de grond neergesmeten. Een paar veertjes van haar maraboepeignoir en een opgeschrikte mot dwarrelen door de lucht.

Ik steek de sleutel in het slot van de oude hutkoffer en draai hem om. De deksel opent zich onwillig. De scharnieren hebben olie nodig. De hutkoffer zit tot de nok toe vol met notitieboeken, variërend van extreem oud met broze bladzijden en een leren omslag tot kortgeleden aangeschafte exemplaren met verrassend opgewekte kleuren op de omslagen. Er zit er zelfs eentje bij met een guitige eenhoorn op het omslag.

Een verbijsterde zucht ontsnapt me. De geheime dagboeken van madame.

Boven op de stapel dagboeken ligt een briefje met daarop één woord: Foei!

Ze kent me te goed. Ik pak het bovenste exemplaar en blader het vluchtig door. Voordat ik me niet kan bedwingen leg ik het terug en draai ik de hutkoffer weer op slot. Ik bedwing de neiging om de sleutel uit het raam te gooien.

Niet lezen tot ik klaar ben met Bloedwetten 3. Pfff, wat doet ze me aan?

En mocht je je nu echt niet langer kunnen beheersen, dan kan je 1000 nachten via deze link aanschaffen.

Geplaatst op

Blogtour 1000 nachten

De blogtour van 1000 nachten is op 15 april van start gegaan. Alle bijdragen worden hieronder toegevoegd.

25 april: Madame/afsluiting blogtour: https://www.bloedwetten.com/nieuws/het-laatste-woord

24 april: De Perfecte Buren: ‘Wat kan Sophia Drenth toch goed schrijven en wat heeft ze een bijzondere wereld geschapen waarin de serie Bloedwetten zich afspeelt!’ https://perfecteburenleesclub.blogspot.com/2019/04/blogtour-1000-nachten-sophia-drenth

23 april: Connies Boekkies: ‘Een verhaal wat je bij de strot grijpt vanaf het begin en je niet meer los wilt laten.’ https://conniesboekkies.wordpress.com/2019/04/23/1000-nachten-sophia-drenth/

22 april: The Bookbabe: ‘Als een kunstenaar kan Sophia Drenth de meest vreselijk scenes beschrijven, zonder je als lezer te laten walgen. Sterker nog, je bent geboeid, en verlangt naar iedere letter.’ https://www.facebook.com/thebookbabecisz/photos/a.325452641169770/795996634115366/?type=3&theater

21 april: Samenlezenisleuker: ‘ Katine, Madame, Ka’ahtin, wat ben je groots en uniek … Nog nooit las ik een verhaal gevuld met een liefde als dit. Het is verschrikkelijk en prachtig tegelijk. https://samenlezenisleuker.wordpress.com/2019/04/21/karin-las-1000-nachten-sophia-drenth-1-2/

20 april: Boekenvirus: ‘ Een liefdesverhaal zoals je er nog nooit een gelezen hebt.’ https://boekenvirus.wordpress.com/2019/04/20/2893/

19 april: Thrillers & More: ‘… Onder de indruk van de wijze waarop Sophia dit verhaal op een zeer realistische, beeldende manier heeft neergezet.’ https://www.thrillersandmore.com/2019/04/19/1000-nachten-sophia-drenth/

18 april: Een bijdrage van Readinglife 567: ‘Ik had echt een WOW gevoel.’ https://readinglife567.wordpress.com/2019/04/18/blogtour-bloedwetten-1000-nachten/

17 april: Vandaag in de 1000 nachten-blogtour: een recensie op Drukinkt. ‘Zelden heb ik zo’n sterk karakter gezien als Katine Lasoeur. Ze heeft goede kanten, maar ook slechte kanten die ze schaamteloos omarmt als haar dit zo uitkomt.’
https://drukinkt.net/…/recensie-1000-nachten-sophia-drenth.…

16 april: Met vandaag een bijdrage van Nakita’s Library, Een interview waarin ik over het wel (en vooral) wee van schrijven vertel. Het was erg gezellig om samen met Nakita thee te drinken.
https://nakitaslibrary.nl/…/16/aan-de-thee-met-sophia-drenth

15 april: Emopheliac geeft de aftrap met een zeer positieve recensie: ‘Dit maakt dat, zelfs wanneer je Madame in de eerdere boeken maar een arrogante dame vond, je eigenlijk niets anders kunt doen dan haar in je hart sluiten, Sophia Drenth zet haar in ‘1000 Nachten’ neer als een combinatie van onmetelijke persoonlijke kracht, hartverscheurende kwetsbaarheid en bewonderingswaardige vrouwelijkheid.’
http://emopheliac.nl/recensie-1000-nachten-een-bloedwetten-…

De blogtour van 1000 nachten is op 15 april van start gegaan. Alle bijdragen worden hieronder toegevoegd.
Geplaatst op

Kerstcadeau: kort verhaal ‘Voor eeuwig’

Met mijn hart in mijn keel bestijg ik de trap. Moeizaam sjouw ik het immense schildersdoek en mijn ezel naar boven. Ze pasten niet in de lift, waardoor ik tot klimmen werd veroordeeld.

Tegen de tijd dat ik de laatste treden achter me laat, loop ik te hijgen als een krakkemikkige stoomboot. Natuurlijk woont ze op de bovenste – en duurste – etage van het appartementencomplex. Ik zet mijn spullen neer en haal mijn zakdoek tevoorschijn. De transpiratie uit mijn nek vegend, doe ik mijn best om op adem te komen. Ze houdt niet van wachten, dat vertelde ze me alsof ze wist dat ik er een handje van heb om de tijd uit het oog te verliezen. Zeer zeker niet uit arrogantie. Nee, de tijd beweegt zich altijd sneller voort dan ik vermoed. Ik kan er niets aan doen. Mijn innerlijke horloge is slecht afgesteld.

Op de overloop tref ik maar één deur aan. Hij staat op een kier.

Ze verwacht me.

‘Madame?’ vraag ik op zachte toon, de deur verder openduwend. Geen respons. Ik kan hier als aangeschoten wild blijven staan of op mijn schreden terugkeren, maar ze stelde me een vraag die ik niet kan negeren. Het was méér dan een vraag: in een oogwenk las ze het grootste verlangen van mijn gezicht. Kennelijk ben ik zó voorspelbaar.

Mijn entree is minder indrukwekkend dan ik zou wensen. Ik sta te klungelen om het schildersdoek naar binnen te laveren. Ik zet de ezel neer en plaats het doek erop. Mijn klamme handen aan mijn broek droogvegend kijk ik rond. Haar hele leven staat uitgestald. Een bijzonder leven, dat is direct duidelijk. Rijker dan ik mijn eigen leven ooit kan voorstellen. Antieke memento’s uit alle hoeken en gaten van de wereld vullen het vertrek. Ingelijste foto’s van haar met invloedrijke mensen. Kunstenaars, schrijvers, oliebaronnen, politici. Gezichten die ik veelal niet ken, maar die ik wel zou moeten kennen wil ik hogerop komen. De lijsten die de foto’s omkaderen zijn elk een klein fortuin waard, zeker voor een man zoals ik die van schilderklus naar schilderklus leeft.

Ik zit hier goed. Zij verkoopt geen praatjes. Ze kan haar belofte gestand doen, maar dan zal ik haar eerst moeten bekoren met mijn schilderkunsten. Ik slik de brok uit mijn keel, de gedachte dat ik niet voldoende ben op afstand houdend.

Ik dwaal door het vertrek. Overweldigd door de pracht en praal die me omringt. Manshoge vazen van het dunste porselein flankeren de gietijzeren schouw waarop mollige putti ronddartelen. Maar ook minder voor de hand liggende rariteiten komen voorbij, zoals de met bladgoud overdekte sarcofaag die ergens in de schaduwen staat. Is ze al zó oud? flitst het door mijn hoofd. Een dommere gedachte volgt de eerste op: Zou ze daarin slapen?

Ik weer de banaliteiten even snel als ze ontwaken. Ik wil haar niet teleurstellen, laat staan haar beledigen. De praatjes die over haar soort de ronde doen zijn natuurlijk grotendeels roddels. Toch lijkt geen daarvan me te gek nu ik me in haar vertrekken bevindt. Een uitnodiging die ik niet mócht weigeren. De kans waar ik al zo lang op wachtte …

Van het ene op het andere moment is ze er. Precies zoals gisterenavond, toen ze me langs de kade van de Seine aansprak, waar ik goedkope portretten vervaardig om een paar centimes bij elkaar te schrapen. Ik merk haar pas op wanneer haar gestalte achter me langs glijdt. Een vleug parfum meandert voorbij. Het is een donkere geur die me nóg meer beloftes doet. Het duizelt me.

In stilte laat ze haar zijden peignoir van haar schouders glijden. Ze neemt plaats op de met rood fluweel beklede chaise longue, slechts gekleed in een waterval van goudblonde lokken.

Het komt me als een cliché voor om haar als bloedmooi te beschrijven, maar een beter woord bestaat niet. Ze is van het eeuwige bloed en bloedmooi. Een visioen van perfectie.

We spreken geen woord.

Ik schilder.

Tegen de morgenstond heeft ze er genoeg van. Ze komt overeind, keert me de rug toe en wacht. Ik snel op haar af en help haar in haar peignoir. Ze vraagt het me opnieuw: ‘Wil je eeuwig voortleven?’

Mijn keel is te droog om te kunnen antwoorden. Ik knik.

‘Morgen,’ belooft ze. Haar stem is honing en ik ben de door rook verblinde bij. Ze schrijdt langs me heen, blijft een tel staan om de eerste resultaten te bekijken. Een volmaakte wenkbrauw trekt zich op, terwijl ze het doek in zich opneemt. Is het misprijzen, walging of teleurstelling? Het is het allemaal, vrees ik. ‘Of overmorgen …’ voegt ze er hoofdschuddend aan toe.

Twee weken bezoek ik haar iedere nacht. Zij poseert en ik schilder. Sigarettenrook kringelt in het schaarse licht van de gaslampen omhoog. Alleen mijn ademhaling verstoort de stilte. Ik ben het trouwe huisdier dat iedere nacht naar haar aandacht hunkert, bereid om slaag te krijgen wanneer ik onder de maat presteer. Meestal is dat het geval. Haar oordeel over mijn inspanningen bestaat uit niet meer dan een enkel hoofdschudden of een teleurgestelde zucht.

Ik graaf in mezelf. Ze wil iets van me hebben wat ik niet bezit. Met elke penseelstreek wordt het duidelijker: ik ben geen kunstenaar. Ik schilder wat ik ken. Ik kopieer de gave van anderen. Het zal me nooit lukken om haar essentie te vangen, want ik schilder wat ik zie, niet wat zij ís.

Opnieuw schraap ik de dikke laag olieverf van het doek. Dit is het laatste grote canvas dat ik bezit. Ook mijn voorraad pigmenten wordt schaars, maar hoe kan ik haar om financiële steun vragen wanneer de afkeuring van haar gezicht druipt? Ik schiet in alle opzichten tekort.

Wanneer ze me bij het ochtendgloren na een nacht onafgebroken schilderen zegt dat ik niet terug hoef te komen, sla ik door. Ze neemt niet eens de moeite om naar mijn werk te kijken! Ik til het doek van de ezel en gooi het op de grond. Vloekend smijt ik met de kleuren, met de leugens die me zijn bijgebracht, die lijkende lijnen; de angst voor alles wat dieper reikt dan mijn geest kan bevroeden. Zwoegend zit ik op handen en knieën. Ik laat mezelf gaan, kerf met mijn paletmes in de verf, gebruik mijn nagels, mijn vingers en zelfs mijn tong. Ik heb het doek lief, zoals ik haar zou willen liefhebben, rauw en onbesuisd.

Als bevroren kijkt ze toe. Dan komt ze op me af. Haar blote voeten schrijden door de kleurenchaos. Ze knielt voor me neer en drukt haar lippen op de mijne. Ze kust me, diep en hongerig, likt de verf uit mijn snor. Nooit eerder was ik dichterbij een ander. Ik strek me uit wanneer haar liefkozingen naar mijn hals afzakken en geef me zonder nadenken aan haar over. Met een zucht neem ik haar eeuwige kus in ontvangst. Ze drinkt me helemaal op, tot er niets resteert behalve een hoopje spieren en botten dat eens een man was. Een paar bloedrode druppels vormen de kroon op mijn werk.

Het doek maakt deel uit van haar collectie. Het hangt aan de muur tussen alle andere schatten die zij gedurende haar lange leven vergaarde. Ze houdt woord: wanneer een enkeling vraagt wie de schepper is van dat ratjetoe aan gekleurde vegen, waarin ergens op de achtergrond een vrouwelijke figuur valt te ontwaren, dan vertelt ze ze mijn naam.

Ik leef voort. Voor eeuwig. Net zoals zij.

Geplaatst op

‘Fragmenten’ wint Edge.Zero

Gisteren (15 december 2018) werd de uitslag van Edge. Zero bekendgemaakt. Ik zat mijn adem al de hele dag gruwelijk in te houden, want inmiddels was bekend dat mijn inzending in ieder geval de top drie had gehaald. Tot mijn verrassing bleef het daar niet bij. ‘Fragmenten’ sleepte de eerste prijs in de wacht!

Een resultaat waar ik erg blij mee ben, want Edge.Zero zoekt jaarlijks de beste genreverhalen bij elkaar en dit jaar leverde dat een erg sterke bundel op, waarin veel zeer gewaardeerde collega’s zijn opgenomen.

Wat is Edge. Zero?

Edge.Zero beleefde dit jaar zijn derde editie. Het is de liefdesbaby van Mike Jansen en Peter Kaptein, die hun krachten bundelden om genreverhalen geschreven door oorspronkelijk Nederlandstalige auteurs meer bekendheid te geven. Hiervoor bedachten zij een format: verhalen die hebben meegedongen aan genrewedstrijden of in een genretijdschrift zijn gepubliceerd kunnen meedingen. Deze inzendingen worden door een jury onder de loep  genomen. Dit proces resulteert in een long- en vervolgens een shortlist. De verhalen die de shortlist halen, worden in een bundel opgenomen die digitaal via diverse kanalen te krijgen is en als paperback op Amazon kan worden aangeschaft. Daarnaast worden alle schrijvers die in de bundel worden opgenomen per woord betaald.

Edge.Zero begint een begrip te worden in het genre, met dit jaar al meer dan 150 inzendingen. Een mix van door de wol geverfde auteurs en nieuw bloed geeft een goed beeld van wat er in Nederland en Vlaanderen binnen het genre speelt.

Meer over het project kan je lezen in het interview dat de heren onlangs gaven voor Leesclub De Perfecte Buren. Het interview lees je HIER.

‘Fragmenten’

Eerder schreef ik al een BLOG over ‘Fragmenten’ en hoe bovenstaande foto mij ertoe inspireerde om dit verhaal te schrijven. Soms komt een idee ‘aanwaaien’ en weet ik al schrijvende dat ik iets in handen heb. ‘Fragmenten’ is zo’n verhaal, een mij bijzonder dierbare vertelling over de kwetsbaarheid van liefde. Daarom heb ik het verhaal gekoesterd en gewacht op de juiste momenten om het in de wereld te zetten. Het werd geschreven voor de ‘Tijd & Ruimte’ wedstrijd van Luitingh-Sijthoff en Elfia. Daar behaalde het de tweede plaats. Vervolgens heb ik er een paar jaar overheen laten gaan. Jurysamenstelling dwarsboomde deelname aan een grote wedstrijd tot twee keer toe, omdat de schrijver anoniem moet blijven.

Hoewel ik (vrij onbescheiden) het gevoel had dat ik een winnaar in handen had, nam ik het besluit om mijn pijlen niet langer op deze wedstrijd te richten en stuurde het verhaal op naar Fantastels. Daar behaalde het eerder dit jaar de vierde plaats. Ik maakte het rondje af door ‘Fragmenten’ in te sturen naar Edge.Zero. Toen het daar de shortlist haalde en in de bundel werd opgenomen, kon het eindelijk door iedereen gelezen worden. Dat was een bijzonder moment, na zoveel jaar wachten.

Je kan ‘Fragmenten’ nog steeds helemaal kosteloos lezen op de website van Edge.Zero. Daar zijn alle verhalen die dit jaar meedongen gratis beschikbaar. Ga er lekker voor zitten en lees de beste genreverhalen van 2017, want er zitten heuse pareltjes tussen.

Geplaatst op

De zwerftocht van een verhaal

Deze antieke foto van een moeder met haar overleden kind inspireerde mij in 2015 tot het schrijven van een verhaal. De afwezige blik in haar ogen, het ongeloof over het overlijden van haar kind, hoe ze zich ergens geen houding kan geven – haar rechterhand geforceerd tegen haar gezicht gedrukt alsof ze haar eigen kind liever niet meer aanraakt – dit alles bij elkaar veroorzaakte een kettingreactie in mijn gedachten. Het gevoel dat overheerste was dat deze vrouw zo verschrikkelijk hard ergens anders wilde zijn. Overal is beter dan poseren voor een fotograaf met haar dode kind op schoot.

Zo werd het verhaal geboren over de liefde tussen een gewone man en een tijdzwemster. Doordat zij steeds door de tijd valt, bestaat hun liefdesleven uit fragmenten. Dat werd ook de titel van het verhaal: Fragmenten.

Ik zond het in naar de door LS en Elfia uitgeschreven wedstrijd met het thema Tijd en Ruimte. Het behaalde de tweede plaats. Het verhaal was me zo dierbaar dat ik er nog meer mee wilde. Helaas kon ik het niet inzenden naar een andere wedstrijd vanwege de jurysamenstelling (de meeste wedstrijden eisen dat een verhaal anoniem gejureerd kan worden) en ook het daarop volgende jaar dwarsboomde hetzelfde jurylid bij diezelfde wedstrijd dat ik het verhaal kon inzenden. Uiteindelijk koos ik ervoor om het verhaal mee te laten dingen als veteraan bij Fantastels. Dat bood de mogelijkheid om een verhaal – mits anoniem – in te dienen dat reeds aan een andere wedstrijd had deelgenomen. Gisteren werd bekend dat het verhaal daar de vierde plaats had behaald (onder de titel ‘Ontmoetingen’, vanwege die anonimiteit). Lang niet slecht met 93 deelnemende verhalen.

De jury was verdeeld, zoals meestal het geval is. Een paar fragmenten uit het commentaar:

‘Wat een verzengende liefde en wat een hartverscheurend verdriet. Het verhaal is zo goed als gereed voor publicatie en zou niet misstaan in een serie als Splinters van Quasis.’ (Alle verhalen werden anoniem gejureerd en dit jurylid wist niet dat er al een Splinter van mijn hand is verschenen, dus dit was een grappig detail.)

‘Een heerlijk verhaal vol weemoed, met veel gevoel voor sfeer geschreven en zeer goed opgebouwd.’

Maar er klonken ook kritische noten:

Een jurylid vond dat hij niet voldoende met de hoofdpersonen kon meeleven. Bovendien vond hij het onwaarschijnlijk dat een tijdreiziger in armoede leeft, want een tijdreiziger heeft voorkennis. (Hoe langer ik hierover nadenk, hoe beter ik door deze redenatie heen kan prikken, maar dat maakt zo’n juryrapport juist interessant.)

Weer een ander jurylid vond dat ik griezelig dichtbij ‘The timetraveler’s wife’ kwam met mijn vertelling. Die opmerking heb ik ook gehoord van proeflezers, dus het zal wel kloppen. Zelf kan ik beamen noch ontkennen, want ik heb het boek niet gelezen en de film niet gezien.

Zo gaat dat soms: een idee komt aanwaaien zonder dat je weet dat een andere schrijver al eens een soortgelijk iets heeft gebruikt. Ik laat het verhaal in zo’n geval gewoon worden wat het in mijn ogen moet zijn, want feitelijk bestaan er geen originele ideeën meer. Waarvan de een vindt dat het verhaal schatplichtig is aan het een of ander, daarvan vindt een ander juist dat het origineel is (zo ook in de jury van Fantastels, want een ander jurylid vond het juist ‘buitengewoon origineel bedacht’).

Ik moet eens kijken wat ik met het jurycommentaar ga doen en óf ik het verhaal ga aanpassen (verhaallijn, plot). Ik heb het onlangs  nog eens gelezen en wat ik zelf het liefst (gedeeltelijk) zou veranderen is het taalgebruik. Ik begin namelijk het al te barokke proza achter me te laten en begin steeds meer to the point te schrijven en heb het gevoel dat vooral de dialogen natuurlijker zouden kunnen.

Hoe dan ook: het verhaal is nu na drie jaar rondzwerven in anonimiteit eindelijk vrij van ‘wedstrijdplichten’ en ik kan niet wachten om het jullie te laten lezen.

 

Geplaatst op

Dutch Comic Con – Panel ‘Schrijvers 2.0’

Komend weekend 31 maart en 1 april is het weer zover: tijd voor Dutch Comic Con in de Jaarbeurs!

Niet alleen kan je dit weekend terecht voor al je geeky stuff, acteurs en actrices vanuit de verte of van heel dichtbij bewonderen, ook zijn er tal van activiteiten te beleven, waaronder het panel ‘Schrijvers 2.0’ in de cozy corner.

Tijdens dit informatieve panel en aansluitend een Q&A kunnen jullie meekijken in de schrijfkeuken van Jasper Polane (Lege steden), Sophia Drenth (Bloedwetten) en Roderick Leeuwenhart (Pindakaas en Sushi)  en hen het hemd van het lijf vragen.

Zij besteden tijdens het panel aandacht o.a. aan de volgende onderwerpen: Hoe schrijf je een natuurlijke dialoog? Wat zijn de mogelijkheden om je werk uit te geven anno 2018? En waar haal je als schrijver ideeën vandaan?

Het panel vindt zowel op zaterdag als zondag plaats tussen 11:45 en 12:30 in de cozy corner.

Wij hopen jullie daar te zien! 🙂

Het volledige programma van de Dutch Comic Con vind je HIER.

Geplaatst op

Blogtour ‘Kleine moordenaar’

In dit bericht worden de links naar alle bijdragen aan de blogtour geplaatst

15 maart: De aftrap – Sophia Drenth, artikel over Kleine moordenaar

17 maart: Connies Boekkies – recensie door Conny Schelvis-Mens

19 maart: Boekenvirus – recensie door An.

21 maart: De Perfecte Buren – recensie doorJeanine Feunekes-Both.

23 maart: Thrillers and more – recensie van Daniëlle Henssen

25 maart: Johan Klein Haneveld – recensie

27 maart: Een bijdrage van Jasper Polane

29 maart: Totem – recensie van Tom Kruijsen

31 maart: Samen lezen is leuker – recensie van Karin Meinen-Benjamins + winactie

 

 

Geplaatst op

Blogtour Kleine moordenaar – de aftrap

 

Rafaël zit naast me op de bank, zijn muts tot over zijn oren naar beneden getrokken en zijn knieën raken zowat zijn kin. Hij doet niet onder voor een coole gast op de middelbare school die met zijn broek half van zijn kont gezakt door troosteloze gangen slentert.

Ware het niet dat Raf is geboren in Hofstede voordat de Ontkroning plaatsvond, ergens rond de jaren twintig van de negentiende eeuw in onze eigen jaartelling. Een plek waar armoede en waterpest welig tieren. Onderdrukt door een vader met losse handen heeft hij weinig vooruitzicht op een lang of gelukkig leven.

Hoewel ik net een (veel te dik uitgevallen) novelle over hem  heb volgeschreven, moet ik nog steeds aan deze kwetsbare jongen wennen. Ik heb hem immers leren kennen als gemaakte, een lispelende verschijning met rijen vlijmscherpe tanden en pikzwarte ogen zonder een greintje oogwit, die er niet vies van is om te pakken wat hem toekomt (bij voorkeur het bloed van zijn vijanden). Ravàn is een opgewonden standje, iemand die liever tegen de stroom inzwemt in plaats van mensen naar de mond te spreken, een rebel in hart en nieren.

Hij werd geboren als bijrol in Bloedwetten: Vonnis, eiste in Bloedwetten: Verlossing een belangrijke rol op in het plot (wie had gedacht dat uitgerekend hij als enige zou doorhebben hoe alles in elkaar steekt?) en ik ben ervan overtuigd dat hem een grootse toekomst wacht. Wellicht grootser dan hij zelf voor mogelijk houdt.

Kleine jongens worden groot.

Het is nog steeds een shock dat ik hem als mensenkind heb leren kennen. Hij heeft zich de afgelopen maanden volledig blootgegeven. Zijn kwetsbaarheid was ontroerend en zal voor sommige mensen pijnlijk herkenbaar zijn. Ik heb lang getwijfeld hoever ik in detail moest treden. Na een tijdje om de hete brij heen te hebben gedraaid, besloot ik dat ik Rafs verhaal onrecht zou aandoen door een blad voor de mond te nemen. Zoveel slachtoffers van misbruik worden monddood gemaakt. Ik moest Raf een stem geven, ook al is hij ‘maar’ een fictief personage. Fictie is een medicijn, het kan ons helen wanneer de realiteit te gruwelijk is om onder ogen te komen.

Censuur is tijdens het schrijven niet op zijn plaats. Het mag best ongemakkelijk worden en tegen de grenzen van het toelaatbare aan schurken. Wegkijken zou het verhaal onrecht hebben aangedaan.

Ik hoop dat jullie mijn kleine moordenaartje net zoals ik zullen omarmen en dat zijn verhaal een vorm van troost zal geven, al hoop ik vurig dat niemand hetzelfde pad zal moeten bewandelen als hij. Uiteindelijk kent ook zijn leven als mens in zekere zin een happy end. Het praat zijn daden niet goed, ook al waren ze zijn enige uitweg. Als hij een andere leermeester tegen het lijf was gelopen had hij wellicht andere keuzes gemaakt.

Een lezer vroeg me laatst waarom ik ervoor had gekozen om in Gedichten van licht en schaduw een moordenaar te verheerlijken. Voor mij is het geen kwestie van verheerlijking wanneer ik mij in het doen en laten van bijvoorbeeld een moordenaar verdiep. Het is enkel een manier om aan te tonen dat er vele tinten grijs tussen wit en zwart zijn; meer schakeringen dan we kunnen bevroeden, want elke booswicht is de held van zijn eigen verhaal en elke held is een tiran in de ogen van degene in wiens ellende hij zich niet kan inleven.

Raf pulkt stilletjes de vlokjes bloedpulver van zijn muffin en peuzelt ze op. Ik heb ze gebakken om te vieren dat het vandaag zover is: zijn bronvertelling ziet officieel het levenslicht. De afgelopen tijd heb ik hem al een paar keer de wijde wereld in gestuurd. Eerst naar zijn peettantes van redactie en persklaarmaken. Daarna naar een paar proeflezers die hem maar vreemd bekeken. Eentje werd zelfs een beetje depri van hem. Nou vraag ik je!

Maar vandaag is het anders. Vandaag trekt jonge Raf  de wijde wereld in, waar iedereen hem kan be- en veroordelen. ‘Niets om bang voor te zijn,’ zeg ik met de nodige bravoure. ‘Je hebt erger te verduren gehad. Ook al beoordelen onbekenden jou en slaan ze je met één ster om je oren, ook al begrijpt niemand wat de (integere) bedoeling van het verhaal is: jij weet waar je vandaan komt en jij weet waar je voor staat. Je hoeft niet vrienden met iedereen te worden om van waarde te zijn. Vandaag begint jouw grote avontuur, kleintje. Je zou ernaar uit moeten kijken.’

‘Maar zo direct is het voorbij,’ sputtert hij.

‘Je denkt toch niet serieus dat het voorbij is? Dat wij elkaar nooit meer gaan zien? Kleine moordenaar is geschreven. Je verhaal is verteld. Dát deel van jouw verhaal, tenminste… maar daar blijft het niet bij. Weet je nog wat je me laatst toevertrouwde? Over jouw terugkeer naar Hofstede, vlak nadat je van het bloed bent geworden?’

Hij knikt.

‘En Bloedwetten: Voortbestaan (werktitel), je denkt toch niet dat daarin geen rol voor jou is weggelegd?’

Nu begint hij te stralen.

‘Nou dan, stop die laatste muffins bij je en wegwezen. Ik zie je snel weer.’

Voor ik kan zeggen dat hij een jas en een sjaal moet meenemen – want het mag dan wel bijna lente zijn, het is nog fris buiten – is hij verdwenen.

Hoewel hij vroeg of laat bij me terugkeert, ga ik mijn kleine moordenaar missen. Zijn onschuld krijgt hij nooit meer terug, die verloor hij op de daken van zijn geliefde geboortestad op die ene nacht toen hij getuige was van een moord.

Het ga je goed, kleintje. De wereld ligt aan je voeten.

Bestel Kleine moordenaar hier.

Geplaatst op

Inspiratieblog ‘Gedichten van licht en schaduw’

Speciaal voor Halloween duik ik wat dieper in de achtergrond van ‘Gedichten van licht in schaduw’ en wat mij ertoe inspireerde om het verhaal te schrijven.

Vlak nadat ik door Martijn Lindeboom was gevraagd om een verhaal te schrijven voor een horrorbundel die in het najaar van 2016 bij Luitingh-Sijthoff zou verschijnen, stuitte ik op Pinterest (waar ik veel inspiratie vandaan haal) op een foto gemaakt door de pionier van de Parijse misdaadfotografie, Alphonse Bertillon.

Ik had Martijn om een paar dagen bedenktijd gevraagd, want ik zat midden in het schrijven van Bloedwetten: Verlossing en wist niet of ik me daar op korte termijn uit kon losrukken. Bovendien schrijf ik met een slakkengang en komen ideeën mij (doorgaans) niet aanwaaien.

Dankzij die ene foto (achter af gezien weet ik niet eens meer welke) begonnen de radertjes te ratelen. Hoe gruwelijk die afbeeldingen ook zijn, ze bezitten ook een bijna kunstzinnige schoonheid. Zo werd het idee geboren van een seriemoordenaar die samen met een fotograaf kunst maakt. De aparte manier van fotograferen heeft meteen de eerste scène van het verhaal geïnspireerd (zie foto-collage boven). Let ook op de poot van het statief dat op een paar afbeeldingen hier onder zichtbaar is.

Qua inspiratie bevond ik me meteen de Belle Epoque van Parijs en wat past daar nou beter bij dan een flink glas vol absint? Veel kunst in die tijd is geschapen onder invloed van de groene fee, zo zouden de cirkels in ‘De sterrennacht’ van Van Gogh een directe gevolg van absintgebruik zijn.

Ik zette mijn zoektocht op Pinterest voort en vond de ene na de andere afbeelding die mijn gedachten op hol liet slaan. De vervallen straatjes van Montmartre, de bouw van de Eiffeltoren, de dames met hun ingesnoerde tailles. Ach, wat een romantiek.

De opkomst van de fotografie is op zichzelf al een mooi onderwerp om je in te verdiepen. Zo ontdekte ik het bestaan van een fototoestel dat op een zakhorloge leek. Tja, dat moest natuurlijk een rol krijgen in het verhaal.

Als ik al die afbeeldingen zo bekijk, raak ik ervan doordrongen dat ik met liefde nogmaals naar de Belle Epoque zou terugkeren. Wat mij betreft is het niet uitgesloten dat het bij één bezoek blijft.

Speciaal voor Halloween en dit blog, heb ik een filmpje opgenomen waarin ik uit ‘Gedichten van licht en schaduw voorlees.

Alle afbeeldingen komen uit mijn inspiratiemap op Pinterest. Je kan die hier bekijken. Ook leuk als je me daar volgt. Dan kan je o.a. zien wat mij zoal visueel inspireert bij het schrijven van mijn verhalen.