Gepost op

Twee jaar Bloedwetten

bw 2jaar‘Wakker geworden uit een droom met een krachtig verhaalidee in mijn hoofd.’ Deze woorden schreef ik vandaag twee jaar geleden op.

Die droom zou het begin zijn van Bloedwetten. Op dat moment kon ik niet bevroeden wat er allemaal uit die nachtelijke visioenen zou voortvloeien, dat ik nu zou zijn waar ik nu ben, met een succesvolle crowdfunding achter de rug, ontelbare avonturen op het vlak van selfpubben rijker én de uitgave van een eerste roman op zak. Ik heb zelfs voor publiek staan pitchen. Mijn broek zakt er nog geregeld van af.

Het zijn uitdagingen die mijn leven stuk voor stuk hebben verrijkt, me meer dan eens tot wanhoop hebben gedreven, maar uiteindelijk bleek er elke keer toch een manier te zijn om het onmogelijke mogelijk te maken. Met veel hulp en liefde van anderen en een torenhoge gunfactor, laat dat onbetwist zijn!

Als ik die eerste notities in mijn Morning Pages teruglees, koortsachtig neergekrabbeld vlak na ontwaken, verbaast het mij welke elementen van Bloedwetten er vanaf dat eerste moment aanwezig waren. Ik schreef:beer meisje

‘Essentie: een man wordt ‘geturnd’ door bende vampiers/demonen die de schurft aan hem hebben. Maar hij doet niet mee, wordt een vampier, maar schrijft zijn eigen regels. Hij drinkt geen bloed maar doet aan autotransfusie.’

Het was er allemaal: de verwekking door een gruwelijke moeder, het baren van je eigen ziel, de slachting in de chocolaterie. Het idee van je grootste vijand het eeuwige leven geven, zodat je hem eindeloos kan misbruiken. Ook de vleermuisbeer was van meet af aan van de partij. Waar kwamen de beelden die ik zo intens had ervaren vandaan?

dexterVoor het slapengaan had ik de allerlaatste aflevering van Dexter bekeken (de VPRO hield weer eens zo’n lekkere Dexter-marathon). Die laatste minuut verankerde zich in mijn hoofd. Het gevoel van verlatenheid en wanhoop liet me niet los tot in mijn diepste droomtijd. En ja, het rode haar van Storm is zowel een ode aan als een knipoog naar Dexter.

Na het neerkrabbelen van die Morning Pages ben ik gewapend met een extra stevig ontbijt naar mijn pc gerend, waar ik vervolgens uren heb zitten schrijven. Dat was me in jaren niet overkomen. De schrijfkoorts sloeg toe en heeft me niet meer losgelaten. Ik ben blijven schrijven, dagelijks, vele uren achter elkaar. Het verhaal werd een novelle, de novelle groeide uit tot een roman en de roman werd het eerste deel van een tweeluik en ook het tweeluik lijkt nog maar het begin. Prequels zijn in de maak. Bloedwetten wil naar bloedstollende hoogten groeien. Het dijt uit als een kracht die groter is dan mezelf.

Hoe nu verder? Momenteel werk ik keihard aan deel II. Het is een gecompliceerd boek met een rijke schare aan personages en een ingewikkelde intrige. De grootste uitdaging uit mijn schrijversbestaan tot nu toe. Het is tevens een koppig boek dat zich niet zonder slag of stoot laat schrijven. Maar ik heb het nu in de houdgreep – of laat het me alleen maar in die waan? – en ik laat het niet meer gaan. Op een publicatiedatum kan je me op dit moment nog niet vastpinnen, zeker niet na wat ik de afgelopen jaren allemaal heb geleerd. Er komt zoveel kijken bij het publiceren van een boek.

Wat ik wel kan vertellen is dat er binnenkort belangrijk nieuws over de toekomst van Bloedwetten en mijn uitgeverij Staaldruk wordt bekendgemaakt. Het belooft een eigenzinnige samenwerking te worden, tussen twee partijen die veel met elkaar gemeen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar naar (nog) grotere hoogten zullen tillen.

Op naar de toekomst!

*Bron foto’s eigen archieven en Google. Alle rechten bij de makers.

Gepost op

NaNoWriMo 2015: De twijfel slaat toe

nanobanner

Dat ik aan minimaal 1667 woorden per dag schrijven een hele kluif ging hebben, stond vanaf het begin vast. Toch ging ik de uitdaging aan. Ik wilde proberen of nano dezelfde magie voor mij had als voor zoveel schrijvers.

Sinds een paar dagen is de twijfel toegeslagen. Het schrijven gaat in een moordtempo. Om aan het minimum te komen heb ik de schrijfdagen van 8 uur en langer gemaakt. Ik ben geen snelschrijver, ook geen veelschrijver. Heb me er ook al een tijdje bij neergelegd dat ik dat nooit zal worden. Ik schud niet eventjes een plot uit mijn mouw voor deze of gene wedstrijd. Zo werkt het voor mij simpelweg niet. Mijn proza moet rustig inweken. Als ik schrijf ervaar ik mijn personages, the good, the bad, the ugly. Je zou het method writing kunnen noemen.

Het grootste probleem zijn niet de uren (slechts een gewone werkdag) of het aantal woorden, maar puur het tempo. Ik haast me door de scènes heen, veel diepgang krijgen ze niet. Dat is op zich niet vreemd bij een first draft, de eerste schets van het verhaal. Dat je schrijft en vooral dóórschrijft is het belangrijkste tijdens nano. De innerlijke criticus moet worden uitgezet. Bijna zonder nadenken doorbeuken zou de enige optie zijn om dit doel te bereiken.

Wat voor mij wel een probleem is, is dat het ‘voelen’ uitblijft. Er duikt soms kortstondig iets op wat op flow lijkt, maar het brute schermstaren heeft de overhand. Het is net alsof ik niet helemaal bij ben. Ik verkeer in een roes, maar het is geen fijne roes. Haast hebben om te schrijven, normaal voelt het anders voor me, rustgevend. Dit is verre van rustgevend.

Interessante ontwikkelingen waar ik niet al te veel vragen bij het gesteld, ze hebben plaatsgevonden en ik heb ze laten gebeuren. Dit zou komen door het uitschakelen van die innerlijke criticus. Maar zouden deze openbaringen niet zijn ontstaan bij een minder hoog tempo? Ik betwijfel het. Ik geloof erin dat mijn personages mij vertellen welke weg ze moeten bewandelen als de weg die ik voor ze heb verzonnen hen niet aanstaat. Geloof maar dat ze hun mond opentrekken als ze het ergens niet mee eens zijn.

Ik voel er veel voor om de beoogde wordcount van 50.000 woorden vaarwel te zeggen en weer in mijn eigen tempo verder te gaan. Wie mij een beetje kent, weet dat dit geen makkelijke beslissing is. Als ik me eenmaal iets in mijn hoofd haal, ga ik door tot het bittere eind. Als kind ging ik steevast voor die smurfensticker, elke keer. (Wat een tegenvaller was het als ik een huppelend paard, of nog erger, een kwijlend hondje onder mijn huiswerk/proefwerk aantrof. Smurfen, daar ging ik voor!) Ik hou niet van tussendoor van plan veranderen, maar nu heb ik het gevoel dat ik samen met mijn manuscript op een gapende afgrond af dender. ‘Kwaliteit in plaats van kwantiteit!’ brult elke vezel in mijn lichaam, terwijl ik aan de teugels trek in een verwoede poging om het op hol geslagen monster van galop naar draf te krijgen.

Ik ben Bloedwetten en Bloedwetten dat ben ik en momenteel voel ik me niet happy, want ik haal niet wat ik doorgaans uit het schrijven haal: de verwondering, de magie van de woorden die zich schijnbaar uit het niets aan elkaar breien. Ik had verwacht dat nano dat heerlijke gevoel zou aanwakkeren, maar het lijkt het juist te onderdrukken. Boven alles komt mijn twijfel voort uit het gevoel dat het ijltempo mijn boek geen goed doet, dus ik ga zeer waarschijnlijk een stap terugdoen uit naam van Bloedwetten.

Mijn voornaamste doel heb ik immers al bereikt: het terugvinden van mijn schrijfroutine. Nu die weer in mijn systeem zit, zal ik het niet snel laten gaan. Bloedwetten II zal het licht zien, misschien niet in de vorm van een manuscript dat op 30 november 50.000 woorden is toegenomen, maar dat het boek er komt staat vast. Nu nog een goede titel verzinnen in plaats van ‘Deel II’. Daar ga ik eens rustig over nadenken bij een kop thee.

Gepost op

NaNoWriMo2015: De Uitdaging

Dit jaar doe ik voor het eerst met NaNoWriMo (National Novel Writing Month). Voor wie daar niet mee bekend is: iedere november gaan duizenden schrijvers wereldwijd collectief uit hun plaat door de uitdaging aan te gaan om 50.000 woorden gedurende de maand november te schrijven. Dat houdt in dat je minimaal 1667 woorden per dag moet produceren om op schema te blijven.

‘Yeah, right, 1667 woorden per dag, is dat veel?’ vraagt de niet-schrijver zich af? Even ter vergelijking als ik aan een boek of verhaal werk, schrijf ik meestal rond de 1000 woorden per schrijfavond. Een gemiddelde roman telt rond de 80 à 90.000 woorden. Bloedwetten is 130.000 woorden rijk en daar heb ik in totaal anderhalf jaar aan geschreven (inclusief een ontelbaar aantal drafts voor sommige scènes).

Dus ja, 1667 woorden per dag schrijven is in mijn geval een behoorlijke uitdaging. Voor mij is de voornaamste reden om deel te nemen mijn schrijfflow terugvinden. Tot die eerste november jongstleden – toen het hele spektakel van start ging – was het een jaar geleden dat ik aan iets nieuws werkte. Mijn inzending voor de Fantastels verhalenwedstrijd was het laatste nieuwe werk dat er uit mijn handen kwam. Er is bijna een heel jaar gaan zitten in Bloedwetten afwerken en publiceren.

En nu heb ik me dus ein-de-lijk op deel II van Bloedwetten kunnen storten, een verhaal dat ik langer dan een jaar met me meedraag. Allemaal dankzij het voornemen om het er dit jaar eens op te wagen en een nanospurt te trekken.

Maar waarom jezelf dwingen? Schrijven ís voor het grootste deel jezelf dwingen. Inspiratie moet je afdwingen. Het is de aloude kwestie van butt in chair en schermstaren, een woord bij zijn kladden grijpen en beginnen. Nano is niet anders dan wat ik doorgaans doe als ik aan een boek werk: gaan zitten en doen. That’s all there is to it. Eerlijk waar. Woord na woord, draft na draft, net zolang tot je jezelf en je personages wel kan schieten. Maar als die flow er eenmaal is, is er niets wat in de buurt komt van die heerlijkheid van woorden die uit je vingertoppen vloeit. Elke schrijver zal beamen dat dat gevoel verslavend is en het is een van de redenen dat je er steeds weer voor gaat zitten.

Alles wat ik maak komt voort uit mijn hart, maar schrijven gaat nog dieper. Schrijven komt uit mijn ziel en om je zielenwoorden te vinden moet je diep graven. Soms enorm diep, dieper dan je lief is, dieper dan comfortabel is. Maar schrijven hoeft niet comfortabel te zijn. Schrijven gaat om je grenzen verleggen, met elk verhaal opnieuw, groeien, kleine stukjes van jezelf bijeen sprokkelen via de stem van je personages. En als de woorden niet goed zijn, dan schrijf je nieuwe, net zo lang tot het wel goed is. Om het ook daadwerkelijk te doen zet je een stok achter de deur. Deze maand is die stok voor mij nano.

Ga ik het halen? Geen idee. Eén schrijfloze dag gooide onlangs al roet in het eten. Ik ben inmiddels weer op schema na een heel weekend onafgebroken schrijven en heel veel schermstaren.

Misschien helpt het dat ik een extra stok achter de deur heb: als ik de 50.000 woorden haal, mag ik van mezelf een nieuw paar schoenen kopen. Dat moet toch zeker helpen om vlijtig door te pennen?*

Ik wens iedereen die met nano meedoet enorm veel succes. Soms tegen je computer gillen mag best, je haren uit je kop rukken of jezelf belonen met een zak chips of stuk taart omdat je helemaal niets geschreven hebt, mag ook. Maar wat je ook doet, blijft met die butt in die chair zitten tot je de 50.000 woorden (of wat je doel ook moge zijn) hebt geschreven. Je kan het!

De belangrijkste vraag is aan het eind van dit blog natuurlijk nog niet beantwoord: tellen de woorden uit dit stukje nu wel of niet mee voor nano?

*En wie hou ik voor de gek? Dat nieuwe paar schoenen komt er toch wel.

Gepost op

Waarom 6500,- euro?

Quote BW weg terug

Waarom 6500,- euro?

6500,- euro is veel geld. Kwaliteit kost geld. Ik ga niet voor een halfbakken product. De kern van een goed boek is gedegen (lees: snoeiharde) tekst- en woordredactie. Dat neemt bij elkaar ongeveer een derde van het totaalbedrag in beslag. Nog een derde voor het drukken van het boek zelf en een exclusieve hardcover met een eenmalige oplage van maximaal 100 exemplaren. De rest van het bedrag is weggelegd voor vormgeving, webdesign, kosten opnames boektrailer, promotiemateriaal en natuurlijk het percentage dat ik aan de crowdfunding website zelf moet afstaan (7%). Voeg een bijdrage voor de overheid à 21% BTW toe en je zit al snel op een bedrag van 6500,- euro. En zelfs dat dekt niet alle kosten, dus ik zal sowieso zelf in de buidel tasten. Dat is helemaal niet erg, want ik geloof in dit boek.

De crowdfunding zal alle medewerkers aan het project betalen, behalve de schrijver zelf. Pas wanneer ik het grootste deel van de oplage van 500 stuks heb verkocht, of wanneer ik meer dan 100% weet te crowdfunden, zal ik er iets uit halen wat op winst lijkt. Winst die als sneeuw voor de zon verdwijnt zodra je in uren gaat tellen, dus dat laat ik wijselijk maar even achterwege.

Ik geef het grif toe: als het zou kunnen zou ik graag mijn geld verdienen met schrijven, maar vooralsnog is het passie die me voortdrijft. Soms komt er iets op je pad waarvan je weet dat je het moet doen. Bloedwetten is voor mij zo’n project. Zonder twijfel.

Doneer nu door hier te klikken en deel het project met zo veel mogelijk mensen. Je zou me er enorm mee helpen. Bedankt!