Geplaatst op

Kleine vis in een (te) grote vijver

small fishVandaag was tout beau monde van schrijversland verzameld op het Rokin voor de heropening van het verhuisde Scheltema. Wat doe je dan als aspirant auteur? Juist, je springt op de fiets, gewapend met een stapeltje flyers…

Tja, en daar sta je dan je tot je grote schaamte te beseffen dat je voornamelijk teeveekoks herkent. Zonde dat mensen geen bordje om hun nek hebben hangen met wie ze zijn en wat ze doen. Mijn lengte helpt ook niet bij het tot stand brengen van een goed gesprek. Lachend erbij gaan staan als een boerin met kiespijn, terwijl mensen in gesprek zijn? Nee, dat gaat ’m echt niet worden.

Met de openingszin ‘Ik zou gek zijn als ik het niet doe’ Miss Koffietijd, Joop van den Ende en Gaston ‘Postcodeloterij is his middle name’ Starreveld flyers in de hand gedrukt. Vervolgens al mijn moed bijeen geraapt en als een ‘deer in headlight’ gepitcht bij de uitgever van Luitingh-Sijthoff, die in al zijn vriendelijkheid mijn veel te lange gekakel aanhoorde. De lift ging een paar keer tussen begane grond en penthouse op en neer, dus van een effectieve elevator pitch mocht geen sprake zijn.

Ja, ik zal de laatste zijn die het ontkent: ik doe maar alsof ik weet waar ik mee bezig ben. Maar dat e-mailadres van die uitgever, dat heb ik in ieder geval op zak.

Zal het ooit iets worden met mij en netwerken? Ik weet het niet. Vooralsnog ben ik te verstijfd van angst om er de lol te van in te zien, maar als deze kleine vis een grote(-re) vis wil worden, zal ik het moeten blijven proberen.

Ik hoop dat, mocht het me ooit lukken en ik niet opnieuw op het zijspoor van frustratie beland (nee, dat zeker niet!), ik me herinner hoe verschrikkelijk het is om je als kleintje tussen de groten te wagen. Ik zal proberen om een plekje in mijn kruiwagen vrij te houden voor de grootogige guppy’s die net doen alsof ze precies weten waar ze mee bezig zijn.

(Bron foto: pixabay, PDpics.)

Geplaatst op

Even stilstaan

landscape-691374_1280Ik daas maar door, dingen regelen, mailtjes versturen, tweeten, berichten plaatsen op fb, contact opnemen met persoon X en met persoon Y, herschrijven, verscheurd worden door twijfel (want is het wel goed genoeg, levert het wel genoeg op allemaal?) en ook nog verzinnen wat ik nu weer moet eten vanavond. Trekken, duwen, zuchten, steunen en kreunen.

Diepe ademteug. Kijk eens achterom.

Ik ben bijna halverwege de beklimming. Het is mooi weer. Nog een beetje fris voor 20 mei. Schapenwolkjes drijven voorbij. De blauwe lucht en de zon gluren tussen de wolken door.

Langs het pad dat ik heb beklommen zie ik nieuwe vrienden en tal van oude bekenden staan die me aanmoedigen. Bijzondere gebeurtenissen en stap voor stap ontstane herinneringen liggen her en der verspreid over de berghelling: rondfietsen op zoek naar locaties, wildvreemden bellen, elke keer weer die stoute schoenen aan. Ergens op een rotsblok zit ik samen met mijn vormgever achter de computer, puzzelen en nadenken, tegelijkertijd hetzelfde idee krijgen. Over en weer kletsen met mijn tekstredacteur, samen een museum pakken voordat we aan de grote bespreking beginnen. Bij een bergmeertje liggen de opnames van een boektrailer nog na te genieten, mensen in kostuum verzameld in de woonkamer, samen lachen ondanks de kou. En meer recent, ergens in een donkere grot in Amsterdam west foto’s maken voor het boekomslag. Allemaal ontstaan dankzij die ene droom, die ene vonk, dat magische moment dat me vertelde om te gaan zitten en schrijven.

Ik ga zitten, pak mijn bammetje uit mijn rugzak en geniet van het uitzicht.