Gepost op

De zwerftocht van een verhaal

Deze antieke foto van een moeder met haar overleden kind inspireerde mij in 2015 tot het schrijven van een verhaal. De afwezige blik in haar ogen, het ongeloof over het overlijden van haar kind, hoe ze zich ergens geen houding kan geven – haar rechterhand geforceerd tegen haar gezicht gedrukt alsof ze haar eigen kind liever niet meer aanraakt – dit alles bij elkaar veroorzaakte een kettingreactie in mijn gedachten. Het gevoel dat overheerste was dat deze vrouw zo verschrikkelijk hard ergens anders wilde zijn. Overal is beter dan poseren voor een fotograaf met haar dode kind op schoot.

Zo werd het verhaal geboren over de liefde tussen een gewone man en een tijdzwemster. Doordat zij steeds door de tijd valt, bestaat hun liefdesleven uit fragmenten. Dat werd ook de titel van het verhaal: Fragmenten.

Ik zond het in naar de door LS en Elfia uitgeschreven wedstrijd met het thema Tijd en Ruimte. Het behaalde de tweede plaats. Het verhaal was me zo dierbaar dat ik er nog meer mee wilde. Helaas kon ik het niet inzenden naar een andere wedstrijd vanwege de jurysamenstelling (de meeste wedstrijden eisen dat een verhaal anoniem gejureerd kan worden) en ook het daarop volgende jaar dwarsboomde hetzelfde jurylid bij diezelfde wedstrijd dat ik het verhaal kon inzenden. Uiteindelijk koos ik ervoor om het verhaal mee te laten dingen als veteraan bij Fantastels. Dat bood de mogelijkheid om een verhaal – mits anoniem – in te dienen dat reeds aan een andere wedstrijd had deelgenomen. Gisteren werd bekend dat het verhaal daar de vierde plaats had behaald (onder de titel ‘Ontmoetingen’, vanwege die anonimiteit). Lang niet slecht met 93 deelnemende verhalen.

De jury was verdeeld, zoals meestal het geval is. Een paar fragmenten uit het commentaar:

‘Wat een verzengende liefde en wat een hartverscheurend verdriet. Het verhaal is zo goed als gereed voor publicatie en zou niet misstaan in een serie als Splinters van Quasis.’ (Alle verhalen werden anoniem gejureerd en dit jurylid wist niet dat er al een Splinter van mijn hand is verschenen, dus dit was een grappig detail.)

‘Een heerlijk verhaal vol weemoed, met veel gevoel voor sfeer geschreven en zeer goed opgebouwd.’

Maar er klonken ook kritische noten:

Een jurylid vond dat hij niet voldoende met de hoofdpersonen kon meeleven. Bovendien vond hij het onwaarschijnlijk dat een tijdreiziger in armoede leeft, want een tijdreiziger heeft voorkennis. (Hoe langer ik hierover nadenk, hoe beter ik door deze redenatie heen kan prikken, maar dat maakt zo’n juryrapport juist interessant.)

Weer een ander jurylid vond dat ik griezelig dichtbij ‘The timetraveler’s wife’ kwam met mijn vertelling. Die opmerking heb ik ook gehoord van proeflezers, dus het zal wel kloppen. Zelf kan ik beamen noch ontkennen, want ik heb het boek niet gelezen en de film niet gezien.

Zo gaat dat soms: een idee komt aanwaaien zonder dat je weet dat een andere schrijver al eens een soortgelijk iets heeft gebruikt. Ik laat het verhaal in zo’n geval gewoon worden wat het in mijn ogen moet zijn, want feitelijk bestaan er geen originele ideeën meer. Waarvan de een vindt dat het verhaal schatplichtig is aan het een of ander, daarvan vindt een ander juist dat het origineel is (zo ook in de jury van Fantastels, want een ander jurylid vond het juist ‘buitengewoon origineel bedacht’).

Ik moet eens kijken wat ik met het jurycommentaar ga doen en óf ik het verhaal ga aanpassen (verhaallijn, plot). Ik heb het onlangs  nog eens gelezen en wat ik zelf het liefst (gedeeltelijk) zou veranderen is het taalgebruik. Ik begin namelijk het al te barokke proza achter me te laten en begin steeds meer to the point te schrijven en heb het gevoel dat vooral de dialogen natuurlijker zouden kunnen.

Hoe dan ook: het verhaal is nu na drie jaar rondzwerven in anonimiteit eindelijk vrij van ‘wedstrijdplichten’ en ik kan niet wachten om het jullie te laten lezen.

 

Gepost op

Blogtour Kleine moordenaar – de aftrap

 

Rafaël zit naast me op de bank, zijn muts tot over zijn oren naar beneden getrokken en zijn knieën raken zowat zijn kin. Hij doet niet onder voor een coole gast op de middelbare school die met zijn broek half van zijn kont gezakt door troosteloze gangen slentert.

Ware het niet dat Raf is geboren in Hofstede voordat de Ontkroning plaatsvond, ergens rond de jaren twintig van de negentiende eeuw in onze eigen jaartelling. Een plek waar armoede en waterpest welig tieren. Onderdrukt door een vader met losse handen heeft hij weinig vooruitzicht op een lang of gelukkig leven.

Hoewel ik net een (veel te dik uitgevallen) novelle over hem  heb volgeschreven, moet ik nog steeds aan deze kwetsbare jongen wennen. Ik heb hem immers leren kennen als gemaakte, een lispelende verschijning met rijen vlijmscherpe tanden en pikzwarte ogen zonder een greintje oogwit, die er niet vies van is om te pakken wat hem toekomt (bij voorkeur het bloed van zijn vijanden). Ravàn is een opgewonden standje, iemand die liever tegen de stroom inzwemt in plaats van mensen naar de mond te spreken, een rebel in hart en nieren.

Hij werd geboren als bijrol in Bloedwetten: Vonnis, eiste in Bloedwetten: Verlossing een belangrijke rol op in het plot (wie had gedacht dat uitgerekend hij als enige zou doorhebben hoe alles in elkaar steekt?) en ik ben ervan overtuigd dat hem een grootse toekomst wacht. Wellicht grootser dan hij zelf voor mogelijk houdt.

Kleine jongens worden groot.

Het is nog steeds een shock dat ik hem als mensenkind heb leren kennen. Hij heeft zich de afgelopen maanden volledig blootgegeven. Zijn kwetsbaarheid was ontroerend en zal voor sommige mensen pijnlijk herkenbaar zijn. Ik heb lang getwijfeld hoever ik in detail moest treden. Na een tijdje om de hete brij heen te hebben gedraaid, besloot ik dat ik Rafs verhaal onrecht zou aandoen door een blad voor de mond te nemen. Zoveel slachtoffers van misbruik worden monddood gemaakt. Ik moest Raf een stem geven, ook al is hij ‘maar’ een fictief personage. Fictie is een medicijn, het kan ons helen wanneer de realiteit te gruwelijk is om onder ogen te komen.

Censuur is tijdens het schrijven niet op zijn plaats. Het mag best ongemakkelijk worden en tegen de grenzen van het toelaatbare aan schurken. Wegkijken zou het verhaal onrecht hebben aangedaan.

Ik hoop dat jullie mijn kleine moordenaartje net zoals ik zullen omarmen en dat zijn verhaal een vorm van troost zal geven, al hoop ik vurig dat niemand hetzelfde pad zal moeten bewandelen als hij. Uiteindelijk kent ook zijn leven als mens in zekere zin een happy end. Het praat zijn daden niet goed, ook al waren ze zijn enige uitweg. Als hij een andere leermeester tegen het lijf was gelopen had hij wellicht andere keuzes gemaakt.

Een lezer vroeg me laatst waarom ik ervoor had gekozen om in Gedichten van licht en schaduw een moordenaar te verheerlijken. Voor mij is het geen kwestie van verheerlijking wanneer ik mij in het doen en laten van bijvoorbeeld een moordenaar verdiep. Het is enkel een manier om aan te tonen dat er vele tinten grijs tussen wit en zwart zijn; meer schakeringen dan we kunnen bevroeden, want elke booswicht is de held van zijn eigen verhaal en elke held is een tiran in de ogen van degene in wiens ellende hij zich niet kan inleven.

Raf pulkt stilletjes de vlokjes bloedpulver van zijn muffin en peuzelt ze op. Ik heb ze gebakken om te vieren dat het vandaag zover is: zijn bronvertelling ziet officieel het levenslicht. De afgelopen tijd heb ik hem al een paar keer de wijde wereld in gestuurd. Eerst naar zijn peettantes van redactie en persklaarmaken. Daarna naar een paar proeflezers die hem maar vreemd bekeken. Eentje werd zelfs een beetje depri van hem. Nou vraag ik je!

Maar vandaag is het anders. Vandaag trekt jonge Raf  de wijde wereld in, waar iedereen hem kan be- en veroordelen. ‘Niets om bang voor te zijn,’ zeg ik met de nodige bravoure. ‘Je hebt erger te verduren gehad. Ook al beoordelen onbekenden jou en slaan ze je met één ster om je oren, ook al begrijpt niemand wat de (integere) bedoeling van het verhaal is: jij weet waar je vandaan komt en jij weet waar je voor staat. Je hoeft niet vrienden met iedereen te worden om van waarde te zijn. Vandaag begint jouw grote avontuur, kleintje. Je zou ernaar uit moeten kijken.’

‘Maar zo direct is het voorbij,’ sputtert hij.

‘Je denkt toch niet serieus dat het voorbij is? Dat wij elkaar nooit meer gaan zien? Kleine moordenaar is geschreven. Je verhaal is verteld. Dát deel van jouw verhaal, tenminste… maar daar blijft het niet bij. Weet je nog wat je me laatst toevertrouwde? Over jouw terugkeer naar Hofstede, vlak nadat je van het bloed bent geworden?’

Hij knikt.

‘En Bloedwetten: Voortbestaan (werktitel), je denkt toch niet dat daarin geen rol voor jou is weggelegd?’

Nu begint hij te stralen.

‘Nou dan, stop die laatste muffins bij je en wegwezen. Ik zie je snel weer.’

Voor ik kan zeggen dat hij een jas en een sjaal moet meenemen – want het mag dan wel bijna lente zijn, het is nog fris buiten – is hij verdwenen.

Hoewel hij vroeg of laat bij me terugkeert, ga ik mijn kleine moordenaar missen. Zijn onschuld krijgt hij nooit meer terug, die verloor hij op de daken van zijn geliefde geboortestad op die ene nacht toen hij getuige was van een moord.

Het ga je goed, kleintje. De wereld ligt aan je voeten.

Bestel Kleine moordenaar hier.

Gepost op

Inspiratieblog ‘Gedichten van licht en schaduw’

Speciaal voor Halloween duik ik wat dieper in de achtergrond van ‘Gedichten van licht in schaduw’ en wat mij ertoe inspireerde om het verhaal te schrijven.

Vlak nadat ik door Martijn Lindeboom was gevraagd om een verhaal te schrijven voor een horrorbundel die in het najaar van 2016 bij Luitingh-Sijthoff zou verschijnen, stuitte ik op Pinterest (waar ik veel inspiratie vandaan haal) op een foto gemaakt door de pionier van de Parijse misdaadfotografie, Alphonse Bertillon.

Ik had Martijn om een paar dagen bedenktijd gevraagd, want ik zat midden in het schrijven van Bloedwetten: Verlossing en wist niet of ik me daar op korte termijn uit kon losrukken. Bovendien schrijf ik met een slakkengang en komen ideeën mij (doorgaans) niet aanwaaien.

Dankzij die ene foto (achter af gezien weet ik niet eens meer welke) begonnen de radertjes te ratelen. Hoe gruwelijk die afbeeldingen ook zijn, ze bezitten ook een bijna kunstzinnige schoonheid. Zo werd het idee geboren van een seriemoordenaar die samen met een fotograaf kunst maakt. De aparte manier van fotograferen heeft meteen de eerste scène van het verhaal geïnspireerd (zie foto-collage boven). Let ook op de poot van het statief dat op een paar afbeeldingen hier onder zichtbaar is.

Qua inspiratie bevond ik me meteen de Belle Epoque van Parijs en wat past daar nou beter bij dan een flink glas vol absint? Veel kunst in die tijd is geschapen onder invloed van de groene fee, zo zouden de cirkels in ‘De sterrennacht’ van Van Gogh een directe gevolg van absintgebruik zijn.

Ik zette mijn zoektocht op Pinterest voort en vond de ene na de andere afbeelding die mijn gedachten op hol liet slaan. De vervallen straatjes van Montmartre, de bouw van de Eiffeltoren, de dames met hun ingesnoerde tailles. Ach, wat een romantiek.

De opkomst van de fotografie is op zichzelf al een mooi onderwerp om je in te verdiepen. Zo ontdekte ik het bestaan van een fototoestel dat op een zakhorloge leek. Tja, dat moest natuurlijk een rol krijgen in het verhaal.

Als ik al die afbeeldingen zo bekijk, raak ik ervan doordrongen dat ik met liefde nogmaals naar de Belle Epoque zou terugkeren. Wat mij betreft is het niet uitgesloten dat het bij één bezoek blijft.

Speciaal voor Halloween en dit blog, heb ik een filmpje opgenomen waarin ik uit ‘Gedichten van licht en schaduw voorlees.

Alle afbeeldingen komen uit mijn inspiratiemap op Pinterest. Je kan die hier bekijken. Ook leuk als je me daar volgt. Dan kan je o.a. zien wat mij zoal visueel inspireert bij het schrijven van mijn verhalen.

 

Gepost op

Bloedwetten wint Bastaard Fantasy Award

kees1
Foto: Kees Stravers

Afgelopen vrijdag (25 maart 2016) verzamelde zich een bont gezelschap in de Qbus te Leiden voor de prijsuitreiking van de Bastaard Fantasy Awards. De slimme heren van Bastaard hadden een aantrekkelijk programma samengesteld met optredens van o.a. Seed en Rapalje, waarmee de uitreiking werd omlijst.

Op ultrasjieke wijze had ik mij vanaf het huis van vrienden naar de Leidse binnenstad bewogen: de fiets van Jasper en Petra’s tienjarige zoon bleek een perfect fit. Tja, een schrijver 2.0 voert immers al haar eigen stunts uit, zo ook deze.

Het was een gezellig weerzien met oude vrienden en schrijfcollega’s, maar dan word je plotseling toch erg nerveus vlak voor bekendmaking van de categorie ‘beste boek’ en het ontrollen van de oorkonde met de uitslag. Je hoopt natuurlijk, maar probeert nergens op te rekenen en als je dan hoort dat jouw boek heeft gewonnen is dat gewoon onwerkelijk.

Bastaard Awards 017+
Met Jasper Polane

De klim het podium was op was ook onwerkelijk. Echt weer een Sophia-momentje. Tja, het zou best handig zijn geweest als ze me hadden verteld dat er back stage een trappetje was… Helaas bleek het geluid van de live stream te zijn uitgevallen. Ik kan jullie garanderen dat jullie wat betreft mijn speech niet veel hebben gemist, want ik had niets voorbereid. Ik zal hem hier nog even herhalen voor zover ik me kan herinneren, want ik was echt even sprakeloos: ‘Bedankt iedereen die heeft gestemd. Iedereen die heeft geholpen met het boek ook hartelijk bedankt. Dit is… ja… dit is echt heel tof. Dank jullie wel.’

Kijk, als je achter pc of laptop zit te kniezen, vloeien die woorden veel eleganter, maar het was tenminste recht uit het hart.

De fantasy scene is een mooi wereldje, vol liefde en enthousiasme, waarin mensen niet wegvluchten voor de realiteit, maar de wereld gewoon net iets mooier proberen te maken. Dit doen ze niet alleen door middel van uiterlijkheden zoals prachtige kostuums, maar ook door wie ze van binnen zijn. De gunfactor is groot, maar dat hij nog steeds zo groot is, had ik niet durven dromen. Tijdens mijn crowdfunding had ik er al van mogen proeven, toen vanuit allerlei hoeken en gaten mensen te hulp schoten, vaak mensen die mij niet eens kenden. Ik ben en blijf dankbaar, want op een gegeven moment denk je dat het wel klaar is met dat gunnen.

Bastaard Awards 013
Catfight met Kim en Rik

Wat mij het meest heeft ontroerd waren de welgemeende felicitaties van medegenomineerde schrijfcollega’s. Dat is een wel heel bijzondere gunfactor, want ik weet ook hoe het voelt om achter het net te vissen. Rik en Kim, jullie zijn kanjers!

Iets minder dan een jaar geleden begon ik kiezels in een vijver te gooien, kiezels die zeiden: help mij met het waarmaken van mijn droom, geef mijn boek een kans om het daglicht te zien. Inmiddels hobbel ik voort op de deining, kabbel ik langzaamaan richting grotere wateren, via een stroom naar een meertje en misschien ooit naar het open water van de zee.

Eén kiezeltje is al pardoes in een grotere plas terechtgekomen: onlangs haalde ik geheel onverwacht mijn eerste betaalde schrijfopdracht binnen. Hier mag ik op dit moment helaas verder niets over bekend maken, maar het wordt machtig mooi, dat weet ik zeker.

Als jullie me de komende tijd kwijt zijn, heb ik me verdiept in Bloedwetten II en geheime opdrachten. En ik glunder zo op zijn tijd ongetwijfeld ook nog na bij de herinnering aan een mooie avond. Stemmers bedankt!

Gepost op

Twee jaar Bloedwetten

bw 2jaar‘Wakker geworden uit een droom met een krachtig verhaalidee in mijn hoofd.’ Deze woorden schreef ik vandaag twee jaar geleden op.

Die droom zou het begin zijn van Bloedwetten. Op dat moment kon ik niet bevroeden wat er allemaal uit die nachtelijke visioenen zou voortvloeien, dat ik nu zou zijn waar ik nu ben, met een succesvolle crowdfunding achter de rug, ontelbare avonturen op het vlak van selfpubben rijker én de uitgave van een eerste roman op zak. Ik heb zelfs voor publiek staan pitchen. Mijn broek zakt er nog geregeld van af.

Het zijn uitdagingen die mijn leven stuk voor stuk hebben verrijkt, me meer dan eens tot wanhoop hebben gedreven, maar uiteindelijk bleek er elke keer toch een manier te zijn om het onmogelijke mogelijk te maken. Met veel hulp en liefde van anderen en een torenhoge gunfactor, laat dat onbetwist zijn!

Als ik die eerste notities in mijn Morning Pages teruglees, koortsachtig neergekrabbeld vlak na ontwaken, verbaast het mij welke elementen van Bloedwetten er vanaf dat eerste moment aanwezig waren. Ik schreef:beer meisje

‘Essentie: een man wordt ‘geturnd’ door bende vampiers/demonen die de schurft aan hem hebben. Maar hij doet niet mee, wordt een vampier, maar schrijft zijn eigen regels. Hij drinkt geen bloed maar doet aan autotransfusie.’

Het was er allemaal: de verwekking door een gruwelijke moeder, het baren van je eigen ziel, de slachting in de chocolaterie. Het idee van je grootste vijand het eeuwige leven geven, zodat je hem eindeloos kan misbruiken. Ook de vleermuisbeer was van meet af aan van de partij. Waar kwamen de beelden die ik zo intens had ervaren vandaan?

dexterVoor het slapengaan had ik de allerlaatste aflevering van Dexter bekeken (de VPRO hield weer eens zo’n lekkere Dexter-marathon). Die laatste minuut verankerde zich in mijn hoofd. Het gevoel van verlatenheid en wanhoop liet me niet los tot in mijn diepste droomtijd. En ja, het rode haar van Storm is zowel een ode aan als een knipoog naar Dexter.

Na het neerkrabbelen van die Morning Pages ben ik gewapend met een extra stevig ontbijt naar mijn pc gerend, waar ik vervolgens uren heb zitten schrijven. Dat was me in jaren niet overkomen. De schrijfkoorts sloeg toe en heeft me niet meer losgelaten. Ik ben blijven schrijven, dagelijks, vele uren achter elkaar. Het verhaal werd een novelle, de novelle groeide uit tot een roman en de roman werd het eerste deel van een tweeluik en ook het tweeluik lijkt nog maar het begin. Prequels zijn in de maak. Bloedwetten wil naar bloedstollende hoogten groeien. Het dijt uit als een kracht die groter is dan mezelf.

Hoe nu verder? Momenteel werk ik keihard aan deel II. Het is een gecompliceerd boek met een rijke schare aan personages en een ingewikkelde intrige. De grootste uitdaging uit mijn schrijversbestaan tot nu toe. Het is tevens een koppig boek dat zich niet zonder slag of stoot laat schrijven. Maar ik heb het nu in de houdgreep – of laat het me alleen maar in die waan? – en ik laat het niet meer gaan. Op een publicatiedatum kan je me op dit moment nog niet vastpinnen, zeker niet na wat ik de afgelopen jaren allemaal heb geleerd. Er komt zoveel kijken bij het publiceren van een boek.

Wat ik wel kan vertellen is dat er binnenkort belangrijk nieuws over de toekomst van Bloedwetten en mijn uitgeverij Staaldruk wordt bekendgemaakt. Het belooft een eigenzinnige samenwerking te worden, tussen twee partijen die veel met elkaar gemeen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar naar (nog) grotere hoogten zullen tillen.

Op naar de toekomst!

*Bron foto’s eigen archieven en Google. Alle rechten bij de makers.

Gepost op

NaNoWriMo 2015: De twijfel slaat toe

nanobanner

Dat ik aan minimaal 1667 woorden per dag schrijven een hele kluif ging hebben, stond vanaf het begin vast. Toch ging ik de uitdaging aan. Ik wilde proberen of nano dezelfde magie voor mij had als voor zoveel schrijvers.

Sinds een paar dagen is de twijfel toegeslagen. Het schrijven gaat in een moordtempo. Om aan het minimum te komen heb ik de schrijfdagen van 8 uur en langer gemaakt. Ik ben geen snelschrijver, ook geen veelschrijver. Heb me er ook al een tijdje bij neergelegd dat ik dat nooit zal worden. Ik schud niet eventjes een plot uit mijn mouw voor deze of gene wedstrijd. Zo werkt het voor mij simpelweg niet. Mijn proza moet rustig inweken. Als ik schrijf ervaar ik mijn personages, the good, the bad, the ugly. Je zou het method writing kunnen noemen.

Het grootste probleem zijn niet de uren (slechts een gewone werkdag) of het aantal woorden, maar puur het tempo. Ik haast me door de scènes heen, veel diepgang krijgen ze niet. Dat is op zich niet vreemd bij een first draft, de eerste schets van het verhaal. Dat je schrijft en vooral dóórschrijft is het belangrijkste tijdens nano. De innerlijke criticus moet worden uitgezet. Bijna zonder nadenken doorbeuken zou de enige optie zijn om dit doel te bereiken.

Wat voor mij wel een probleem is, is dat het ‘voelen’ uitblijft. Er duikt soms kortstondig iets op wat op flow lijkt, maar het brute schermstaren heeft de overhand. Het is net alsof ik niet helemaal bij ben. Ik verkeer in een roes, maar het is geen fijne roes. Haast hebben om te schrijven, normaal voelt het anders voor me, rustgevend. Dit is verre van rustgevend.

Interessante ontwikkelingen waar ik niet al te veel vragen bij het gesteld, ze hebben plaatsgevonden en ik heb ze laten gebeuren. Dit zou komen door het uitschakelen van die innerlijke criticus. Maar zouden deze openbaringen niet zijn ontstaan bij een minder hoog tempo? Ik betwijfel het. Ik geloof erin dat mijn personages mij vertellen welke weg ze moeten bewandelen als de weg die ik voor ze heb verzonnen hen niet aanstaat. Geloof maar dat ze hun mond opentrekken als ze het ergens niet mee eens zijn.

Ik voel er veel voor om de beoogde wordcount van 50.000 woorden vaarwel te zeggen en weer in mijn eigen tempo verder te gaan. Wie mij een beetje kent, weet dat dit geen makkelijke beslissing is. Als ik me eenmaal iets in mijn hoofd haal, ga ik door tot het bittere eind. Als kind ging ik steevast voor die smurfensticker, elke keer. (Wat een tegenvaller was het als ik een huppelend paard, of nog erger, een kwijlend hondje onder mijn huiswerk/proefwerk aantrof. Smurfen, daar ging ik voor!) Ik hou niet van tussendoor van plan veranderen, maar nu heb ik het gevoel dat ik samen met mijn manuscript op een gapende afgrond af dender. ‘Kwaliteit in plaats van kwantiteit!’ brult elke vezel in mijn lichaam, terwijl ik aan de teugels trek in een verwoede poging om het op hol geslagen monster van galop naar draf te krijgen.

Ik ben Bloedwetten en Bloedwetten dat ben ik en momenteel voel ik me niet happy, want ik haal niet wat ik doorgaans uit het schrijven haal: de verwondering, de magie van de woorden die zich schijnbaar uit het niets aan elkaar breien. Ik had verwacht dat nano dat heerlijke gevoel zou aanwakkeren, maar het lijkt het juist te onderdrukken. Boven alles komt mijn twijfel voort uit het gevoel dat het ijltempo mijn boek geen goed doet, dus ik ga zeer waarschijnlijk een stap terugdoen uit naam van Bloedwetten.

Mijn voornaamste doel heb ik immers al bereikt: het terugvinden van mijn schrijfroutine. Nu die weer in mijn systeem zit, zal ik het niet snel laten gaan. Bloedwetten II zal het licht zien, misschien niet in de vorm van een manuscript dat op 30 november 50.000 woorden is toegenomen, maar dat het boek er komt staat vast. Nu nog een goede titel verzinnen in plaats van ‘Deel II’. Daar ga ik eens rustig over nadenken bij een kop thee.

Gepost op

NaNoWriMo2015: De Uitdaging

Dit jaar doe ik voor het eerst met NaNoWriMo (National Novel Writing Month). Voor wie daar niet mee bekend is: iedere november gaan duizenden schrijvers wereldwijd collectief uit hun plaat door de uitdaging aan te gaan om 50.000 woorden gedurende de maand november te schrijven. Dat houdt in dat je minimaal 1667 woorden per dag moet produceren om op schema te blijven.

‘Yeah, right, 1667 woorden per dag, is dat veel?’ vraagt de niet-schrijver zich af? Even ter vergelijking als ik aan een boek of verhaal werk, schrijf ik meestal rond de 1000 woorden per schrijfavond. Een gemiddelde roman telt rond de 80 à 90.000 woorden. Bloedwetten is 130.000 woorden rijk en daar heb ik in totaal anderhalf jaar aan geschreven (inclusief een ontelbaar aantal drafts voor sommige scènes).

Dus ja, 1667 woorden per dag schrijven is in mijn geval een behoorlijke uitdaging. Voor mij is de voornaamste reden om deel te nemen mijn schrijfflow terugvinden. Tot die eerste november jongstleden – toen het hele spektakel van start ging – was het een jaar geleden dat ik aan iets nieuws werkte. Mijn inzending voor de Fantastels verhalenwedstrijd was het laatste nieuwe werk dat er uit mijn handen kwam. Er is bijna een heel jaar gaan zitten in Bloedwetten afwerken en publiceren.

En nu heb ik me dus ein-de-lijk op deel II van Bloedwetten kunnen storten, een verhaal dat ik langer dan een jaar met me meedraag. Allemaal dankzij het voornemen om het er dit jaar eens op te wagen en een nanospurt te trekken.

Maar waarom jezelf dwingen? Schrijven ís voor het grootste deel jezelf dwingen. Inspiratie moet je afdwingen. Het is de aloude kwestie van butt in chair en schermstaren, een woord bij zijn kladden grijpen en beginnen. Nano is niet anders dan wat ik doorgaans doe als ik aan een boek werk: gaan zitten en doen. That’s all there is to it. Eerlijk waar. Woord na woord, draft na draft, net zolang tot je jezelf en je personages wel kan schieten. Maar als die flow er eenmaal is, is er niets wat in de buurt komt van die heerlijkheid van woorden die uit je vingertoppen vloeit. Elke schrijver zal beamen dat dat gevoel verslavend is en het is een van de redenen dat je er steeds weer voor gaat zitten.

Alles wat ik maak komt voort uit mijn hart, maar schrijven gaat nog dieper. Schrijven komt uit mijn ziel en om je zielenwoorden te vinden moet je diep graven. Soms enorm diep, dieper dan je lief is, dieper dan comfortabel is. Maar schrijven hoeft niet comfortabel te zijn. Schrijven gaat om je grenzen verleggen, met elk verhaal opnieuw, groeien, kleine stukjes van jezelf bijeen sprokkelen via de stem van je personages. En als de woorden niet goed zijn, dan schrijf je nieuwe, net zo lang tot het wel goed is. Om het ook daadwerkelijk te doen zet je een stok achter de deur. Deze maand is die stok voor mij nano.

Ga ik het halen? Geen idee. Eén schrijfloze dag gooide onlangs al roet in het eten. Ik ben inmiddels weer op schema na een heel weekend onafgebroken schrijven en heel veel schermstaren.

Misschien helpt het dat ik een extra stok achter de deur heb: als ik de 50.000 woorden haal, mag ik van mezelf een nieuw paar schoenen kopen. Dat moet toch zeker helpen om vlijtig door te pennen?*

Ik wens iedereen die met nano meedoet enorm veel succes. Soms tegen je computer gillen mag best, je haren uit je kop rukken of jezelf belonen met een zak chips of stuk taart omdat je helemaal niets geschreven hebt, mag ook. Maar wat je ook doet, blijft met die butt in die chair zitten tot je de 50.000 woorden (of wat je doel ook moge zijn) hebt geschreven. Je kan het!

De belangrijkste vraag is aan het eind van dit blog natuurlijk nog niet beantwoord: tellen de woorden uit dit stukje nu wel of niet mee voor nano?

*En wie hou ik voor de gek? Dat nieuwe paar schoenen komt er toch wel.

Gepost op

Waarom 6500,- euro?

Quote BW weg terug

Waarom 6500,- euro?

6500,- euro is veel geld. Kwaliteit kost geld. Ik ga niet voor een halfbakken product. De kern van een goed boek is gedegen (lees: snoeiharde) tekst- en woordredactie. Dat neemt bij elkaar ongeveer een derde van het totaalbedrag in beslag. Nog een derde voor het drukken van het boek zelf en een exclusieve hardcover met een eenmalige oplage van maximaal 100 exemplaren. De rest van het bedrag is weggelegd voor vormgeving, webdesign, kosten opnames boektrailer, promotiemateriaal en natuurlijk het percentage dat ik aan de crowdfunding website zelf moet afstaan (7%). Voeg een bijdrage voor de overheid à 21% BTW toe en je zit al snel op een bedrag van 6500,- euro. En zelfs dat dekt niet alle kosten, dus ik zal sowieso zelf in de buidel tasten. Dat is helemaal niet erg, want ik geloof in dit boek.

De crowdfunding zal alle medewerkers aan het project betalen, behalve de schrijver zelf. Pas wanneer ik het grootste deel van de oplage van 500 stuks heb verkocht, of wanneer ik meer dan 100% weet te crowdfunden, zal ik er iets uit halen wat op winst lijkt. Winst die als sneeuw voor de zon verdwijnt zodra je in uren gaat tellen, dus dat laat ik wijselijk maar even achterwege.

Ik geef het grif toe: als het zou kunnen zou ik graag mijn geld verdienen met schrijven, maar vooralsnog is het passie die me voortdrijft. Soms komt er iets op je pad waarvan je weet dat je het moet doen. Bloedwetten is voor mij zo’n project. Zonder twijfel.

Doneer nu door hier te klikken en deel het project met zo veel mogelijk mensen. Je zou me er enorm mee helpen. Bedankt!

Gepost op

Waarom crowdfunding?

banner cf3Waarom crowdfunding? 

Toen het schrijven begin vorig jaar met een enorm grote impact terugkeerde, wist ik het zeker: dit boek gaat er komen, met of zonder medewerking van de gevestigde orde. Jaren geleden had ik me uit het veld laten slaan doordat ik met schrijven simpelweg niet verder kwam (ondanks positieve reacties van uitgevers en het winnen van wedstrijden).

Dankzij social media heb ik ook Gnoom Artful Things van de grond gekregen. Wat ik met sieraden kan, kan ik ook met schrijven. We leven immers in een tijd vol nieuwe mogelijkheden. Zelf je boek uitgeven betekent niet meer dat je een loser bent.

Kort daarop zag ik iets over crowdfunding op Facebook voorbij komen. ‘Ga ik ook doen!’ dacht ik bij mezelf. Het klopte gewoon. Mijn boek, social media en crowdfunding, een match made in heaven.

Maar crowdfunding? Dat betekent toch gewoon dat geen uitgever je wil hebben en dat je het daarom zelf doet? Vanity press dus.

Uitgevers hebben vanzelfsprekend hun eigen agenda. Sinds ik het zie als de bank om een lening vragen, kijk ik objectiever tegen afwijzingen aan (al zullen ze nooit ‘ha, joepie leuk’ worden). Een uitgeverij is een bedrijf. Daarom kiezen ze voor een specifiek soort boeken binnen een genre, het liefst van een gesettelde schrijver. Als je werk daarbuiten valt ben je vrijwel kansloos. Zo simpel is het.

Ik schrijf waar mijn hart ligt, niet waar ik denk dat winst te halen valt. Ook al zou ik het willen, ik zou het niet eens kunnen.

Ik geloof in mijn boek en ik geloof in het heft in eigen hand nemen. Vandaar: crowdfunding.

Doneer nu door hier te klikken en deel het project met zo veel mogelijk mensen. Je zou me er enorm mee helpen. Bedankt!