Gepost op

De zwerftocht van een verhaal

Deze antieke foto van een moeder met haar overleden kind inspireerde mij in 2015 tot het schrijven van een verhaal. De afwezige blik in haar ogen, het ongeloof over het overlijden van haar kind, hoe ze zich ergens geen houding kan geven – haar rechterhand geforceerd tegen haar gezicht gedrukt alsof ze haar eigen kind liever niet meer aanraakt – dit alles bij elkaar veroorzaakte een kettingreactie in mijn gedachten. Het gevoel dat overheerste was dat deze vrouw zo verschrikkelijk hard ergens anders wilde zijn. Overal is beter dan poseren voor een fotograaf met haar dode kind op schoot.

Zo werd het verhaal geboren over de liefde tussen een gewone man en een tijdzwemster. Doordat zij steeds door de tijd valt, bestaat hun liefdesleven uit fragmenten. Dat werd ook de titel van het verhaal: Fragmenten.

Ik zond het in naar de door LS en Elfia uitgeschreven wedstrijd met het thema Tijd en Ruimte. Het behaalde de tweede plaats. Het verhaal was me zo dierbaar dat ik er nog meer mee wilde. Helaas kon ik het niet inzenden naar een andere wedstrijd vanwege de jurysamenstelling (de meeste wedstrijden eisen dat een verhaal anoniem gejureerd kan worden) en ook het daarop volgende jaar dwarsboomde hetzelfde jurylid bij diezelfde wedstrijd dat ik het verhaal kon inzenden. Uiteindelijk koos ik ervoor om het verhaal mee te laten dingen als veteraan bij Fantastels. Dat bood de mogelijkheid om een verhaal – mits anoniem – in te dienen dat reeds aan een andere wedstrijd had deelgenomen. Gisteren werd bekend dat het verhaal daar de vierde plaats had behaald (onder de titel ‘Ontmoetingen’, vanwege die anonimiteit). Lang niet slecht met 93 deelnemende verhalen.

De jury was verdeeld, zoals meestal het geval is. Een paar fragmenten uit het commentaar:

‘Wat een verzengende liefde en wat een hartverscheurend verdriet. Het verhaal is zo goed als gereed voor publicatie en zou niet misstaan in een serie als Splinters van Quasis.’ (Alle verhalen werden anoniem gejureerd en dit jurylid wist niet dat er al een Splinter van mijn hand is verschenen, dus dit was een grappig detail.)

‘Een heerlijk verhaal vol weemoed, met veel gevoel voor sfeer geschreven en zeer goed opgebouwd.’

Maar er klonken ook kritische noten:

Een jurylid vond dat hij niet voldoende met de hoofdpersonen kon meeleven. Bovendien vond hij het onwaarschijnlijk dat een tijdreiziger in armoede leeft, want een tijdreiziger heeft voorkennis. (Hoe langer ik hierover nadenk, hoe beter ik door deze redenatie heen kan prikken, maar dat maakt zo’n juryrapport juist interessant.)

Weer een ander jurylid vond dat ik griezelig dichtbij ‘The timetraveler’s wife’ kwam met mijn vertelling. Die opmerking heb ik ook gehoord van proeflezers, dus het zal wel kloppen. Zelf kan ik beamen noch ontkennen, want ik heb het boek niet gelezen en de film niet gezien.

Zo gaat dat soms: een idee komt aanwaaien zonder dat je weet dat een andere schrijver al eens een soortgelijk iets heeft gebruikt. Ik laat het verhaal in zo’n geval gewoon worden wat het in mijn ogen moet zijn, want feitelijk bestaan er geen originele ideeën meer. Waarvan de een vindt dat het verhaal schatplichtig is aan het een of ander, daarvan vindt een ander juist dat het origineel is (zo ook in de jury van Fantastels, want een ander jurylid vond het juist ‘buitengewoon origineel bedacht’).

Ik moet eens kijken wat ik met het jurycommentaar ga doen en óf ik het verhaal ga aanpassen (verhaallijn, plot). Ik heb het onlangs  nog eens gelezen en wat ik zelf het liefst (gedeeltelijk) zou veranderen is het taalgebruik. Ik begin namelijk het al te barokke proza achter me te laten en begin steeds meer to the point te schrijven en heb het gevoel dat vooral de dialogen natuurlijker zouden kunnen.

Hoe dan ook: het verhaal is nu na drie jaar rondzwerven in anonimiteit eindelijk vrij van ‘wedstrijdplichten’ en ik kan niet wachten om het jullie te laten lezen.

 

Gepost op

Inspiratieblog ‘Gedichten van licht en schaduw’

Speciaal voor Halloween duik ik wat dieper in de achtergrond van ‘Gedichten van licht in schaduw’ en wat mij ertoe inspireerde om het verhaal te schrijven.

Vlak nadat ik door Martijn Lindeboom was gevraagd om een verhaal te schrijven voor een horrorbundel die in het najaar van 2016 bij Luitingh-Sijthoff zou verschijnen, stuitte ik op Pinterest (waar ik veel inspiratie vandaan haal) op een foto gemaakt door de pionier van de Parijse misdaadfotografie, Alphonse Bertillon.

Ik had Martijn om een paar dagen bedenktijd gevraagd, want ik zat midden in het schrijven van Bloedwetten: Verlossing en wist niet of ik me daar op korte termijn uit kon losrukken. Bovendien schrijf ik met een slakkengang en komen ideeën mij (doorgaans) niet aanwaaien.

Dankzij die ene foto (achter af gezien weet ik niet eens meer welke) begonnen de radertjes te ratelen. Hoe gruwelijk die afbeeldingen ook zijn, ze bezitten ook een bijna kunstzinnige schoonheid. Zo werd het idee geboren van een seriemoordenaar die samen met een fotograaf kunst maakt. De aparte manier van fotograferen heeft meteen de eerste scène van het verhaal geïnspireerd (zie foto-collage boven). Let ook op de poot van het statief dat op een paar afbeeldingen hier onder zichtbaar is.

Qua inspiratie bevond ik me meteen de Belle Epoque van Parijs en wat past daar nou beter bij dan een flink glas vol absint? Veel kunst in die tijd is geschapen onder invloed van de groene fee, zo zouden de cirkels in ‘De sterrennacht’ van Van Gogh een directe gevolg van absintgebruik zijn.

Ik zette mijn zoektocht op Pinterest voort en vond de ene na de andere afbeelding die mijn gedachten op hol liet slaan. De vervallen straatjes van Montmartre, de bouw van de Eiffeltoren, de dames met hun ingesnoerde tailles. Ach, wat een romantiek.

De opkomst van de fotografie is op zichzelf al een mooi onderwerp om je in te verdiepen. Zo ontdekte ik het bestaan van een fototoestel dat op een zakhorloge leek. Tja, dat moest natuurlijk een rol krijgen in het verhaal.

Als ik al die afbeeldingen zo bekijk, raak ik ervan doordrongen dat ik met liefde nogmaals naar de Belle Epoque zou terugkeren. Wat mij betreft is het niet uitgesloten dat het bij één bezoek blijft.

Speciaal voor Halloween en dit blog, heb ik een filmpje opgenomen waarin ik uit ‘Gedichten van licht en schaduw voorlees.

Alle afbeeldingen komen uit mijn inspiratiemap op Pinterest. Je kan die hier bekijken. Ook leuk als je me daar volgt. Dan kan je o.a. zien wat mij zoal visueel inspireert bij het schrijven van mijn verhalen.

 

Gepost op

Boekpresentatie Bloedwetten: Verlossing, een terugblik

Na langer dan anderehalf jaar bijna dag in dag uit met Bloedwetten: Verlossing bezig te zijn geweest, was het op 29 april jongstleden zover en mocht ik het boek op Elfia Haarzuilens in de prachtige kapel van het landgoed presenteren. De opkomst was boven verwachting. Met de hulp van diverse vrienden heb ik er een geweldig feestje van gemaakt.

Nadat Jasper Polane mij had geïntroduceerd en ik alle aanwezigen had verwelkomd, verzorgde Gewendolyn Snowdon een muzikaal intermezzo.

De première van de boektrailer viel helaas grotendeels in het water door overbelichting. Zelfs ik kon daar hartelijk om lachen, want dergelijke ups en downs typeren het hele proces van zelf je boeken uitgeven. De speciaal door Lon Snow gecomponeerde muziek klonk in ieder geval prachtig dankzij de akoestiek van de kapel. Je kan de boektrailer HIER in zijn geheel bekijken.

Natuurlijk had ik iets bijzonders voor alle aanwezigen in petto. Niet het doorsnee ‘schrijver leest voor, publiek dommelt weg’-momentje, maar een Bloedwetten pastiche, waarin diverse vrienden die in het publiek zaten een rol speelden. Johan Klein Haneveld liet zijn machtige stem over alle aanwezigen schallen toen hij in de rol van Kushir voor zijn rekening nam. Hij verraste zelfs mij door de tekst daadwerkelijk te zingen! Linda van Oostendorp vertolkte een niet zo lieftallige Maïa van Minnewold en Roderick Leeuwenhart zette zijn tanden in de rol van Victoire Rousseaux d’Hubertin., inclusief dode poedel als bontmanteltje (het meest dandy-eske kledingstuk dat hij in de kast van zijn vriendin had kunnen vinden).

Tot besluit was er een boekverloting en was het dringen geblazen om een boek mét handtekening te bemachtigen. Volgens Linda ben ik de langzaamste boeksigneerder ever. Een titel die ik met trots draag, omdat ik in elk boek iets anders probeer te schrijven.

Het signeren ging door tot in het voorportaal van de kapel, zodat de volgende presentatie kon beginnen.

Moe maar voldaan keerden de heldinnen terug naar hun kraam, want er wachtte nog een heel Elfia op hen, vol schitterend uitgedoste bezoekers waarvan er diverse een exemplaar van Bloedwetten: Verlossing kwamen halen. En uiteindelijk is het schrijversleven altijd weer met je beide beentjes op de grond staan en gewoon je eigen prakkie koken.

Bedankt aan iedereen die erbij was en die heeft meegeholpen om het zo’n fijne en gedenkwaardige dag te maken!

Bloedwetten aanschaffen? Dat kan HIER.

Foto’s: Hans Glaudemans

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Gepost op

Over vriendschap en uitgeven

www.bloedwetten.comToen Jasper mij vroeg of ik een blog wilde schrijven voor de blogtour ter ere van zijn nieuwste roman Wolvinnen van Otrostaadt,  zei ik zonder nadenken ‘ja!’. Daar ben ik namelijk goed in, zonder nadenken ‘ja!’-zeggen.  Vervolgens rees de vraag in welke vorm dit blog te gieten. Een interview? Ging al gebeuren. Elkaar interviewen dan? Ook al gedaan. Bovendien hadden we we ons dan verplicht gevoeld een antwoord te geven op de veel gestelde en o zo ongemakkelijk vraag of we een stel zijn. Zelfs het ludieke idee om Edison en Storm elkaar te laten interviewen kwam voorbij, maar uiteindelijk ketste dat ook af, omdat je als lezer daarvoor beide boekenreeksen moet kennen. Een ideetje dat we op de plank ‘wellicht voor in de toekomst’ leggen.

Nadat ik me vorige week naar Leiden had gerept om bij de boekpresentatie van Wolvinnen aanwezig te zijn, gezellig een nachtje in Huize Polane bleef logeren om de volgende dag een dagje markt mee te draaien, kwam ik op het idee waar ik het in dit blog over wil hebben. Want hoe is dat nou eigenlijk gekomen, die nauwe samenwerking tussen Quasis en Staaldruk/Bloedwetten?

Begin november 2014 had ik de first draft van Bloedwetten al een paar maanden af en ik was druk bezig met herzien. Het plan was om, indien geen van de uitgevers waar ik het manuscript naartoe had gestuurd met een contract zou zwaaien, ik het boek zelf zou uitgeven. Hoe precies, was nog de grote vraag. Op mijn tijdlijn op Facebook zag ik een interview met ene Jasper Polane voorbijkomen, een stuk dat afkomstig was van de site die inmiddels is uitgegroeid tot  ’s Neerlands grootste lezerscommunity, Hebban. Daarin vertelde Jasper enthousiast over zijn debuut Lege Steden (een boek waarvan de thematiek me meteen aansprak) en hoe hij de publicatie door middel van crowdfunding had gefinancierd. Tot op dat moment had ik nog nooit van crowdfunding gehoord, niet bewust in ieder geval. Het was zo’n moment waarop je een kwartje kon horen vallen. ‘Ga ik ook doen,’ dacht ik bij mezelf, ook al werd in het interview duidelijk dat het een pittige klus zou worden, maar ja, als ik me iets in mijn hoofd haal, hou me er dan maar eens van af.

Op de Midwinterfair in het Archeon, 2014 ontmoetten Jasper en ik elkaar voor het eerst. Lang hebben we toen niet kunnen praten, beiden aan het werk en Jasper op zondag geveld door een nare buikgriep. Kort daarna voerden we geheim beraad in de Bijenkorf te Amsterdam, waar ik Jasper het hemd van het lijf mocht vragen over de ins and outs van crowdfunding. Niet alleen was door dat interview op Hebban het idee ontstaan om publicatie van Bloedwetten op dezelfde manier aan te pakken, ook vertoonde ons werk enkele overeenkomsten. Inhoudelijk zouden de boeken zo naast elkaar kunnen staan in de boekhandel.

Ik sloeg aan het plannen en op de achtergrond heeft Jasper mij (samen met vele anderen) door de intensieve tijd rondom de crowdfunding geloodst. Onze vriendschap groeide en al gauw kwam het idee voor nauwere samenwerking ter sprake. De reden dat het er niet meteen van kwam, ligt geheel bij mij. Niet uit wantrouwen, maar juist uit een te groot gevoel van vertrouwen, want ergens geloof ik dat vriendschap en zaken gescheiden moeten blijven. En dus ging ik in zee met een uitgever die een week nadat ik had toegezegd uit elkaar klapte. Pas maanden later kreeg ik te horen hoe zaken ervoor stonden. Deze uitgever was een gevestigde naam binnen het genre en het leek een veilige keus. Een ervaring die mij vervolgens meer dan voldoende reden gaf om te twijfelen of ik er goed aan deed om met wie dan ook krachten te bundelen. Misschien was ik alleen beter af. Maar in je uppie met maar één boek op je naam is het praktisch onmogelijk om de kosten van een aansluiting bij het Centraal Boekhuis te dragen en bereik is voor een boek van levensbelang.

www.bloedwetten.comBegin 2016 bood Jasper aan om mijn uitgeverij Staaldruk als imprint bij Quasis onder te brengen, zodat het duidelijk mijn eigen hokje was waar ik kon doen en laten wat ik wilde, maar waar ik ook financieel volledig verantwoordelijk bleef. Toen wist ik dat ik geen reden meer had om te blijven twijfelen. We knutselden een contract in elkaar alsof we elkaars ergste vijanden waren, juist om ons ervan te vergewissen dat onze vriendschap overeind zou blijven. Daar moest op gedronken worden met Jip en Janneke bubbels!

Inmiddels verloopt de samenwerking soepel en voelt het alsof we elkaar al jaren kennen. We delen geregeld een kraam op evenementen, luchten ons hart als het tegenzit, smeden plannen voor de toekomst door de lat telkens net hoger te leggen dan waar we nu zijn, moedigen elkaar en remmen elkaar af wanneer nodig. Laatst hadden we nog de grap dat Jasper mij vaker ziet dan zijn vrouw, aan wie ik hier ook aandacht wil besteden: als ik het over Jasper heb, zeg ik automatisch ook Petra, want zij vormen als echtpaar de basis van Quasis. Niet alleen Jasper heeft me met open armen welkom geheten, maar ook Petra en daar ben ik reuze dankbaar voor.

www.bloedwetten.comEn dan die roman waar deze blogtour om te doen is, Wolvinnen van Otrostaadt, is die de moeite waard? Ik heb hem mogen proeflezen net zoals zijn voorganger Vorstin van de Kou en hoewel ik niet snel met sterren strooi (zeker niet omdat ik iemand toevallig ken) krijgt Wolvinnen van mij vier dik verdiende sterren. In de eerste twee delen van deze reeks, De Onzichtbare Maalstroom, miste ik iets. De rauwheid waar ik zelf zo verzot op ben, het net over de grens durven stappen. Het leek erop of Jasper er nog niet volledig voor ging, maar met Wolvinnen heeft hij zijn schroom laten varen en als schrijver een flinke stap voorwaarts gezet.

Dat is ook een voordeel van vrienden zijn, dat je zo’n proces van dichtbij mag meemaken en dat is mooi. Van een ander zien groeien, groei je zelf ook. Ik hoop dan ook dat we dat dichtgetimmerde contract nooit van stal hoeven halen, en dat we elkaar nog lang blijven steunen.

En als jullie me nu willen excuseren, dan ga ik die veren die ik net zo zorgvuldig in Jaspers achterwerk heb gestoken, er weer stuk voor stuk uit trekken. Ook dat is vriendschap.

 

Volg de hele blogtour hier

Lees recensies van Wolvinnen van Otrostaadt hier

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Gepost op

Twee jaar Bloedwetten

bw 2jaar‘Wakker geworden uit een droom met een krachtig verhaalidee in mijn hoofd.’ Deze woorden schreef ik vandaag twee jaar geleden op.

Die droom zou het begin zijn van Bloedwetten. Op dat moment kon ik niet bevroeden wat er allemaal uit die nachtelijke visioenen zou voortvloeien, dat ik nu zou zijn waar ik nu ben, met een succesvolle crowdfunding achter de rug, ontelbare avonturen op het vlak van selfpubben rijker én de uitgave van een eerste roman op zak. Ik heb zelfs voor publiek staan pitchen. Mijn broek zakt er nog geregeld van af.

Het zijn uitdagingen die mijn leven stuk voor stuk hebben verrijkt, me meer dan eens tot wanhoop hebben gedreven, maar uiteindelijk bleek er elke keer toch een manier te zijn om het onmogelijke mogelijk te maken. Met veel hulp en liefde van anderen en een torenhoge gunfactor, laat dat onbetwist zijn!

Als ik die eerste notities in mijn Morning Pages teruglees, koortsachtig neergekrabbeld vlak na ontwaken, verbaast het mij welke elementen van Bloedwetten er vanaf dat eerste moment aanwezig waren. Ik schreef:beer meisje

‘Essentie: een man wordt ‘geturnd’ door bende vampiers/demonen die de schurft aan hem hebben. Maar hij doet niet mee, wordt een vampier, maar schrijft zijn eigen regels. Hij drinkt geen bloed maar doet aan autotransfusie.’

Het was er allemaal: de verwekking door een gruwelijke moeder, het baren van je eigen ziel, de slachting in de chocolaterie. Het idee van je grootste vijand het eeuwige leven geven, zodat je hem eindeloos kan misbruiken. Ook de vleermuisbeer was van meet af aan van de partij. Waar kwamen de beelden die ik zo intens had ervaren vandaan?

dexterVoor het slapengaan had ik de allerlaatste aflevering van Dexter bekeken (de VPRO hield weer eens zo’n lekkere Dexter-marathon). Die laatste minuut verankerde zich in mijn hoofd. Het gevoel van verlatenheid en wanhoop liet me niet los tot in mijn diepste droomtijd. En ja, het rode haar van Storm is zowel een ode aan als een knipoog naar Dexter.

Na het neerkrabbelen van die Morning Pages ben ik gewapend met een extra stevig ontbijt naar mijn pc gerend, waar ik vervolgens uren heb zitten schrijven. Dat was me in jaren niet overkomen. De schrijfkoorts sloeg toe en heeft me niet meer losgelaten. Ik ben blijven schrijven, dagelijks, vele uren achter elkaar. Het verhaal werd een novelle, de novelle groeide uit tot een roman en de roman werd het eerste deel van een tweeluik en ook het tweeluik lijkt nog maar het begin. Prequels zijn in de maak. Bloedwetten wil naar bloedstollende hoogten groeien. Het dijt uit als een kracht die groter is dan mezelf.

Hoe nu verder? Momenteel werk ik keihard aan deel II. Het is een gecompliceerd boek met een rijke schare aan personages en een ingewikkelde intrige. De grootste uitdaging uit mijn schrijversbestaan tot nu toe. Het is tevens een koppig boek dat zich niet zonder slag of stoot laat schrijven. Maar ik heb het nu in de houdgreep – of laat het me alleen maar in die waan? – en ik laat het niet meer gaan. Op een publicatiedatum kan je me op dit moment nog niet vastpinnen, zeker niet na wat ik de afgelopen jaren allemaal heb geleerd. Er komt zoveel kijken bij het publiceren van een boek.

Wat ik wel kan vertellen is dat er binnenkort belangrijk nieuws over de toekomst van Bloedwetten en mijn uitgeverij Staaldruk wordt bekendgemaakt. Het belooft een eigenzinnige samenwerking te worden, tussen twee partijen die veel met elkaar gemeen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar naar (nog) grotere hoogten zullen tillen.

Op naar de toekomst!

*Bron foto’s eigen archieven en Google. Alle rechten bij de makers.

Gepost op

NaNoWriMo2015: De Uitdaging

Dit jaar doe ik voor het eerst met NaNoWriMo (National Novel Writing Month). Voor wie daar niet mee bekend is: iedere november gaan duizenden schrijvers wereldwijd collectief uit hun plaat door de uitdaging aan te gaan om 50.000 woorden gedurende de maand november te schrijven. Dat houdt in dat je minimaal 1667 woorden per dag moet produceren om op schema te blijven.

‘Yeah, right, 1667 woorden per dag, is dat veel?’ vraagt de niet-schrijver zich af? Even ter vergelijking als ik aan een boek of verhaal werk, schrijf ik meestal rond de 1000 woorden per schrijfavond. Een gemiddelde roman telt rond de 80 à 90.000 woorden. Bloedwetten is 130.000 woorden rijk en daar heb ik in totaal anderhalf jaar aan geschreven (inclusief een ontelbaar aantal drafts voor sommige scènes).

Dus ja, 1667 woorden per dag schrijven is in mijn geval een behoorlijke uitdaging. Voor mij is de voornaamste reden om deel te nemen mijn schrijfflow terugvinden. Tot die eerste november jongstleden – toen het hele spektakel van start ging – was het een jaar geleden dat ik aan iets nieuws werkte. Mijn inzending voor de Fantastels verhalenwedstrijd was het laatste nieuwe werk dat er uit mijn handen kwam. Er is bijna een heel jaar gaan zitten in Bloedwetten afwerken en publiceren.

En nu heb ik me dus ein-de-lijk op deel II van Bloedwetten kunnen storten, een verhaal dat ik langer dan een jaar met me meedraag. Allemaal dankzij het voornemen om het er dit jaar eens op te wagen en een nanospurt te trekken.

Maar waarom jezelf dwingen? Schrijven ís voor het grootste deel jezelf dwingen. Inspiratie moet je afdwingen. Het is de aloude kwestie van butt in chair en schermstaren, een woord bij zijn kladden grijpen en beginnen. Nano is niet anders dan wat ik doorgaans doe als ik aan een boek werk: gaan zitten en doen. That’s all there is to it. Eerlijk waar. Woord na woord, draft na draft, net zolang tot je jezelf en je personages wel kan schieten. Maar als die flow er eenmaal is, is er niets wat in de buurt komt van die heerlijkheid van woorden die uit je vingertoppen vloeit. Elke schrijver zal beamen dat dat gevoel verslavend is en het is een van de redenen dat je er steeds weer voor gaat zitten.

Alles wat ik maak komt voort uit mijn hart, maar schrijven gaat nog dieper. Schrijven komt uit mijn ziel en om je zielenwoorden te vinden moet je diep graven. Soms enorm diep, dieper dan je lief is, dieper dan comfortabel is. Maar schrijven hoeft niet comfortabel te zijn. Schrijven gaat om je grenzen verleggen, met elk verhaal opnieuw, groeien, kleine stukjes van jezelf bijeen sprokkelen via de stem van je personages. En als de woorden niet goed zijn, dan schrijf je nieuwe, net zo lang tot het wel goed is. Om het ook daadwerkelijk te doen zet je een stok achter de deur. Deze maand is die stok voor mij nano.

Ga ik het halen? Geen idee. Eén schrijfloze dag gooide onlangs al roet in het eten. Ik ben inmiddels weer op schema na een heel weekend onafgebroken schrijven en heel veel schermstaren.

Misschien helpt het dat ik een extra stok achter de deur heb: als ik de 50.000 woorden haal, mag ik van mezelf een nieuw paar schoenen kopen. Dat moet toch zeker helpen om vlijtig door te pennen?*

Ik wens iedereen die met nano meedoet enorm veel succes. Soms tegen je computer gillen mag best, je haren uit je kop rukken of jezelf belonen met een zak chips of stuk taart omdat je helemaal niets geschreven hebt, mag ook. Maar wat je ook doet, blijft met die butt in die chair zitten tot je de 50.000 woorden (of wat je doel ook moge zijn) hebt geschreven. Je kan het!

De belangrijkste vraag is aan het eind van dit blog natuurlijk nog niet beantwoord: tellen de woorden uit dit stukje nu wel of niet mee voor nano?

*En wie hou ik voor de gek? Dat nieuwe paar schoenen komt er toch wel.

Gepost op

Met de billen bloot en pitchen maar!

onderbroek

‘Zou ik het durven?’ vroeg ik enige tijd geleden op Facebook, begeleid door een link naar het evenement van the American Bookcenter Amsterdam om bij Oscar van Gelderen van uitgeverij Lebowski te pitchen.

‘Jij durft dat,’ luidde een van de antwoorden uit mijn vriendenkring.Dus ik besloot te durven. Ik heb het afgelopen jaar immers nog veel engere dingen gedaan.

Vandaag was het zover, getooid in een schone onderbroek, zoals een van ’s Neerlands grote schrijvers aanraadde bij iedere afspraak met een uitgever aan te trekken, en gelukkig nog wat extra kleding erover, begaf ik mij naar de ABC. Hm, ik bleek de meest underdressde persoon tussen het nerveuze schrijfvolk: geen mantelpakje, geen versleten corduroy blazer met elleboogstukken, maar gewoon in mijn spijkerbroek en gympen. Wel een kek giletje aangetrokken. Casual chic rules.

Voor de verandering was ik ruim op tijd, dus toch nog even naar buiten om mijn pitch te oefenen. Een toerist die aan het andere eind van het bankje ging zitten, nam mijn gebrabbel aan voor een zwoele boodschap, maar helaas voor hem, het was slechts mijn pitch die ik voor de honderdste keer tegen mezelf zat te herhalen.

Nipt op tijd weer binnen maak je natuurlijk een verpletterende indruk door over de voor jou bedoelde stoel te struikelen bij het kennismaken. Verblind door het schijnend licht van de uitgever, zal ik maar zeggen.

Ik had me voorgenomen om gewoon te laten gebeuren wat er zou gebeuren (inclusief mijn nek breken over een stoel) en het werd eigenlijk best een prettig gesprek. Eigenwijs als ik ben, besloot ik al snel om toch mijn boek te laten zien, hoewel iemand uit de uitgeefwereld me dat had afgeraden. Je wil immers niet dat je de uitgever het idee geeft dat zijn werk al is gedaan. Maar de reactie was positief.

Wat is er gekomen van die bloedig geschreven en ingestudeerde pitch? Daarvan heb ik alleen de eerste zin gebruikt, want die draagt de kern van het hele boek in zich mee:

Hoe blijf je trouw aan alles waarin je gelooft als je het monster wordt waartegen je vecht?

En dat exemplaar van Bloedwetten dat ik tevoorschijn toverde? Dat wilde mijnheer de uitgever graag hebben, als dat kon.

Zeg daar maar eens nee tegen.

De Lebowski-pitch is een maandelijks terugkerend event bij the American Bookcenter. Je eerstvolgende kans is op 25 oktober. Ga jij ook durven? Laat het me weten. Ik hou jullie op de hoogte hoe het voor mij afloopt.

Link naar Lebowski Pitch bij ABC.

Gepost op

Kleine vis in een (te) grote vijver

small fishVandaag was tout beau monde van schrijversland verzameld op het Rokin voor de heropening van het verhuisde Scheltema. Wat doe je dan als aspirant auteur? Juist, je springt op de fiets, gewapend met een stapeltje flyers…

Tja, en daar sta je dan je tot je grote schaamte te beseffen dat je voornamelijk teeveekoks herkent. Zonde dat mensen geen bordje om hun nek hebben hangen met wie ze zijn en wat ze doen. Mijn lengte helpt ook niet bij het tot stand brengen van een goed gesprek. Lachend erbij gaan staan als een boerin met kiespijn, terwijl mensen in gesprek zijn? Nee, dat gaat ’m echt niet worden.

Met de openingszin ‘Ik zou gek zijn als ik het niet doe’ Miss Koffietijd, Joop van den Ende en Gaston ‘Postcodeloterij is his middle name’ Starreveld flyers in de hand gedrukt. Vervolgens al mijn moed bijeen geraapt en als een ‘deer in headlight’ gepitcht bij de uitgever van Luitingh-Sijthoff, die in al zijn vriendelijkheid mijn veel te lange gekakel aanhoorde. De lift ging een paar keer tussen begane grond en penthouse op en neer, dus van een effectieve elevator pitch mocht geen sprake zijn.

Ja, ik zal de laatste zijn die het ontkent: ik doe maar alsof ik weet waar ik mee bezig ben. Maar dat e-mailadres van die uitgever, dat heb ik in ieder geval op zak.

Zal het ooit iets worden met mij en netwerken? Ik weet het niet. Vooralsnog ben ik te verstijfd van angst om er de lol te van in te zien, maar als deze kleine vis een grote(-re) vis wil worden, zal ik het moeten blijven proberen.

Ik hoop dat, mocht het me ooit lukken en ik niet opnieuw op het zijspoor van frustratie beland (nee, dat zeker niet!), ik me herinner hoe verschrikkelijk het is om je als kleintje tussen de groten te wagen. Ik zal proberen om een plekje in mijn kruiwagen vrij te houden voor de grootogige guppy’s die net doen alsof ze precies weten waar ze mee bezig zijn.

(Bron foto: pixabay, PDpics.)

Gepost op

Even stilstaan

landscape-691374_1280Ik daas maar door, dingen regelen, mailtjes versturen, tweeten, berichten plaatsen op fb, contact opnemen met persoon X en met persoon Y, herschrijven, verscheurd worden door twijfel (want is het wel goed genoeg, levert het wel genoeg op allemaal?) en ook nog verzinnen wat ik nu weer moet eten vanavond. Trekken, duwen, zuchten, steunen en kreunen.

Diepe ademteug. Kijk eens achterom.

Ik ben bijna halverwege de beklimming. Het is mooi weer. Nog een beetje fris voor 20 mei. Schapenwolkjes drijven voorbij. De blauwe lucht en de zon gluren tussen de wolken door.

Langs het pad dat ik heb beklommen zie ik nieuwe vrienden en tal van oude bekenden staan die me aanmoedigen. Bijzondere gebeurtenissen en stap voor stap ontstane herinneringen liggen her en der verspreid over de berghelling: rondfietsen op zoek naar locaties, wildvreemden bellen, elke keer weer die stoute schoenen aan. Ergens op een rotsblok zit ik samen met mijn vormgever achter de computer, puzzelen en nadenken, tegelijkertijd hetzelfde idee krijgen. Over en weer kletsen met mijn tekstredacteur, samen een museum pakken voordat we aan de grote bespreking beginnen. Bij een bergmeertje liggen de opnames van een boektrailer nog na te genieten, mensen in kostuum verzameld in de woonkamer, samen lachen ondanks de kou. En meer recent, ergens in een donkere grot in Amsterdam west foto’s maken voor het boekomslag. Allemaal ontstaan dankzij die ene droom, die ene vonk, dat magische moment dat me vertelde om te gaan zitten en schrijven.

Ik ga zitten, pak mijn bammetje uit mijn rugzak en geniet van het uitzicht.